Voor de harddenkende Rotterdammer
Katja Poelwijk
Beeld door: beeld: Katja Poelwijk

“Vroeger wilde ik dokter worden, totdat ik bloed zag op tv. Daarna wilde ik schooljuf worden. Dat veranderde toen ik zelf kinderen kreeg”, vertelt Tasmara Monart. Sindsdien heeft ze weinig tijd meer gehad om verder te dromen. Na vijf jaar vrijwilligerswerk doen met een bijstandsuitkering, is een betaalde baan op zich al een droombaan. “Elke dag denk ik: zo, ik heb het toch ver geschopt.”

Tasmara – 37 jaar oud, moeder van vier dochters, geboren en getogen Rotterdammer – heeft sinds begin januari een zogenoemde wijkbasisbaan. Die baan, gecreëerd door de gemeente en werkgevers samen, is bedoeld voor mensen bij wie het niet lukt om op de reguliere arbeidsmarkt betaald werk te vinden. Tasmara werkt nu voor het project BelFleur: ze koppelt vrijwilligers aan oudere Rotterdammers die hulp nodig hebben bij van alles en nog wat. BelFleur is onderdeel van Wmo radar, een welzijnsorganisatie die in opdracht van de gemeente werkt in de gebieden Centrum, Delfshaven en Overschie.

Tasmara is een van de tot nu toe vier deelnemers van het kleinschalige experiment met wijkbasisbanen. Daarmee is Tasmara een van de pioniers van een nieuwe manier waarop de gemeente mensen vanuit de bijstand aan het werk wil helpen. De gemeente die normaal gesproken optreedt als bemiddelaar tussen de bijstandsgerechtigde en de arbeidsmarkt, wordt nu zélf de werkgever.

Eerlijke kans

Het plan werd ruim een jaar geleden voorgesteld door gemeenteraadsleden Duygu Yildirim (PvdA) en René Segers-Hoogendoorn (CDA) en is halverwege 2020 opgepakt door wethouder Richard Moti (werk en inkomen, PvdA), nog voordat de gemeenteraad over het voorstel van de twee raadsleden had gestemd. “We zien dat door corona de werkloosheid oploopt en dat er meer concurrentie ontstaat op de arbeidsmarkt. Als college willen we dat ook mensen die al lang in de bijstand zitten en langdurig werkloos zijn, een eerlijke kans krijgen op een betaalde baan”, legt Moti uit.

Het concept van de basisbaan werd begin 2020 opgenomen in een spraakmakend rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) genaamd Het betere werk. Daarin betoogt het invloedrijke adviesorgaan dat niet een uitkering, maar een baan de basis van de sociale zekerheid zou moeten zijn. Want werk is zo belangrijk, voor het individu en de samenleving, dat je mensen niet met een uitkering kan ‘afschepen’, aldus de WRR.

Rotterdamse gemeenteraadsleden Yildirim en Segers-Hoogendoorn voegden aan de basisbaan het woord ‘wijk’ toe. Want de wijkbasisbanen richten zich specifiek op het versterken van de sociale cohesie in Rotterdamse wijken. “De afgelopen decennia zijn veel ondersteunende functies wegbezuinigd, in bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs”, legt Yildirim uit. “Dit zijn basisfuncties die er gewoon zouden moeten zijn. De wijkbasisbaan blaast nieuw leven in deze functies. Dus het is tweeledig, zo’n basisbaan: én je zet mensen in hun kracht, én er worden nuttige werkzaamheden opgepakt.”

“Werk is zo belangrijk, voor het individu en de samenleving, dat je mensen niet met een uitkering kan ‘afschepen’”

Vrijheid en rust

Tasmara voelt zich inderdaad goed in haar nieuwe baan. Een aantal van haar taken, zoals het begeleiden van activiteiten met oudere wijkbewoners, deed ze voorheen als vrijwilliger. Dat deed ze toen ook met plezier, maar het voelt toch beter nu ze ervoor betaald krijgt, vertelt ze. Ook al was ze trots op haar vrijwilligerswerk, ze had niet het gevoel dat het werd erkend als ‘echt’ werk. Nu wel.

Ook is het een hele opluchting om niet meer in de bijstand te zitten. Ze heeft nu meer vrijheid, zegt Tasmara. “In de bijstand kan je bijvoorbeeld niet zomaar op vakantie gaan. Dat moet je eerst aanvragen. Of als een nieuwe baan hebt, dan moet je dat eerst bij de gemeente melden zodat ze dat kunnen verrekenen met de uitkering.” Bovendien heeft ze financieel gezien een flinke stap gezet: een bijstandsuitkering bedraagt 70 procent van het minimumloon en inmiddels krijgt Tasmara meer dan minimumloon betaald. Waar ze voorheen nooit iets overhield aan het einde van de maand, heeft ze nu meer ruimte. “Ik kan bijvoorbeeld sneller mijn rekeningen te betalen, of geld opzijzetten voor het geval dat mijn wasmachine stuk gaat. Of mezelf verwennen met een nieuw outfitje.” Het ruimere inkomen geeft rust, merkt Tasmara. “Ik kan nu beter plannen.”

