Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Remon Mulder – Sociale veerkracht door gebiedsontwikkeling – 2020
Beeld door: beeld: Rémon Mulder

Nederland is de afgelopen jaren ongelijker geworden en in toenemende mate ‘ontmengd’. De ongelijkheid slaat naast economisch ook op verschillende schaalniveaus ruimtelijk neer. Er tekent zich steeds meer een samenleving van twee snelheden af, waarin sociaaleconomisch sterke groepen en groepen die het minder hebben elkaar minder en minder tegenkomen. Deze ontmenging is een stress die de sociale veerkracht van de Nederlandse samenleving in gevaar brengt en deze daarmee op verschillende schalen destabiliseert. Alleen als verschillende groepen elkaar blijven tegenkomen, ontstaat er – de voor een samenleving noodzakelijke – samenhang als basis voor sociale veerkracht.

In dit essay ga ik eerst in op het begrip sociale veerkracht, vervolgens duid ik het proces van ontmenging en verlies van samenhang in Nederland in de afgelopen decennia. Ik stip een aantal grote ontwikkelingen aan die hieraan ten grondslag liggen. Ook laat ik zien wat de effecten van deze ontwikkelingen zijn voor de sociale veerkracht van de Nederlandse samenleving. Ik sluit af met aanbevelingen voor de praktijk van gebiedsontwikkeling.

Sociale veerkracht als ‘erbij horen’

We kunnen de Nederlandse samenleving bekijken met sociale veerkracht als bril. Daarvoor is belangrijk om het begrip ‘veerkracht’ eerst wat beter te duiden. Waar vroegere definities van veerkracht zich richten op de snelheid van terugkeren naar dezelfde stabiele staat of balans (engineering resilience), of de grootte van de schok die een systeem kan absorberen om terug te keren naar hetzelfde of een nieuw evenwicht (ecological resilience), gebruik ik de socio-ecologische of evolutionaire interpretatie van veerkracht.

Evolutionaire veerkracht verwerpt de notie van evenwicht in systemen en gaat ervan uit dat de aard van systemen constant aan verandering onderhevig is. Veerkracht wordt hier niet begrepen als een terugkeer naar een ‘normaal’, maar als “het vermogen van complexe sociaal-ecologische systemen om te veranderen, aan te passen en, cruciaal, te transformeren als reactie op shocks en stresses1”.

Verder inzoomend op het begrip sociale veerkracht, geven sociologen Peter A. Hall en Michèle Lamont de volgende omschrijving van dit begrip: “Onze voornaamste zorg betreft welzijn in brede zin en hoe dit wordt verzekerd door groepen mensen die min of meer met elkaar verbonden zijn in een organisatie, klasse, raciale groep, gemeenschap of land. Overeenkomstig gebruiken we de term sociale veerkracht om een ​​resultaat aan te duiden waarin de leden van een groep hun welzijn behouden ondanks de uitdagingen die ermee te maken hebben. We definiëren welzijn in brede zin en omvatten fysieke en psychologische gezondheid, materieel levensonderhoud en het ‘gevoel van waardigheid en erbij horen’ dat hoort bij een erkend lid van de gemeenschap zijn.” 

Deze omschrijving legt niet alleen de nadruk op het welzijn van het individu, maar richt zich ook nadrukkelijk op het belang van onderdeel te zijn van een groep en de capaciteit van de groep om voor welzijn te zorgen. Dit begrip van sociale veerkracht is wezenlijk om de ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving te analyseren. Juist ‘erbij horen’ is in toenemende mate een gevoelig punt in Nederland. Verder stellen zij dat goede sociale netwerken op verschillende manieren de sociale veerkracht versterken. Er zijn dan namelijk altijd mensen bereid anderen te helpen.

Bedreigingen voor de sociale veerkracht van Nederland

Nederland is de afgelopen decennia in toenemende mate ‘ontmengd’. De ongelijkheid tussen groepen is toegenomen en verschillende groepen komen elkaar steeds minder tegen. Er is een veelheid aan factoren als oorzaak hiervan aan te wijzen. Veel rapporten en cijfers gaan in op de geografische uitsortering van groepen onder invloed van schaarse ruimte en prijzen, maar er zijn ook factoren van meer sociologische aard die van invloed zijn op ontmenging. Ik stip daarom enkele grote ontwikkelingen aan die effect hebben op de ontmoeting tussen verschillende groepen in verschillende schaalniveaus in Nederland. 

