Voor de harddenkende Rotterdammer
ANGB2021031514Eigen
Beeld door: beeld: Angeniet Berkers

In de kleurrijke, lichte en hoge hal van de Pauluskerk zitten zo’n twintig mensen – voornamelijk mannen – ieder aan een eigen tafeltje. Een kop koffie, hun schoenen even uit, of met het hoofd op de armen gerust. Ranfar Kouwijzer (47) komt van boven, van de verdieping waar de kerkzaal en opvangslaapkamers zijn. Hij praat rustig en bedachtzaam terwijl hij uit het raam van zijn kantoor op de Schouwburg uitkijkt. 

Hoe is het werk van de Pauluskerk in het afgelopen jaar veranderd? 

“De kerk is er altijd al geweest voor mensen in nood, en daarvan zien we er nu meer. Er is heel veel dicht, mensen kunnen op weinig plekken terecht. Normaal gesproken kon je in een winkelcentrum, de bibliotheek of op het station zitten, dat is nu veelal gesloten. Wij zijn gewoon open gebleven, al mogen er wel maar dertig personen tegelijkertijd binnen zijn. We zijn echt dankbaar dat we ons werk kunnen blijven doen, maar we zien wel dat er heel veel mensen bijkomen op straat. De hele samenleving heeft last van de pandemie, dus ook onze mensen. Van de ziekte corona hebben we eigenlijk niet veel meegemaakt, maar het gebrek aan perspectief is extra nijpend als je geen huis hebt.”

Wat maakt dat er meer mensen op straat zijn komen te staan?

“Er zijn veel mensen die hun werk verliezen. Vooral voor arbeidsmigranten, die bijvoorbeeld uit Polen komen, is dat problematisch. Zij zijn dan vaak meteen ook hun huis kwijt (huisvesting is vaak geregeld door het uitzendbureau, red.) en hebben eigenlijk nergens recht op. Sommigen gaan dan terug naar Polen, maar anderen zijn angstig om terug te keren. Ze hebben daar niets, zijn in de war, of dachten hier aan ander werk te kunnen komen. Als je op straat belandt ben je vaak alleen nog bezig met vandaag, zo raken mensen makkelijk verslaafd of wordt er misbruik van hen gemaakt. Het is een heel kwetsbare situatie.”

Gedurende de lockdown is er door de gemeente extra opvang geopend in de Maassilo. Daar kwamen inderdaad veel Oost-Europeanen naartoe. Hoe komt dat? 

“Dat mensen hun werk verliezen, is iets van alle tijden. Maar voor de tienduizenden Oost-Europeanen die hier zijn gekomen om te werken, is er nu erg weinig werk beschikbaar. Het is een groep die substantieel geworden is, maar er is voor hen niets geregeld1. Ja, als je hier heel lang gewerkt hebt, heb je wel recht op een uitkering, maar dan moet je eerst een DigiD weten aan te vragen. Niet iedereen spreekt Engels. Kijk, misschien is het in theorie beter als werkloze arbeidsmigranten terugkeren. Maar je kunt niet zomaar zeggen: we helpen je niet, want dan ga je vanzelf wel weg. Mensen klampen zich vast aan wat ze hebben. Dat kan een tentje zijn, of een slaapzak. Of het idee dat je wel weer werk gaat vinden.”

Het is kortom een feit dat deze groep mensen er is. Wat zeg je tegen politici en beleidsmakers als het hierover gaat?

“Voor een bestuurder is dit een enorm dilemma. Je kunt niet iedereen helpen, zeggen zij dan. Ten dele snap ik dat, maar je moet ook pragmatisch zijn. Als je ze niet helpt, wat gebeurt er dan? Dan zijn ze niet ineens verdwenen. Het gaat niet alleen om medemenselijkheid: als het met mensen in onze Rotterdamse samenleving slecht gaat – omdat ze doordraaien, ziek zijn of misbruikt worden – dan is dat ook niet goed voor ons. Als je het humane niet genoeg reden vindt om ze bij te staan, doe het dan voor jezelf en voor de samenleving. Zolang een probleem wel aanwezig is, maar er nog niet teveel druk op staat, wordt het vooruitgeschoven. Daar worden die problemen groter door. In de tussentijd plakken wij pleisters waar we kunnen.”

