Voor de harddenkende Rotterdammer
393A0205a_online
Beeld door: beeld: Florine van Rees

Op 2 maart las Anne Vegter een serie gedichten voor over laaggeletterdheid, speciaal geschreven voor een inspiratiebijeenkomst voor Het Jaar van de Taal, waarin gemeente Rotterdam extra inzet op het terugdringen van laaggeletterdheid. Het is het tweede werk dat Vegter maakte als Stadsdichter van Rotterdam, naast haar inauguratiegedicht, waarin ze 22 regels voor Rotterdam schreef.

Vanuit haar werkkamer luistert Vegter mee naar een stadsgesprek van Wijk aan Zet, een discussie over democratie in de wijken. Ze zal daar uiteindelijk op 5 maart een gedicht voor schrijven en zit nog vol in de voorbereidingen. De stemmen uit de luidspreker van de laptop klinken schel: het gaat er pittig aan toe tussen bewoners en gespreksleiders, ambtenaren en wethouder. Uiteindelijk schrijft ze op basis van deze gesprekken nog eens twee keer 22 regels. Een set dichtregels dat voortborduurt op haar eerste gedicht, en een set met geboden voor bestuurders, zoals:

3. Gij bent niet geobsedeerd door macht

Hoe maak je een gedicht over dit soort online bijeenkomsten?

“Ik moet veel schiften in mijn hoofd, over hoe ik beelden naar een gedicht vertaal. Dit onderwerp leent zich niet makkelijk voor poëzie. Beleidstaal, bestuurslagen, democratiseringsprocessen. Toch: daaronder liggen natuurlijk de wensen van de burger; hoe wonen wij hier met elkaar en welke grenzen zitten daar aan? Dit soort discussies behandelen overspannen materiaal, met veel emoties. Daar kan ik als dichter wel wat mee. Ik moet het materiaal zo dicht bij mezelf halen dat de lezer denkt: o fuck ja, dit gaat over mij.”

“Wat ik hier hoor is dat de weg van de Coolsingel naar de wijk toe heel moeilijk is. Ik ben blij dat ik geen bestuurder ben. Beloftes zijn kostbaar. Als je er niet op aanspreekbaar bent, doe je iets niet goed.”

6. Gij maakt reclame voor de WOB

Je bent de achtste Stadsdichter van Rotterdam. De komende twee jaar beschouw en beschrijf je de stad. Maar wie jouw bundels leest komt heel dicht bij je, omdat je zo persoonlijk schrijft. Is het dan lastig om de stad te dienen?

“Ik heb veel inlevingsvermogen, waar weinig rem op zit. Dat is soms vermoeiend, maar als dichter helpt taal daarin te selecteren. Poëzie is eigenlijk een selectieproces. Een soort iconiseren van bepaalde indrukken en dat koppelen aan bestaande beelden. Ik heb geleerd om met clichés te werken zonder me daarvoor te schamen. Het gedicht dat ik schreef voor de opening van Jaar van de Taal ging over de ontreddering. Het gevoel dat je zou kunnen krijgen wanneer een tekst plotseling in een volstrekt onbekende taal geschreven zou zijn, en je de weg dus kwijt bent. Daar kan ik me wel in vinden. Dat je dan maar op je werk zegt dat je je bril vergeten bent, en daarom dus even niet kunt voorlezen of doorlezen. Of dat je niets zegt over de e-mail waarin een belangrijke afspraak staat, die je dus niet hebt gehaald. Het gevoel dat de letters niet voor jou bestemd zijn en je eigenlijk niet deelneemt.”

“Ik geloof wel dat het de taak van een dichter moet zijn om universele uitspraken te doen over gedeelde gevoelens. Ik zal nooit voor iedereen kunnen spreken, maar ik ga wel mijn best doen. Nu zit ik bijvoorbeeld ineens in de wereld van wijkteams, hulpvragen en achterstanden. Daar had ik nog geen weet van. Er is nog steeds veel bij te leren, ook na dertig jaar wonen in Rotterdam.”

13. Gij gebruikt nooit meer het woord “verwachtingsmanagement”

Is de titel Stadsdichter eigenlijk een degradatie als voormalig Dichter des Vaderlands?

“Tot mijn verbazing wordt me dit vaker gevraagd. No way. Dat zou niet eens bij me opkomen. Het is eigenlijk moeilijker om zo ver in te zoomen. Op mijn directe omgeving reflecteren is confronterend. Veel confronterender. Het is een fantastische eervolle opdracht om iets over je eigen stad te mogen zeggen. Om hier te zoeken naar verbinding en eigenaarschap.”

(Met veel nadruk:) “Ik vind het héél leuk dat ik dit mag doen. Voor mij is het geen degradatie, maar juist erkenning.”

Heb je meteen ja gezegd?