Globalisering en een verlies van thuisgevoel

Mensen hebben van nature de behoefte om ergens bij te horen en zoeken mensen op die op hen lijken. Het vormen van een groep gaat gepaard met het ‘insluiten’ van sommigen, en het ‘uitsluiten’ van anderen die minder goed bij de groep passen. Dit proces van in- en uitsluiting wordt treffend beschreven in de uiteenzetting over ‘thuis voelen’ door socioloog Duyvendak. Hij beschrijft dat thuis voelen niet alleen gaat over het comfortabel zijn in je eigen woning, maar ook om je ‘publiekelijk’ thuis te voelen: een gevoel van thuis in de gemeenschap. 

Dit linkt sterk aan een onderdeel van de definitie van sociale veerkracht. Een thuisgevoel bindt een individu of een gemeenschap aan een bepaalde plek. Duyvendak schrijft dat thuis voelen in de eigen, private woning tot weinig problemen leidt, maar “…de publieke manifestatie van thuisgevoelens door een exclusieve groep op een grondgebied dat als hun eigendom wordt geclaimd, kan veel problematischer zijn”. 

Zo leidt de toegenomen mobiliteit tussen landen door globalisering in Nederland bijvoorbeeld tot problemen rond immigratie. De autochtone bevolking voelt zich soms bedreigd in hun thuisgevoel door immigranten die ‘anders’ zijn, en niet aan hun normen en waarden voldoen, schrijft Duyvendak. Dit wakkert populisme en nationalisme aan. Niet alleen op nationaal niveau: vergelijkbare processen van angst voor het verlies van identiteit en ontheemding door de influx van ‘vreemdelingen’ spelen bijvoorbeeld op buurtniveau. 

Bepaalde uitspraken van Wilders komen de sociale veerkracht van de Nederlandse samenleving niet ten goede

Tegelijkertijd voelen de nieuwkomers zich buiten de samenleving geplaatst. Dit gebeurt op landelijk niveau, denk bijvoorbeeld aan de beruchte uitspraak van Geert Wilders over Marokkanen (ANP & NU.nl), maar ook op lokaal niveau, als bijvoorbeeld iemand door een Marokkaanse achternaam niet wordt uitgenodigd voor sollicitatiegesprekken. 

De uitspraak van Wilders heeft een effect op het niveau van die individuele Nederlander met een Marokkaanse achtergrond: die kan zich voelen alsof er in Nederland geen plek voor hem is. Kijkend naar de definitie van sociale veerkracht, komt dit de sociale veerkracht van de Nederlandse samenleving niet ten goede. Andersom zal de frustratie van de persoon die niet uitgenodigd wordt voor sollicitatiegesprekken ook niet bijdragen aan een veerkrachtigere samenleving. Integendeel: als dit kleinschalige voorbeeld zich veel vaker voordoet bij verschillende mensen, kan dat ertoe leiden dat het systeem op een hoger schaalniveau instabiel wordt. 

Een wereld van sociale bubbels

De afgelopen decennia hebben (groepen) mensen manieren gevonden om om te gaan met deze ‘angst voor de ander’: ze zijn hun eigen leefwereld gaan samenstellen. Politicoloog Maarten Hajer en socioloog Arnold Reijndorp beschrijven: “De samenleving is geworden tot een archipel van enclaves waarbij mensen met verschillende achtergronden steeds effectievere strategieën hebben ontwikkeld om de mensen die ze willen ontmoeten te ontmoeten, en de mensen die ze willen mijden te mijden”. De verplaatsingen tussen de plekken van ontmoeting met gelijkgestemden gebeurt in toenemende mate ‘capsulair’, hetzij in letterlijke zin door bijvoorbeeld het pakken van de auto, hetzij in figuurlijke zin door afsluiting van de buitenwereld met een koptelefoon op. Uitwisseling tussen groepen vindt als gevolg hiervan steeds minder plaats. 

