Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
ROMANA16HD.IMG_8311
Beeld door: beeld: Benny Stroet

Als theatermaker en acteur, verbonden aan het Nationale Theater, won Romana Vrede in 2017 de belangrijke toneelprijs Theo d’Or. Over haar zoon, die autisme en een verstandelijke beperking heeft, maakte ze in 2016 de theatervoorstelling Who’s afraid of Charlie Stevens en vorig jaar debuteerde ze als schrijver met De nobele autist. Op moment onderzoekt ze ons trans-Atlantische en Oost-Indische slavernijverleden in het theaterproject Tijd zal ons leren.

Op de achtergrond gonzen de geluiden van de metro. Romana Vrede is op weg naar de studio van het Nationale Theater in Den Haag waar ze zich samen met performer en componist Otion gaat voorbereiden voor de derde talkshowaflevering vanavond. De talkshow gaat over haar onderzoek naar de levensverhalen van ruim honderd verzetsstrijders van het slavernijverleden: zwart en wit, in de Caraïben, Afrika, Azië en Europa. 

Naast de talkshow komt er voor het project Tijd zal ons leren een podcast, een solovoorstelling, een boek en een tv-uitzending waarvoor ze vanmiddag de VPRO spreekt. Van enige drukte is echter niets te merken aan de telefoon: ontspannen en bevlogen vertelt ze waar ze mee bezig is.

Je bent lijstduwer voor BIJ1. In een campagnespotje zeg je “de tijd om stil te zijn was op een gegeven moment wel echt een beetje klaar.” Waar was je klaar mee en waarom?

“Het is een opeenstapeling aan gebeurtenissen en gevoelens. Deze zomer tijdens de Black Lives Matter-protesten naar aanleiding van de moord op George Floyd reageerden reguliere partijen alsof zijn dood een incident was: ‘hoogst vervelend maar niets structureels’. Terwijl ik me realiseerde dat er in deze wereld plekken zijn waar ik op basis van mijn huidskleur vermoord kan worden. Men zei: ‘het gebeurt in Amerika’. Maar landsgrenzen hebben niets te maken met mijn angst, verdriet en paniek als ik zie dat er mensen worden vermoord vanwege hun huidskleur en hun dood wordt geëtaleerd door de media. Dat sprak ik ook uit tijdens de demonstratie bij de Erasmusbrug.”

“Sinds mijn moeder ongeveer 40 jaar geleden vanuit Suriname naar Nederland emigreerde is er zo weinig veranderd. Zij emigreerde om ons, haar vier kinderen, een beter leven te geven. En we hebben het goed, economisch en op andere gebieden. Mijn leven geef ik een 8,5. Maar qua racisme is amper iets verbeterd. Denk aan alle onderzoeken die aantonen dat mensen met een niet-witte achternaam nog steeds discriminatie ondervinden op de arbeidsmarkt en woonmarkt, van de overheid.”

“Door corona zaten mijn zoon Charlie en ik binnen. Tijdens de persconferenties merkte ik dat het niet over ons ging, maar over kerngezinnen met een vader en moeder, een tuin en een dubbel inkomen. Geen rekening houdend het feit dat Charlie niet weet wat 1,5 meter is en hoe lastig het is om een puberzoon die autisme en een verstandelijke beperking heeft, binnen te houden. Politici denken niet aan mensen die buiten de norm vallen. Nu is het klaar, dacht ik. Niet langer wachten op een antwoord uit de politiek, maar zelf een partij in de Tweede Kamer zien te krijgen die dit bespreekt in al zijn intersectionaliteit.” 

Wat bedoel je daarmee?

“Bijvoorbeeld klimaatverandering: dat is het gevolg van het kapitalisme hier en nu, dat weer zijn wortels kent in het koloniale verleden. Je kunt niet een milieuactivist zijn als je niet snapt dat mensen uit Syrië vluchten. En als je alleen maar strijdt tegen klimaatverandering maar de problemen veroorzaakt door het kapitalisme naast je neer legt, dan ben je niets aan het oplossen. Dan ben je aan het dweilen met de kraan open.”

