Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Robin Duister – Column Jiska Engelbert – 2020
Beeld door: beeld: Robin Duister

Bijna een jaar geleden publiceerde schrijver en activist Naomi Klein een prachtige analyse in webzine The Intercept. Daarin liet ze zien hoe technologie-giganten, de zogenaamde big tech, de covid-pandemie gebruiken om nóg verder en makkelijker toegang te krijgen tot de besturen van Amerikaanse steden en tot de data van haar bewoners.

Klein staat daarin stil bij een bizar tafereel. Tijdens een persconferentie laat Andrew Cuomo, de gouverneur van de staat New York, virtueel via een scherm Eric Schmidt invliegen. Schmidt is oud-CEO van Google en nu speciaal gezant van Silicon Valleys belangen in politiek Washington.

De gouverneur vertelt vervolgens dat hij Schmidt formeel heeft verzocht om te kijken hoe de meest geavanceerde datatechnologieën “van eigen bodem” breder en beter ingezet kunnen worden. Bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, het onderwijs en het openbaar bestuur van New York. Klein laat ons nadenken over het belang van deze vertoning: hoe de hoeder van corporate Silicon Valley (Schmidt) hier mee kan deinen op het democratische aura van een gekozen machthebber (Cuomo). Hij decoreert zichzelf hier bovendien met een aura van barmhartigheid en publiek dienaarschap – niet in de laatste plaats door een paar ingelijste engelenvleugels, die pontificaal op de wand van Schmidt’s kantoor prijken.

Ook dicht bij huis doen technologiebedrijven zich voor als dienaar van de publieke zaak. Terwijl die bedrijven maar één doel hebben: kapitaal en macht vergaren door de productie, koppeling en circulatie van data. Zo wil een bedrijf als Mastercard dat steeds meer digitale credit-transacties in steden – bijvoorbeeld om voor het gebruik van openbaar vervoer te betalen – via haar datatechnologie gebeuren. 

Ook lobby’t een glasvezelbedrijf als Eurofiber, dat in 2019 zo’n 181 miljoen euro winst maakte en de gemeente Rotterdam als klant heeft, er bij overheidsinstanties en publieke instellingen voor dat zij zoveel mogelijk van hun diensten digitaal gaan aanbieden. Hun glasvezelnetwerk biedt daarvoor namelijk het vereiste razendsnelle internet. 

“Inclusief” en “eerlijk”

We spreken niet zo snel over bedrijven als Mastercard of Eurofiber als big tech. Ze roepen minder ethische zorgen over privacy en manipulatie op dan content-platforms zoals Facebook dat doen.

Maar voor deze aanbieders van digitale hard- en software en consultancy (waar Microsoft, Cisco en KPMG bijvoorbeeld ook toe behoren) is de omarming van het ideaal van een digitale, ‘slimme’ stad onontbeerlijk. Die stad kan immers mogelijk worden gemaakt met de producten en diensten die zij aanbieden. 

Juist voor deze bedrijven is het daarom cruciaal dat wij – Rotterdam – hen als good guys zien. Als wezenlijk anders dan de bad guys van de contentplatforms. Dat doen die bedrijven door flink te investeren in corporate social responsibility (CSR)  én door te claimen dat hun producten leiden tot een stedelijke netwerken die “inclusief”, “eerlijk”, of “open” zijn.

Die CSR en presentatietechnieken lijken op het heilige aura waarmee Eric Schmidt zichzelf decoreerde. En ook hier hangt het succes van de pogingen om als publiek diener over te komen, af van de ruimte die bedrijven krijgen, om gebruik te maken van het democratische aura van stadsbestuurders en ambtenaren. Die ruimte krijgen ze te veel en te makkelijk van Nederlandse steden.

Superkrachten

Zo presenteerde Mastercard in 2018 haar (CSR-) initiatief City Possible, waarin het de “superkrachten” van steden in haar netwerk verbindt, om gezamenlijk maatschappelijke uitdagingen te adresseren. Wel heeft een stad volgens Mastercard pas superkrachten wanneer die stad een formeel partnerschap met het bedrijf heeft. En laat het nou (natuurlijk) Amsterdam zijn die dat in Nederland heeft gedaan.