Ook het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) zien een kloof tussen groepen in Nederland, met name langs de scheidslijnen van hoog- en laagopgeleid. Uit hun rapport “Gescheiden werelden?” blijkt dat de kloof nog niet zo groot is als bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, maar dat er aanwijzingen zijn dat deze wel groeit. In West-Europese landen blijkt de toenemende polarisering juist over globaliseringskwesties – zoals immigratie – te gaan. Daar komt nog eens bij dat met de opkomst van ICT en sociale media de ‘bubbels’ van elkaar steeds minder ontmoetende groepen waarschijnlijk alleen maar sterker worden (zie het rapport “De Toekomst Tegemoet” van het SCP in 2016). 

De steeds sterker wordende sociale bubbels duiden niet per se op een minder sterk sociaal netwerk, maar wel op een steeds homogener netwerk. Kijkend naar het laagste schaalniveau van de panarchie, is dit voor mensen in groepen met een sterke sociaaleconomische positie vaak niet erg. Voor mensen met meer kwetsbare positie is het lastiger, zeker als hun netwerk vooral bestaat uit mensen die het ook lastig hebben. Die kunnen dan ook niet zomaar bijspringen. 

Op het schaalniveau van Nederland ontstaat er ook een probleem. Als de mensen die het goed hebben alleen maar in contact komen met gelijkgestemden en niet met ‘de ander’, is het dan wel mogelijk empathie op te bouwen voor die groepen? Blijft de ‘bovenklasse’ nog wel bereid om een groot deel van hun belasting af te dragen om de ‘onderklasse’ te ondersteunen, als ze niemand in zo’n situatie meer kennen? Zelfs Barack Obama heeft hier de noodklok al eens over geluid (zie dit artikel van Leo Van Marrewijk in 2016). 

De Franse socioloog Wacquant laat zien dat deze zorgen inderdaad terecht zijn, aan de hand van onderzoek naar minderheden en achterstandswijken. Hij beschrijft een proces waarbij, onder invloed van neoliberalisme, de overheid mensen steeds minder vooruit probeert te helpen en tegelijkertijd juist steeds meer en harder straft. Mensen krijgen bijvoorbeeld steeds minder gemakkelijk een uitkering, en het aantal gedetineerden is in veel westerse landen sinds de jaren ’80 flink gestegen. Oftewel: empathie tussen groepen blijkt een zeer belangrijke schakel in sociale veerkracht van Nederland, en juist die empathie lijkt door een gebrek aan ontmoeting tussen groepen af te brokkelen.

Neoliberalisme en (ruimtelijke) ontmenging

De laatste belangrijke drijver van de ontmenging van de Nederlandse samenleving is de opkomst van het neoliberalisme. Vanaf de jaren ’80 werd de verzorgingsstaat die na de Tweede Wereldoorlog was opgebouwd langzaam ontmanteld en trok de overheid zich steeds meer terug. Dit heeft er de afgelopen jaren voor gezorgd dat niet alleen de sociaaleconomische verschillen tussen groepen zijn vergroot, maar dat deze verschillen ook steeds meer ruimtelijk neerslaan. 

Met name steden worden in steeds mindere mate toegankelijk voor bepaalde groepen. Zo wordt in de publicatie ‘Toegang tot de Stad’ van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur de terugtredende overheid als belangrijkste reden aangestipt dat de stad in steeds mindere mate voor iedereen toegankelijk wordt. De Rli beschrijft dat de betaalbaarheid en toegankelijkheid van wonen, vervoer en publieke voorzieningen onder druk staan voor niet alleen de traditioneel kwetsbare groepen, maar ook voor de middeninkomens. Ze stelt dat “de toenemende verschillen tussen burgers in de stad ongerechtvaardigd zijn en verder toenemen bij ongewijzigd beleid”. 

Ook stadsgeografen Hochstenbach en Musterd zien dat door ‘staatsgeleide gentrificatie’ – in hun optiek emblematisch voor neoliberaal huisvestingsbeleid – groepen met een lagere sociaaleconomische positie steeds minder gemakkelijk een huis in de stad kunnen bemachtigen. Dit alles zorgt ervoor dat groepen met een hoge en lage sociaaleconomische status – waartussen de kloof qua belevingswereld al steeds groter wordt – ook nog eens ruimtelijk steeds meer van elkaar gescheiden raken. Dit geldt niet alleen voor het schaalniveau van de stad, maar ook op de buurt- en landelijke schaal. 