En heeft Tasmara’s werk inderdaad het maatschappelijke nut waar Segers-Hoogendoorn en Yildirim op hopen? Twee collega’s van Tasmara die haar in het traject begeleiden, Jurrian van Dijk en Linda de Winter, vinden van wel. Tasmara pakt taken op die anders zouden blijven liggen, leggen ze uit. Van Dijk noemt het taken ‘aan de randen’: de taken die vaak te maken hebben met preventie en nazorg. Daarop is de afgelopen jaren bezuinigd. “Het is soms lastig uit te leggen wat voor effect dat soort werkzaamheden hebben, maar uiteindelijk scheelt het maatschappelijke kosten”, zegt Van Dijk. “Met dit soort taken voorkom je erger. En erger kost geld”, voegt De Winter toe.

Katja Poelwijk
Beeld door: beeld: Katja Poelwijk

Niet leven maar overleven

De overheid als werkgever voor mensen in de bijstand, dat is al sinds de jaren negentig niet meer gezien. Waarom komt het idee nu weer bovendrijven? Luisterend naar het verhaal van Tasmara, lijkt de wijkbasisbaan vooral een reactie op een steeds minder toegankelijke arbeidsmarkt en een steeds harder bijstandsregime. Met andere woorden: het perspectief voor mensen in de bijstand is zo klein geworden, dat de overheid het zich niet meer kan veroorloven om werkzoekenden aan hun lot over te laten. 

Tasmara heeft aan den lijve ondervonden hoe moeilijk het kan zijn om vanuit de bijstand aan het werk te komen. Na haar opleiding tot activiteitenbegeleider kwam ze in de bijstand terecht. Daar vergat ze haar jeugddromen om dokter of juf te worden al snel, vertelt Tasmara. “Je bent alleen maar aan het malen: ik krijg dit binnen, ik moet dat betalen. En meestal zijn de uitgaven hoger dan de inkomsten. Elke maand denk je: hoe ga ik dat doen? En als je zo aan het struggelen bent om te overleven, aan het solliciteren, hopen dat je een baan krijgt – dan vergeet je gewoon je dromen even.”

Doorstuderen was wat Tasmara eigenlijk wilde, maar dat mocht niet. In de bijstand moet je paraat staan om werk aan te nemen zodra de kans zich aandient. “Dat demotiveerde me, want ik wilde heel graag naar school om me verder te ontwikkelen.” Wel kon ze vrijwilligerswerk doen en een aantal praktische diploma’s halen terwijl ze in de bijstand zat. Zo haalde ze alle benodigde certificaten om als brandwacht  aan de slag te gaan – iemand die zorgt voor een brandveilige werkomgeving. Ook haalde ze haar rijbewijs zodat ze verder van huis een baan zou kunnen zoeken. 

Toch was het niet genoeg. Ze solliciteerde op een baan als brandwacht in Terneuzen waarvoor ze anderhalf uur heen en terug zou moeten rijden. Ze had de kwalificaties, ze had een auto en een rijbewijs en ze regelde opvang voor haar vier dochters. “Maar ik was niet flexibel genoeg voor het uitzendbureau”, aldus Tasmara. “Ik had aangegeven dat ik woensdag vrij wilde, omdat dat een halve dag is voor mijn kinderen. Maar de rest van de week kun je me gewoon inplannen. Zaterdag en zondag ook. Daar waren ze niet blij mee. Ze wilden gewoon dat ik maandag tot en met vrijdag ging werken.”

Afstand tot de arbeidsmarkt

De vraag rijst: was Tasmara niet flexibel genoeg voor het uitzendbureau? Of is het uitzendbureau niet flexibel genoeg voor haar? Tasmara heeft allerlei diploma’s, wil graag aan de slag en is bereid om daar offers voor te maken. Er is, zoals ze zelf zegt, niks mis met haar. Toch lukte het haar vijf jaar lang niet om uit de bijstand te ontsnappen. In ambtelijke termen wordt er dan gezegd dat Tasmara een ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ heeft. Maar, zoals WRR-onderzoeker Robert Went stelt: ‘Mensen hebben niet altijd een afstand tot de arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt heeft ook een afstand tot sommige mensen.’

De arbeidsmarkt stelt inderdaad steeds meer eisen aan de werknemer, laat het WRR-rapport Het Betere Werk zien. Zo hebben we te maken met de technologisering van werk, die vraagt om nieuwe vaardigheden, en met de flexibilisering van werk, die inkomenszekerheid steeds zeldzamer maakt. En er is ook sprake van een intensivering van werk: de afgelopen decennia zijn we niet alleen meer gaan werken, maar ook harder. Denk aan de leraar die al jaren hetzelfde aantal uren voor de klas staat, maar daaraan steeds meer tijd kwijt door extra taken, groeiende administratieve druk, grotere en ingewikkeldere klassen en mondigere ouders. Of aan de ondernemer met een webwinkel die zich verplicht voelt om 24 uur per dag op e-mails van klanten te reageren. 