Daardoor opereert haar Chief Technology Officer nu tijdens internationale smart city fora, bijvoorbeeld in New York, als uithangbord voor City Possible. En geeft hij het bedrijf daarmee de zo nodige vleugels van democratische legitimering.

Dit is geen typisch 020-probleem, het is ook 010. Ik schreef hier op Vers Beton al eerder over hoe glasvezelexploitant L2Fiber zich kon presenteren als goeddoener die “een beetje Rotterdammer” wil helpen “nu de deur naar de toekomst open te zetten” (die deur staat sinds kort overigens open voor T-Mobile).

Rotterdam doet mee aan de Smart City Challenge for Girls, waarmee Eurofiber zich kan profileren als stuwende kracht achter stedelijke gender-emancipatie

En denk bijvoorbeeld ook aan de “Smart City Challenge for Girls”, een jaarlijks terugkerend CSR-project van Eurofiber. Iedere deelnemende stad daagt daarin vijftig basisschoolmeisjes uit om slimme stad-toepassingen te ontwerpen. Mede door een partnerschap met VHTO (het expertisecentrum genderdiversiteit in bèta, techniek en IT) kan Eurofiber zich opwerpen als stuwende kracht achter stedelijke gender-emancipatie. Een imago dat aan verdere legitimiteit wint doordat de Gemeente zorgt dat Rotterdam meedoet. Door op het fotomoment te verschijnen. En door het juryrapport te onderschrijven, waarin het winnende team wordt geprezen omdat “naast techniek ook [is] gekeken naar het verdienmodel”.

Opgerekt

Het is te simpel om stadsbestuurders en ambtenaren te vragen zich niet in te laten met technologiebedrijven. Zeker in een wereld waar publiek-private samenwerking de norm is. Veel lastiger, maar belangrijker, is om ervoor te zorgen dat big tech die voor hun zo belangrijke vorm van kapitaal – onderdeel zijn van de publieke verbeelding – niet kunnen vergroten.

Daarvoor moet de definitie van big tech opgerekt worden: het is veel meer en tegelijk veel dichter bij dan Mark Zuckerberg. Ook moeten de ethische vraagtekens bij die big tech niet alleen over privacy en manipulatie gaan.

Maar bijvoorbeeld: over het gemak waarmee de digitale toekomst als fait accompli kan worden gepresenteerd. Over de intieme banden tussen politiek en bedrijfsleven. Of over de rol van tech start-up-ambassadeur Prins Constantijn, die als een ware Eric Schmidt de belangen van “tech NL” behartigt.

Alleen zo kunnen we zorgen dat de engelenvleugelen van big tech niet blijken te kunnen vliegen.

Vers Beton – Robin Duister – Column Jiska Engelbert – 2020

Lees meer

De Rotterdamse aanpak van geweld tegen vrouwen is vooral ornamentaal

Onze nieuwe columnist Jiska Engelbert over de Rotterdamse aanpak tegen straatintimidatie

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

engelbert_jiska_square

Jiska Engelbert

Jiska Engelbert (1979) werkt aan de Erasmus Universiteit. Ze is gefascineerd door de invloed van public relations en urban branding op beleid en besluitvorming in de (slimme) stad. Op deze plek zal ze kritisch door die bril naar ontwikkelingen in Rotterdam kijken.  

Profiel-pagina
Selfie-0417_574

Robin Duister

Illustrator

Robin Duister studeerde illustratie aan de Willem de Kooning in Rotterdam. Haar beelden zijn realistisch met een rauw randje. Op het eerste gezicht roepen ze vertederende gevoelens op, maar wie verder kijkt ziet dat haar werk niet zo onschuldig is als het lijkt. Robin Duister combineert hedendaagse beelden met elementen uit de popcultuur.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.