Dat begon in 1987 met verslavingsproblematiek, een van de eerste maatschappelijke problemen waar de Pauluskerk zich met Perron Nul hard voor maakte.

“Precies, we zijn er nota bene uit ontstaan. De overheid zei: drugs zijn verboden. Maar mensen waren verslaafd, en er kwamen alleen maar meer verslaafden bij. De Pauluskerk is toen begonnen hen te helpen. Gewoon omdat ze in de goot lagen, hè. We gaven ze koffie en thee, schone spuiten, condooms. Beter iets van zorg, dan niets. Tot de overheid het uiteindelijk oppakte door welzijnsorganisaties op te richten en medische begeleiding te geven. Dat probleem is daardoor veel kleiner geworden, criminaliteit verminderde sterk. Nu zijn het dakloze Oost-Europeanen tegen wie wordt gezegd: het is voor jullie verboden om hier rond te hangen. Het lijkt er erg op dat de geschiedenis zich herhaalt, toch?”

Zie je het als jullie rol om ook dit probleem te agenderen? 

“In zekere zin wel. Het is een cyclus. Veel Rotterdammers hebben nog steeds het beeld van de Pauluskerk van twintig jaar geleden: opvang voor verslaafden, gebruikersruimtes, enzovoorts. Dat is nu heel anders, de drugsproblematiek speelt niet meer zo omdat dat door de overheid is opgepakt. Met de dakloosheid onder Oost-Europeanen zijn we daar nog niet. Pas als de overheid besluit er iets aan te doen, accepteert dat deze mensen hier zijn, dat ze hier gewerkt hebben en hier hulp nodig hebben, dan zijn wij klaar.

In het Rotterdam van de jaren negentig ging het ook zo met mensen zonder papieren. Die waren hier niet, was lang het idee. We hebben ons toen heel hard gemaakt voor de bed-bad-brood-regeling, die er in 2013 kwam. Er zijn pardonregelingen gekomen. Toen is er wel iets opgelost, maar gaandeweg werden die regelingen weer uitgekleed, waardoor het  probleem ook weer groter werd.” 

ANGB20210315137Eigen
Beeld door: beeld: Angeniet Berkers

In een ideaal Rotterdam is de Pauluskerk niet meer nodig. Maar kan een overheid ooit doen wat jullie doen: onvoorwaardelijk hulp bieden?

“Een bestuurder moet altijd weten om hoeveel mensen het precies gaat. Er moet budget vrijgemaakt worden. Als je iets aan de een geeft, dan moet de ander dat ook krijgen. Voor ons is dat in zekere zin makkelijker: we kunnen Jantje en Pietje helpen en als het geld op is – of de kamers vol of het eten op – dan kunnen we voor Klaasje niets meer doen. Dat kan een overheid niet. In die zin denk ik dat er altijd een wisselwerking blijft tussen kerken of andere onafhankelijke organisaties en een overheid die de zaken op een gegeven moment overneemt of steunt. Alle zorg is ooit zo begonnen. Laten we blij zijn dat er inmiddels reguliere zorg bestaat en je daarvoor niet meer van de kerk afhankelijk bent. Dat spel hebben kerken uitgespeeld. Maar het spel van dakloosheid in Rotterdam nog niet.” 

Zijn er meer kerken die bijvoorbeeld dakloze mensen opvangen?

“De Pauluskerk heeft natuurlijk die naam verworven, maar in de luwte zijn er veel andere kerkelijke organisaties die dit doen. Ik schat zo’n honderd in Nederland. De klassieke vorm van naar de kerk gaan neemt misschien af, maar dit soort sociaal werk niet. Je hoeft niet kerkelijk te zijn om bij ons te komen. Er zijn ook veel vrijwilligers die hier komen helpen omdat het bij hun waarden past. Of je nou uit christelijke, humanistische, islamitische of politieke overtuiging komt, maakt mij niet veel uit. Kom erbij.”  