In extreme gevallen kan onbegrip en uitsluiting leiden tot rellen (denk aan de rellen in verschillende buurten, zoals de Haagse Schilderswijk en het Utrechtse Overvecht, in de zomer van 20202) – te interpreteren als een shock – die hun weerslag hebben op de landelijke media en politieke beleids- en besluitvorming. Kortom: angst en onbegrip voor de ander leiden tot spanning in de Nederlandse samenleving, op verschillende schaalniveaus die op elkaar inwerken.

Drie ontwikkelingen

Samenvattend zijn er een aantal ontwikkelingen die de samenhang tussen groepen in de Nederlandse samenleving op verschillende schaalniveaus aan het wankelen brengen. Ten eerste voelen veel Nederlanders zich onder invloed van globalisering en immigratie bedreigd in hun collectieve thuisgevoel. Dit leidt tot schuring tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ bewoners van buurten, steden en zelfs op de schaal van Nederland. 

Ten tweede zijn groepen steeds effectiever geworden in het samenstellen van hun eigen leefwereld, waarbij mensen die op jezelf lijken worden opgezocht en de spreekwoordelijke ander wordt gemeden. Hierbij brokkelt de empathie tussen groepen gaandeweg af. Ten derde hebben de effecten van neoliberaal beleid en de terugtrekking van de overheid op diverse terreinen geleid tot sociaaleconomische en ruimtelijke ontmenging. 

De beschreven ontwikkelingen zijn los te onderscheiden, maar ze beïnvloeden elkaar in sterke mate. Daarnaast is de samenleving onder invloed van deze ontwikkelingen constant in verandering, op alle schaalniveaus: immigranten blijven komen, het dominante politiek-economisch systeem blijft veranderen, er komen ontwikkelingen die zorgen voor een versterking van de sociale bubbels én juist ontwikkelingen die er doorheen prikken. Er is geen evenwicht en geen normaal.

Schaalniveaus van ontmoeting

De systemen van land, stad en (concrete interacties in de) buurt hangen samen en beïnvloeden elkaar. Van nature zoeken gelijkgestemden elkaar op. Het logische schaalniveau hiervoor zijn de concrete interacties op buurtniveau, want daar kan iemand zich omringen met ‘ons-soort-mensen’. Dit zien we dus ook in toenemende mate gebeuren op het niveau van de stad. Steeds meer steden, met name nabij het centrum, zijn slechts bereikbaar voor sociaaleconomisch sterke groepen. 

Als we elkaar in de buurt of de stad niet meer tegenkomen, wat zorgt er dan voor dat we elkaar op het landelijk niveau nog willen helpen?

Op het niveau van Nederland zullen we het echter ‘met elkaar moeten doen’. En als we elkaar in de buurt of de stad niet meer tegenkomen, wat zorgt er dan voor dat we elkaar op het niveau van Nederland nog willen helpen? Als de onderklasse en bovenklasse in gescheiden werelden leven, kunnen we nog sociaal veerkrachtig blijven?

Toch is het goed om dit in perspectief te plaatsen. Nederland is lang niet zo gesegregeerd als sommige andere landen. Nederland kent geen banlieues of getto’s. Er wordt zelfs gesuggereerd dat meer gemengde steden, zoals de Nederlandse, nog niet te maken hebben gehad met shocks als grote aanslagen (terwijl dat wel geldt voor meer gesegregeerde steden als Brussel, Londen of Parijs), juist omdat in gemengdere steden groepen elkaar nog tegenkomen. Verder is het goed om aan te stippen dat contact tussen groepen niet automatisch leidt tot onderling begrip.

Desondanks moeten we anticiperen om veerkrachtig te blijven. Als de stress ontmenging verder doorzet, destabiliseert de samenleving verder en wordt de kans op shocks zoals rellen of andersoortig geweld tussen groepen aanzienlijk vergroot. Daarom moeten we op verschillende schalen het tij keren. 

Buurten mogen best enigszins homogeen zijn, want dat leidt voor veel mensen tot een gevoel van ‘erbij horen’. Maar juist de concrete interactie met vreemden op deze schaal kan leiden tot wederzijdse herkenning en vertrouwdheid. Functies als een supermarkt of een station spelen een belangrijke rol in het creëren van deze ‘publieke familiariteit’. 