“Nee, want ik wilde een aantal zaken goed geregeld hebben. Met name dat iedereen zou zien dat het een vak is waar je voor betaald wordt. Fair pay. We moesten daarom eerst onderhandelen dat er meer geld voor deze aanstelling zou worden vrijgemaakt. Dat vind ik ook belangrijk voor de dichters die na mij komen, daarom ging ik er met gestrekt been in. En de boodschap werd omarmd.”

15. Gij reageert verbluffend snel op ongevraagd advies

Rotterdam is al eens eerder de stad van de poëzie genoemd. We leverden drie Dichters des Vaderlands op een rij (Nasr, Vegter en Perquin), staan bekend om onze spoken word-artiesten en we huizen het Poetry International. Wat denk jij daarover?

“Ik denk dat er enorme tegenstellingen zijn in Rotterdam, tussen arm en rijk, hoeveel kansen je hebt. Eén op de vijf Rotterdammers kan niet goed lezen en schrijven – een schrikwekkend aantal. Het is dus niet de stad der letteren, we hebben niet eens een letterenfaculteit. Aan de andere kant: we hebben Poetry Circle, Woordnacht, Djemaa el Fna, HipHopHuis, spoken word, Passionate, Poetry International, Frontaal en dan vergeet ik nog een aantal podia. En toch is het geen geletterde stad.”

“Als stadsdichter kan ik dat niet veranderen. Maar ik wil wel die pijn benoemen. Als ik pijn verwoord en omschrijf dan schuilt daar de troost in dat je gezien wordt. Dat is een piepklein beetje verlichting. En ik kan met mijn taal het vlees indringen van bestuurders, op de pijnpunten wijzen.” 

“De stad zal ik wel niet redden, maar taal kan je een ervaring geven van erkenning en identiteit. Het is een heel machtig middel, ook om een sterke democratie te creëren in de stad. De stad heeft groot zeer en klein zeer. Ik vind het typisch te taak van een Stadsdichter om daar woorden aan te geven. In mijn inauguratiegedicht eindig ik mijn 22 regels voor Rotterdam met een citaat – jat ik gewoon – van Adam Zagajewski: ‘Probeer de verminkte wereld te bezingen.’ Dat is wat ik doe.”

393A0153a_online
Beeld door: beeld: Florine van Rees

Om dat te doen zei je eerder dat je in de haarvaten van de stad wil kruipen. Je gaat de komende twee jaar op een elektrische scooter verschillende wijken bezoeken. Wat ben je van plan?

“Er zijn 21 bibliotheken in de wijken. Daar willen we een soort spreekuur houden – beetje een raar woord, maar in elk geval willen we daar met de mensen in gesprek. En vergis je niet: het is niet zo dat ik daar van alles kom brengen, ik kom daar om te luisteren. Social mining, dat begrip heb ik laatst geleerd.”

20. Gij zult vrijpostig en gul budget aanreiken en tips van bewoners vragen

En wanneer is jouw taak als stadsdichter voltooid?

“Dat zou leuk zijn, dat ik een gedicht schrijf dat alle andere gedichten overbodig maakt. Nou ja, in principe denk ik bij elk gedicht – dat moet ook – ‘beter dan dit wordt het niet’. En daarna ga ik weer naar een volgende. Maar voor de stad?”

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Wil je iets bereiken?

“Ik wil voor elk van die 21 bibliotheken een regel schrijven, die dan voortborduurt op de volgende. Zo laat ik een stadsgedicht achter op de ramen, door heel Rotterdam heen. En ik wil graag dat Aboutaleb mijn stadsgedichten in het Arabisch vertaalt. Maar dat is concreet. Ik wil eigenlijk een ander antwoord geven.” Het blijft lang stil. “Ik dacht eerst dat dit een leuke vraag was, maar dit is een vreselijke vraag. Mag ik je hierover mailen?”

Na een week komt er een bericht binnen: “Zagajewski overleed het afgelopen weekend. Nu moeten we nog luider die verminkte wereld bezingen. Daarmee bereik je niet iets, maar wel iemand. Dat is wat dichters doen.”

DSC07243-Hilde-Speet

Lees meer

Dean Bowen is de nieuwe stadsdichter: “Ik heb oor en oog voor de meervoudigheid van de stad”

Dean Bowen (34) is de nieuwe stadsdichter van Rotterdam.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

IMG_2709

Basia Dajnowicz

Basia Dajnowicz (1988) is na de Achterhoek, Arnhem en Antwerpen eindelijk in Rotterdam terechtgekomen. Die krijg je hier nooit meer weg. In het dagelijks leven rammelt ze op haar toetsenbord en maakt ze domme grappen.

Profiel-pagina
10547749_10154894484515486_7617606655025449823_o_1000

Florine van Rees

Fotograaf

Florine van Rees (1988) is afgestudeerd als modevormgever en benut haar kennis in de beeldvorming. Met een modische blik benadert ze documentaire onderwerpen in de fotografie. Een samenspel van kleur, contrast, textuur en lijnen staat hierin centraal. Naast haar werk als fotograaf mede-beheert Florine ook het online magazine www.slash-zine.com waar vooral inspiratie gedeeld wordt.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.