Is het wel juist dat een vrijwillige organisatie zo’n relatief belangrijke zorgtaak in de samenleving draagt?

“Ik vind wel dat de overheid achter de feiten aanloopt. Idealiter zouden ze heel snel aan de slag gaan met de problemen die wij signaleren, in plaats van dat ze het niet willen zien of vinden dat het niet hun taak is. Ik vind het vaak lang duren. Zeker voor mensen die op straat liggen. Ik zie hun problemen verergeren, mensen kachelen achteruit. Ik voel me daarin soms een roepende in de woestijn.”

Rotterdam was een tijdlang de stad ‘waar niemand op straat hoeft te slapen’. Is dat nog zo?

“Nee, en dat zou weer echt zo moeten zijn. Vanwege de lockdown is er op initiatief van de gemeente tijdelijk extra noodopvang geopend – zonder voorwaarden. Maar als die straks vanaf april weer wordt afgebouwd, komen die mensen echt weer op straat te staan. Niemand zou op straat moeten slapen, geen enkel mens. Kun je dat aan een kind uitleggen? “Ja, die meneer ligt wel op straat, maar dat komt omdat hij iemand is die geen recht heeft op de nachtopvang?” Zo kun je als bestuurder niet kijken. Je moet accepteren dat er in een wereldstad altijd mensen zijn die aan de onderkant bungelen en dat je daar in soberheid iets voor zult moeten doen. Het hele idee van een niet-rechthebbende dakloze vind ik te gek voor woorden. Hoe kan iemand nou geen recht hebben om dakloos te zijn? Het is deels een bureaucratisch probleem.” 

Kun je de Pauluskerk een activistische kerk noemen?

“Nou nee, we zijn geen lobbyclub. We zijn er voor mensen, we bieden rust, zorg en vrede. Als er dingen zijn die ons opvallen, zullen we het niet nalaten dat te zeggen. Maar het is geen doel. Als we hier een groep mensen hebben die niet gehoord wordt, dan zullen we proberen de zaken voor hen in beweging te zetten. Zo hebben we een paar jaar geleden de stichting Warm Rotterdam opgericht, die zich inzet tegen armoede en schulden. Ik vind namelijk wel dat er naar onze bezoekers te weinig geluisterd wordt. De mensen die hier komen hebben nauwelijks een stem of invloed. Er wordt van hun problemen weggekeken. Ik vind dat schokkend. Hulp bieden is één ding, maar gaan we ook met ze in gesprek? Daarom voel ik me verplicht om wat ik van hen hoor ook in andere kringen te delen.” 

Hoe zou je daar verandering in willen brengen? 

“Ik zou het fijn vinden als het normaler wordt om met andere mensen in gesprek te gaan. Dat kan meer samenhang, meer eenheid en minder eigenbelang tot gevolg kan hebben. Mensen leven nu heel erg in bubbels. Heb je het nummer van een dakloos persoon in je telefoon? Hoeveel ongedocumenteerden ken je? Bij de meeste Rotterdammers is het antwoord nul, terwijl er tienduizenden mensen zonder dak of zonder papieren zijn. We worden er niet slechter van als we uit meerdere bronnen putten, het maakt je juist rijker. Ik zeg niet dat iedereen hier moet komen om koffie te schenken, je kunt ook vragen aan de straatkrantverkoper of hij een mandarijntje wil, en hoe het met hem gaat. We delen toch een stad? Jouw geluk is ook mijn geluk: hoe kan ik nou gelukkig zijn als jij staat te creperen? 

ANGB20210315140Eigen
Beeld door: beeld: Angeniet Berkers

Die sociale insteek, waar komt die bij jou vandaan?