De schaal van de stad is bij uitstek de schaal waar juist de ontmoeting met vreemden regelmatig plaats moet vinden, bijvoorbeeld in een diverse en gemengde binnenstad. In lijn met het advies van de Rli moeten we daarom zorgen dat deze voor iedereen toegankelijk blijft. Op de schaal van Nederland tenslotte is niets meer passend dan dit citaat van Duyvendak: “Je thuis voelen in de nationale staat is dus het vermogen om comfort te ervaren onder relatieve vreemden”. Want, relatieve vreemden – die vertrouwder voelen door regelmatige ontmoeting op de schaal van de buurt of stad – zorgen voor meer sociale veerkracht op samenlevingsniveau dan totale vreemden.

Sociale veerkracht in gebiedsontwikkeling

Hoe kunnen we in de praktijk van gebiedsontwikkeling een bijdrage leveren aan de sociale veerkracht? Hoewel verre van compleet, geef ik daarvoor drie aanbevelingen.

Homogene buurten, gemengde wijken

Allereerst is het helemaal niet verkeerd om toe te geven aan de wens om te wonen onder gelijkgestemden. Maar op een groter schaalniveau is de ontmoeting tussen groepen wél essentieel voor sociale veerkracht. Het principe kan daarom zijn: homogene buurten, gemengde wijken. Natuurlijk is de buurt een moeilijk formeel te definiëren entiteit. Het gaat erom dat hier het publiekelijke thuisgevoel ontstaat, doordat mensen in de straat bijvoorbeeld redelijk vergelijkbare levens leiden. 

Dit betekent dat het niet noodzakelijk is om bij elke plek die ontwikkeld wordt te eisen dat er altijd een bepaalde mix aan sociaal, middelduur en duur in zit, zolang er op gebiedsniveau maar een bepaalde graad van menging ontstaat. Bewoners voelen zich dan comfortabel onder ‘mensen zoals zij’, maar komen toch af en toe in contact met ‘de ander’. Het is aan de gemeente om deze balans in het oog te houden, in samenwerking met woningcorporaties en ontwikkelaars.

Een voorbeeld hiervan is het project Le Medi in de Rotterdamse wijk Bospolder-Tussendijken, een wijk met een groot aandeel sociale huur. In 2008 zijn in deze wijk 93 koopwoningen gebouwd, bedoeld voor de stedelijke middenklassen en sociale stijgers. De nieuwe – wat culturele achtergrond betreft overigens diverse – buurt functioneert mede door de architecturale vormgeving als een domein voor die specifieke groep, en mensen wonen er tevreden. Tegelijkertijd maken de bewoners gebruik van de voorzieningen in de wijk en komen daar in contact met andere groepen, zagen onderzoekers Bosch, Sleutjes & Ouwehand. Andersom geldt ook dat in wijken met een groot aandeel dure woningen het toevoegen van goedkopere woningen soms een goed idee is. 

In wijken met een groot aandeel dure woningen is het toevoegen van goedkopere woningen soms een goed idee

Raakvlakken tussen buurten

Ten tweede betekent ‘homogene buurten, gemengde wijken’ dat er op bepaalde plekken raakvlakken tussen buurten ontstaan. Juist deze raakvlakken tussen buurten met verschillende groepen zijn belangrijk voor de interactie. De openbare ruimte, zoals een park, kan een belangrijke rol spelen in het bij elkaar brengen van groepen, mits deze zich leent voor verschillende typen gebruik. Het verdient dus aanbeveling om bij het ontwerpen van de openbare ruimte nadrukkelijk oog te hebben voor de sociale compositie van buurten en wijken. Ook functies als de eerder genoemde supermarkt kunnen op de grens tussen twee buurten juist leiden tot publieke familiariteit, ofwel vertrouwdheid tussen groepen. 

Opnieuw een Rotterdams voorbeeld: de Konak Döner Kebab aan de achterkant van het nieuwe Rotterdam Centraal. Het gebouwtje oogt misschien wat troosteloos op een verder prachtige plek, maar het is er vaak druk met mensen van divers pluimage. De Konak zit op een kruispunt van allerlei verschillende groepen en vervult als ontmoetingsplek een belangrijke sociale functie. Gemeente, vastgoedeigenaren en ondernemers moeten zich niet blind staren op hippe koffietentjes met gladgestreken glazen gevels voor de cappuccinoslurpende bovenklasse. Juist functies die meerdere groepen trekken op onverwachte plekken, kunnen tot uitwisseling leiden en daarmee een belangrijke basis bieden voor sociale veerkracht.