“BIJ1 – de naam zegt het al – brengt alles samen. Sylvana Simons benadrukt dat de partij zich niet richt op individuen die racistisch, seksistisch of homofobisch zijn maar op de systemen daarachter. De vinger wijzen naar individuen is nu juist een truc om echte verandering niet aan te hoeven gaan. Kijk naar de Toeslagenaffaire: de directeur van de belastingdienst is ontslagen, het kabinet is afgetreden maar het systeem is nog steeds niet aangepakt. En het is ook lastig, want je kunt het systeem niet ter verantwoording te roepen.”

Voor het Nationale Theater ben je een project gestart over de verzetsstrijders van het slavernijverleden genaamd Tijd zal ons leren. Wat hoop je dat het publiek gaat leren?

“Het gezegde ‘de tijd zal het leren’ impliceert dat je niets hoeft te doen, dat naarmate de tijd vordert, kennis vanzelf komt bovendrijven. In de Engelse variant ‘time will tell’ zit echter ook een waarschuwing in: het zal niet ongestraft door kunnen gaan. Daar komt de titel vandaan. Ik wil zeggen: kijk naar de tijd, naar de geschiedenis en hoe ons verleden is gelopen. Daar zit ons archiefmateriaal.”

Je hebt de verhalen van 127 verzetshelden opgedoken uit de tijd. Welk verhaal wil je voor Vers Beton-lezers uitlichten?

“Ik heb eigenlijk veel meer helden gevonden, ik zit inmiddels op 156 witte, bruine en zwarte helden. Hier wil ik de redi musu uitlichten: een legerkorps van 300 tot slaaf gemaakte mannen, die in Suriname meevochten tegen de marrons1 in de binnenlanden. Deze Zwarte Jagers werden ook wel redi moesoe of redi musu genoemd, naar de rode mutsen die ze droegen als onderdeel van hun uniform. De term ‘redi musu’ staat in Suriname nog altijd gelijk aan verrader.” 

Zie onderaan in het kader het verhaal Redi musu door Romana Vrede.

De eerste aflevering van de talkshow gaat over de oorsprong van het verzet, de tweede over de rol van spiritualiteit en gemeenschap in het verzet tegen slavernij. De twee thema’s die steeds naar voren lijken ontmenselijking en onwetendheid. Ontmenselijking van de tot slaaf gemaakten en onwetendheid van de generaties die na hen kwamen, inclusief de huidige. Zoals het spreekwoord al zegt: geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars?

“Ik zeg niet ‘overwinnaars’. Want wie wint er? Ik vind niet dat witte mensen hebben gewonnen. Dat is hetzelfde als dat Amerikanen zeggen: we hebben de Vietnamoorlog gewonnen. Dat is niet waar: het was gewoon niet langer vol te houden. Als het aan witte mensen had gelegen was de slavernij nog steeds aan de hand. 

Daar gaat mijn project over: door de slavenopstanden, verzet van witte, bruine en zwarte mensen werd de slavernij onhoudbaar. En natuurlijk ook door opportunisme. Er viel niet veel geld meer aan te verdienen, deels door de industrialisering. De kolonisten hebben het verhaal opgeschreven en van zichzelf de overwinnaars gemaakt. Die geschiedenis probeer ik te herschrijven.” 

“Kolonisten hebben van zichzelf de overwinnaars gemaakt. Die geschiedenis probeer ik te herschrijven”

In de tweede aflevering met correspondent Latijns-Amerika Nina Jurna, Rotterdamse schrijver Raoul de Jong en oprichter van de Moluks-Nederlandse stichting Building the Baileo Romy Rondeltap blijkt dat ook binnen de eigen culturen gezwegen wordt over dit verleden.

“Slavernij is een collectief trauma. Dus vele nazaten proberen het te bedekken. En schamen zich ervoor.”

_M8A7974_Willem de Kam-2

Lees meer

Raoul de Jong: “Elk mens kan iets leren van de ongehoorde Surinaamse helden”

Daphne Bakker interviewt schrijver Raoul de Jong naar aanleiding van zijn nieuwe boek.