“Ik ben opgegroeid in Vlissingen: ook een havenstad, een werkstad. In de jaren tachtig was er veel werkloosheid, het was er soms somber. Ik heb daar een sociale insteek aan overgehouden: iedereen hoort op een bepaalde manier bij elkaar. In Amsterdam ben ik theologie gaan studeren. In religie heb ik dat sociale ook gevonden: hoe je voor elkaar moet zorgen. Daarna ben ik dominee geweest Transvaal in Den Haag, een arme stadswijk met veel migranten en veel portiekwoningen. Daar zag ik de misstanden van onze samenleving: geld wordt veel te belangrijk gevonden en van mensen wordt misbruik gemaakt. Het was een wijk waar veel bewoners niets hadden, maar waar de duurste televisies huis-aan-huis werden verkocht. En dan begon de het terugeisen van schulden, mensen werden helemaal uitgeknepen. Waarom mag iemand verdienen aan de ellende van een ander? Ik zou het om willen draaien: als jij zo dom bent om een televisie te verkopen aan iemand die niets heeft, dan ben je gewoon je geld kwijt. 

We hebben een systeem dat ervan uitgaat dat het je eigen schuld is als je aan de onderkant staat. En dan duwen je nog verder naar beneden ook. Er zijn altijd mensen die misbruik van een ander maken, maar als overheid moet je dat tegengaan.”

Waarom is het zo belangrijk dat politici erkennen dat er kwetsbare groepen zijn in de stad?

“Zolang je het probleem niet erkent, kun je de mensen ook niet beschermen. Het kan financieel gewin opleveren als mensen extreem kwetsbaar of illegaal zijn. Prostitutie, mensenhandel, uitbuiting. Op moment dat die mensen rechten hebben, kunnen ze daar iets tegen doen, naar de politie. Blijf daarom niet praten vanuit het wensdenken: ze mogen hier niet zijn, dus zij zijn er niet. Het is alsof politici niet naar de tandarts durven terwijl ze een gaatje hebben. Je kunt het ontkennen, maar je krijgt er alleen maar meer. Sterker nog, als je gaat, dan wordt het gemaakt.”

Zijn er ook dingen die je nu niet kunt, maar wel zou willen doen voor de stad?

“Ik zou heel graag op meer plekken willen zijn, op een meer zichtbare en gedifferentieerde manier. Nu hebben we één kerk, het is lastig om iedereen hier te kunnen ontvangen. Vrouwen die slechte ervaringen met mannen hebben, zullen niet heel makkelijk naar de Pauluskerk komen. Het type man dat een beetje onaangepast is, is hier immers oververtegenwoordigd. Timide vrouwen zou je eigenlijk een rustigere Pauluskerk – een Paulakerk – gunnen. Aan de onderkant van de samenleving zijn nu eenmaal meer mannen. Vrouwen kunnen in een noodsituatie net vaker bij iemand op de bank terecht. Hoe vrij dat dan is, wat daartegenover staat… daar houd je je hart voor vast. Maar je ziet daardoor denk ik minder vrouwen op straat. Ik vrees dat het ook prostitutie is waardoor vrouwen vaak iets meer middelen van bestaan hebben. Dat is mijn gevoel, het is lastig te onderzoeken.”

Zou je liever zelf veel meer doen als Pauluskerk, of veel meer budget van de gemeente naar maatschappelijke aandacht en opvang zien gaan?

“Ik heb het liefst dat de overheid dat doet. Ik vind dat betrouwbaarder: een overheid heeft een veel langere adem. En dan is het bovendien van ons allemaal. Het voelt als een recht. Een kerk blijft hoe dan ook liefdadigheid, het blijft incidenteel. Wij kunnen dit gelukkig doen: er is geld uit het verleden, mensen die ons steunen.”

Heb je niet het idee dat mensen die hier komen, nooit bij een officiële instantie hulp zullen vinden?

“Als je aan de onderkant staat is inderdaad heel moeilijk om de hulp die er is, ook daadwerkelijk te krijgen. Zoals het nu geregeld is moet je een halve opleiding hebben in hulp vragen. Maar daar zou de overheid stappen in kunnen zetten: door niet alles digitaal te maken en niet alles schriftelijk te doen. Je zou het moeten kunnen oplossen met de persoon die je te spreken krijgt. Samen het formulier invullen, tot het goed is. Het is geen kritiek op de ambtenaren zelf, maar de structuur waardoor je mensen moet wegsturen als een formulier niet klopt. We stoppen nu veel hulp in mensen, maar lossen heel weinig op. Dat is eigenlijk zonde van de moeite.”