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Toegankelijke steden voor iedereen

De derde en belangrijkste aanbeveling geldt voor alle partijen die actief zijn in steden: zorg dat steden voor iedereen toegankelijk blijven, of het nu wonen, werken, recreëren of reizen betreft. Zorg samen met de markt voor voldoende woningen in verschillende segmenten. Zet op gebiedsniveau in op van goedkoop tot duur. Heb niet alleen oog voor hoogopgeleid kantoorwerk in de stad, maar ook voor praktisch geschoolde arbeid die op bedrijventerreinen plaatsvindt. Omdat bedrijfslocaties niet altijd het meeste opleveren, bestaat het risico dat deze door het sturen op maximale opbrengst verdwijnen. Maar verdwijnt het praktisch geschoold werk uit de stad, dan is de kans groter dat de werknemers mee de stad uit verdwijnen. De gemeente heeft middelen in handen om te sturen op behoud van bedrijventerreinen in de stad, bijvoorbeeld met bestemmingsplannen. 

Daag daarnaast de markt uit om met voorstellen van combinaties tussen (maak)bedrijven met woningen te komen. Bied een divers palet aan voorzieningen aan, en richt je niet alleen op de jonge hoogopgeleiden. Heb oog voor functies die verschillende groepen bij elkaar brengen, zoals de Konak Döner Kebab. Zorg tenslotte dat reizen betaalbaar blijft. Goed en betaalbaar openbaar vervoer is bijvoorbeeld voor veel mensen essentieel om deel te kunnen nemen aan de stedelijke samenleving.

Deze aanbevelingen beogen een stedelijke samenleving waar verschillende groepen mensen zich publiekelijk thuis kunnen voelen, maar zich ook af en toe geconfronteerd zien met mensen die anders zijn dan zij. Dit leidt op lokaal niveau niet altijd tot begrip, soms zelfs tot schuring. Maar juist het elkaar tegemoet treden op het niveau van de buurt of de stad, zorgt ervoor dat op het aggregatieniveau van de Nederlandse samenleving als geheel groepen geen totale vreemden van elkaar zijn – en daarmee voor sociale veerkracht. 

Een langere versie van dit artikel is eerder gepubliceerd op het platform Gebiedsontwikkeling.nu

WhatsApp Image 2019-11-14 at 17.05.55

Lees meer

Stad in coronatijd: twee talkshows van Vers Beton en OPEN Rotterdam

Studio Stadmaken is terug: op 14 en 21 januari buigen we ons over de stad in coronatijd.

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. vrij vertaald citaat uit Davoudi, 2012, p.302, refererend aan Carpenter et al., 2005. ↩︎
  2. het ging hier om rellen die voortkwamen uit het niet naleven van de coronamaatregelen. Niet toevallig echter vonden de rellen veelal plaats in vrij gesegregeerde, sociaaleconomisch minder sterke wijken. De belevingswereld van deze bewoners sluit niet altijd aan bij die van andere groepen in de samenleving. Het politieke debat hierover, dat op verschillende schaalniveaus werd gevoerd (landelijk en stedelijk), ging onder andere over harder ingrijpen en harder straffen ↩︎
Dries Zimmermann

Dries Zimmermann

Dries Zimmermann werkt als planoloog bij de gemeente Rotterdam en woont in de stad waar hij voor werkt. Hij studeerde stedenbouwkunde aan de TU Delft en stadssociologie aan de UvA en probeert in zijn werk dan ook de verbinding tussen het fysieke en het sociale domein te leggen.

Profiel-pagina
Avatar-remon-mulder

Rémon Mulder

Illustrator

Rémon Mulder (1994) is een dromer en een tekenaar. Hij houdt zich als stedenbouwkundige graag bezig met de stad. Hij gebruikt zijn tekeningen tijdens het ontwerpen om de verbeelding van de toeschouwer aan te wakkeren, en een toekomstige wereld te onthullen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.