De Jong en Rondeltap vertellen over hoe ze graven in hun respectievelijk Surinaamse en Molukse verleden en hoe dat weerstand oproept in de eigen familie en gemeenschap. Hoe komt het dat het zwijgen nu pas doorbroken wordt?

“Dat is altijd al gedaan. Anders zouden we nu geen verhalen hebben. Voor overlevering moeten alle generaties betrokken zijn. Het is de arrogantie van de tegenwoordige tijd om te denken dat de nieuwe generatie alles doorbreekt. En het is ook gevaarlijk omdat je dan denkt dat je de eerste bent. Dat je niet staat op de schouders van reuzen voor je. Dat je nergens op voortbouwt. Mensen als Gloria Wekker zijn al sinds de jaren zeventig bezig hiermee.”

Hoe heb je je onderzoek aangepakt?

“Gewoon beginnen. Mijn eerste held was Boston Bendt, een vanuit Jamaica naar Suriname gedeporteerde tot slaaf gemaakte, die vluchtte naar de binnenlanden en vanuit daar samen met andere gevluchte tot slaaf gemaakten (marrons) een grote opstand organiseerde in 1757. Ik was hem tegengekomen in het boek van Frank Dragtenstein over verzet in de oorsprong, Van Elmina naar Paramaribo. Misschien was het Frank wel die het zaadje voor dit onderzoek bij mij plantte, toen hij jaren geleden bij een lezing zei dat er nooit een tijd is geweest dat slavernij normaal werd gevonden. Er is altijd weerstand tegen geweest. Verzet heeft altijd bestaan.” 

In de talkshow komt naar voren hoe de geschiedenis van verzet tegen slavernij bepaald wordt door westerse voorwaarden van onderzoek: verhalen moeten gebaseerd zijn op archiefstukken, op ‘objectief’ materiaal. Het lastige is dat voor veel verhalen van tot slaaf gemaakten de mondelinge overlevering van generaties de bron is. Jij zegt in de tweede aflevering: “laat je niet vertellen dat ons verleden niet telt omdat het niet bewijsbaar zou zijn.”

“Ik heb inderdaad veel archiefmateriaal verzameld, maar die geschiedenis is niet geschreven door de verzetsstrijders maar door de kolonisten. Zoals het Afrikaanse spreekwoord luidt: het verhaal van de jacht wordt niet verteld door de leeuw, maar door de jager. We putten uit een ander archief: niet de geschreven geschiedenis maar de mondelinge geschiedenis die levend wordt gehouden door verhalen verteld van generatie op generatie. Bijvoorbeeld het verhaal van One-Tété Lokay. We hebben geen geboorte- of sterftecijfer. We hebben haar standbeeld op Sint-Maarten en het verhaal dat over haar wordt verteld. Mensen denken dan: heeft ze wel geleefd? Bestaat ze wel?” 

“Daarom heb ik expres de geschreven geschiedenis weggelaten en de verhalen laten spreken. Zodra je de focus op archiefmateriaal gaat leggen, lijkt het alsof het dan pas telt. Het is ook heel spannend: is het feit of fictie? Veel reacties die ik hierover krijg zijn van witte oude mannen die feitjes van Wikipedia opsturen.”

Zie hier Vrede’s indrukwekkende vertelling tijdens het tv-programma On Stage over het tot slaaf gemaakte meisje One-Tété Lokay wier borst werd afgesneden door de plantage-eigenaar als straf voor vluchten. “De bedoeling is de verhalen op zo’n manier te vertellen dat jij ze nooit meer vergeet. Zo maken we ze onsterfelijk.”

Wat zijn meer in het algemeen de reacties?

“De meeste reacties die ik krijg zijn van jonge mensen die blij zijn met geschiedenis over hun wortels en hier meer over willen weten.”