UITGELICHT-ANGB20210315111Eigen
Beeld door: beeld: Angeniet Berkers

Je treedt in de voetsporen van Hans Visser, die verslavingszorg op de kaart zette, en Dick Couvée, die zich hard maakte voor een bed-bad-broodregeling voor asielzoekers. Hoe wil jij je profileren?

“Het is prachtig dat ik zulke grote voorgangers heb, dat is deel van het kapitaal van deze plek. Visser heeft zo’n uitstraling dat we nog steeds profiteren van wat hij gedaan heeft. Als wij als Pauluskerk iets te zeggen hebben, is daar veel aandacht voor, iedereen weet wat wij doen. Tot in Friesland toe. Fantastisch. Mijn rol is bescheiden: ik wil gewoon deze kerk helpen voortzetten. Het is goed om te weten dat er mensen voor mij zijn geweest en er ook mensen na mij zullen zijn. Ik vrees dat we nog wel een tijdje nodig zullen zijn. Ik voeg me naar de kerk die al tientallen jaren bezig is, en in een traditie staat die al duizenden jaren teruggaat. Daar ben ik maar een heel klein schakeltje in, en dat vind ik een prima rol.”

Wat zie je als de maatschappelijke opgave van deze tijd?

“Ik ben kind van mijn tijd. Ik vind het bijvoorbeeld heel belangrijk om niet autoritair te zijn, om het samen te doen als team. Ik denk dat we nog ontzettend moeten groeien in gevoeligheid voor gender en voor huidskleur. We zijn een best witte organisatie, terwijl mensen die bij ons komen dat niet altijd zijn. Die thema’s zijn echt van nu. We leven in een samenleving die getekend is door institutioneel racisme en door ongelijke machtsverhoudingen. Daar moeten we ons als organisatie ook bewust van zijn, en ook naar handelen. We zijn ook een organisatie met een witte mannen aan het roer, mezelf inbegrepen. Uit traditionalisme denk ik. Ik zou het mooi vinden als dat een beetje bijgestuurd wordt. De volgende dominee mag wat mij betreft een vrouw zijn.

En ik vind het belangrijk dat de Pauluskerk een plek is waar mensen elkaar vinden. Twee kanten op. Met thema-avonden, optredens en lezingen die voor iedereen interessant zijn, nodigen we mensen uit om buiten hun bubbel te treden en met anderen in contact te komen. Het idee is: je hebt als mens niet alleen het recht om te ontvangen, maar ook het recht om te geven. Of dat nou vrijwilligerswerk is, een verhaal, of een artistieke gave. Wie hier komt is niet alleen hulpvrager, maar ook iemand met een creatieve geest en een mening.”

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. EU-burgers mogen op basis van het recht van het vrije verkeer van personen en diensten in Rotterdam verblijven, wonen en werken. Het uitgangspunt is daarbij dat EU-migranten zich op eigen kracht redden en zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Ieder EU-land hoort immers een eigen sociaal stelsel te hebben waar de EU-migrant op terug kan vallen. Het gastland, in dit geval Nederland, neemt die verantwoordelijkheid niet over. ↩︎
ava Willemijn Sneep

Willemijn Sneep

Adjunct-hoofdredacteur en eindredacteur

Willemijn Sneep is na wat omzwervingen en een master Journalistiek in het schattige Leiden weer terug in de enige wereldstad die Nederland rijk is. Als freelance journalist kan ze zich geen betere thuisbasis wensen. [email protected]

Profiel-pagina
BF3E6A2C-5BEE-4A9B-A869-571A8070916C

Angeniet Berkers

fotograaf

Angeniet Berkers (1985) is een sociaal bewogen fotografe met jarenlange ervaring in de (jeugd)ggz. Met haar camera zoekt ze naar contact en verbinding met mensen die zich soms in kwetsbare posities bevinden. Ze stelt gevoelige onderwerpen aan de kaak en kijkt daarbij altijd naar de menselijke kant van het verhaal. Ze weet dit op een integere wijze te verbeelden en te vertellen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.