Het verhaal van historicus Reggie Baay raakte mij. Hij vertelde over zijn oma die bezwangerd was door haar Nederlandse werkgever en gedwongen het recht op haar kind opgaf. Elke week zag hij een Javaanse vrouw armoedig gekleed aan het hek staan en telkens werd zij in opdracht van zijn vader door het personeel weggestuurd. Hij vroeg zich af of zij zijn moeder was. “Het zegt iets over hoe er met mensen werd omgegaan in de koloniale tijd”, zegt Baay. “Dat kunnen wij ons nu niet meer voorstellen.” Mijn gedachten gingen naar mijn eigen wortels in Indonesië, maar dan van Nederlands-koloniale zijde. Mijn oma heeft er nooit over willen praten. Wat rest zijn meubels, sieraden en foto’s van mijn familie op de veranda van hun huis omringd door Indisch dienstpersoneel. 

“En daarom is het vertellen van de verhalen belangrijk. Mijn onderzoek is niet alleen bedoeld voor nazaten van tot slaaf gemaakten, maar ook voor de nazaten van de kolonisten. Het is onze gemeenschappelijke geschiedenis, van ons allemaal. Iedereen moet met de billen bloot.”

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in!

Je emigreerde naar Rotterdam vanuit Suriname toen je zes jaar was. Wat betekent deze stad voor jou? 

“Rotterdam-Zuid noem ik mijn derde habitat, naar de term van schrijver Munganyende Hélène Christelle. In mijn geval is Suriname de eerste habitat, waar mijn ouders vandaan komen. Nederland mijn tweede, waar ik ben opgegroeid. Rotterdam-Zuid, de Bijlmer of de Banlieue zijn onze nieuwe landen van herkomst. Dat delen we. Hier komen we thuis. Ik herken veel meer van mensen van Zuid, ongeacht hun etniciteit, dan van een Surinamer die in Kralingen woont. Eigenlijk is Rotterdam-Zuid het grootste gedeelte van mijn identiteit.”

Redi Musu

door Romana Vrede

“Waren deze egoïstisch? Zonder moraal? Haalden ze hun schouders op om het grotere belang? Waren ze geïndoctrineerd? Wat beweegt de verrader van zijn eigen broeder? Het is niet zo zwart-wit, vrees ik. Weet ik. De archieven laten ook zien dat de redi musu wanneer in contact gekomen met de marrons, zij zich niet één keer hoefden te bedenken en hun wapen richtten op de witten. Alsof zij zich hadden aangemeld om zodra het kan de witten in de rug aan te vallen en in forces te joinen met hun broeders. Of vaak liepen de redi musu’s voorop. Voorop gestuurd met de scherpe punten van de bajonetten van de witten in hun rug. Omdat de frontlinie het grootste risico liep om van beide kanten neergeschoten te worden, groeide misschien juist dan en daar het besef dat zij niet vrij waren. De mannen van de redi musu liepen dan zo ver voorop en vergrootten stilletjes de afstand tussen hen en hun witte collega’s. De witten verloren het contact met de frontlinie hoe hard ze ook dreigden en schreeuwden, tenslotte de honden op hen loslieten en nu liepen ze zonder ogen door het hun onbekende gebied. Dit was nooit hun habitat geweest. De angst liep hen langs de pijpen. Ik roep de onbekende naam van deze man, deze jongeman met zijn rode pet. Die daar en dan vanuit een opwelling, omdat de feiten ineens kristalhelder lagen, een seconde stil stond, zich omkeerde en in de ogen van de witte soldaat keek. Iets in het woud had hem geroepen met een stem van vroeger. Hij zat klem. En de tijd stond even stil. Als in slow motion bewoog zijn rechterschouder naar achter en volgde zijn hoofd, zijn ogen gefixeerd op de witte soldaat zijn lichaam achterna en rende weg. Weg, weg, weg.”

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Gevluchte tot slaaf gemaakten die in de binnenlanden van Suriname gemeenschappen vormden, en zich verzetten tegen de slavernij, werden marrons genoemd. ↩︎
Profielfoto-Marianne-Klerk

Marianne Klerk

Marianne is historicus en journalist. Rotterdam is in haar ogen de mooiste stad van Nederland, waar eeuwen van stadsvernieuwing en -vernieling kriskras door elkaar lopen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.