“Sluipenderwijs wordt er op het werk steeds meer van mensen gevraagd, schrijft hoogleraar en voormalig WRR-lid Monique Kremer in het onlangs verschenen boek Streng maar onrechtvaardig. De bijstand gewogen. “Je moet kunnen multitasken, vaardigheden hebben om met mensen om te gaan, aan de slag kunnen met technologie, probleemoplossend vermogen hebben en continu kunnen leren. Dat is een heel rijtje eisen.”

Die veeleisende arbeidsmarkt zet veel mensen aan de kant. In Nederland behoren 1 miljoen mensen tot het ‘onbenut arbeidspotentieel’: mensen die graag (meer) willen werken, maar geen werk kunnen vinden. Dat is een gemiste kans, niet alleen in economische termen maar ook vanuit maatschappelijk oogpunt. Werk is een bron van inkomen, maar ook van eigenwaarde en identiteit, het gevoel iets bij de te dragen en erbij te horen. Daarom, beargumenteert de WRR, kunnen we het ons als samenleving niet veroorloven om zoveel mensen uit te sluiten van de arbeidsmarkt.

Katja Poelwijk
Beeld door: beeld: Katja Poelwijk

Veel plichten, weinig kansen

Daar komt bij dat het leven met een bijstandsuitkering zwaar is. Ruim een derde van alle bijstandsgerechtigden leeft in armoede. En wie vanuit betaald werk in de bijstand terecht komt, heeft ruim zeven keer zoveel kans als een gemiddeld persoon om binnen een jaar problematische schulden te ontwikkelen. Tasmara overdrijft niet wanneer ze zegt dat het niet leven, maar overleven is.

In het eerdergenoemde boek Streng maar onrechtvaardig. De bijstand gewogen, laten verschillende onderzoekers zien hoe mensen in de bijstand steeds meer plichten opgelegd krijgen. Ze moeten constant solliciteren, soms een ‘tegenprestatie’ doen, altijd beschikbaar zijn voor wat voor werk dan ook. Als het tegenzit, dan worden ze door de gemeente gestimuleerd om positief te blijven denken. Maar een training of een opleiding zit er vaak niet in. Tegelijkertijd is de kans om werk te vinden klein. Elk jaar vindt een op de tien bijstandsgerechtigden een baan. Voor wie al drie jaar of langer in de bijstand zit, is de kans gehalveerd. En wie het geluk heeft werk te vinden, komt vaak bij een tijdelijke baan uit en valt snel weer terug in de bijstand.

Kortom: de arbeidsmarkt heeft niet vanzelfsprekend voor iedereen een plek en in de bijstand is het bijna onmogelijk om echt mee te doen in de samenleving. Met de basisbaan lijkt de gemeente beide problemen in één klap op te willen lossen. 

Weerbarstig

In theorie is het een mooi idee, maar de praktijk in Rotterdam ziet er anders uit. Want het is nog maar de vraag of de wijkbasisbaan in deze huidige experimentele vorm geschikt is voor mensen met een grotere ‘afstand’ tot de arbeidsmarkt dan Tasmara. Bovendien zijn de huidige deelnemers hun baan na een half jaar weer kwijt, terwijl een basisbaan juist zekerheid en stabiliteit zou moeten bieden.

Dat heeft te maken met de manier waarop de banen zijn gefinancierd. De gemeente wil namelijk niet meer kwijt zijn aan de basisbaan dan zij anders zou uitgeven aan de bijstandsuitkering: zo’n 14.000 euro per jaar per persoon. Dat maakt het plan politiek gezien makkelijker te verkopen. “De belastingbetaler hoeft er dus niet meer voor te betalen”, aldus wethouder Richard Moti. Maar dat betekent dat de werkgever die de basisbaan aanbiedt, flink in de kosten moet bijdragen. 

De werkgever die de basisbaan aanbiedt, moet flink in de kosten bijdragen

Niet alleen moet de uitkering aangevuld worden tot minimumloon of hoger en moeten er werkgeverslasten worden betaald, ook de begeleiding van de nieuwe basisbaan-werknemer komt op het bordje van de werkgever te liggen. In een experiment met basisbanen in Groningen bleek dat het realiseren van één basisbaan 34.500 euro per jaar kost. De werkgever moet dus een flink gat vullen. Onderzoekers van bureau SEOR, dat voor de gemeente onderzocht of de pilot haalbaar is, schatten in dat een basisbaan op jaarbasis zo’n 16.000 euro meer kost dan een bijstandsuitkering. Ze noemen de financiering dan ook een ‘reëel probleem’.

Inderdaad zien niet veel werkgevers het zitten om voor die kosten op te draaien, ondervond wethouder Moti. “We hebben inderdaad ingezet op de realisatie van meer dan vier wijkbasisbanen, maar in de praktijk bleek dit wat weerbarstig. Dit komt onder andere omdat we ook een financiële bijdrage van de werkgevers vragen voor de wijkbasisbaan. Daarvoor is niet altijd budget aanwezig bij werkgevers.” 

Niet zo realistisch

Hoogleraar Monique Kremer, die meeschreef aan het WRR-rapport dat pleitte voor de invoering van de basisbaan, verbaast zich daar niet over. “Ik denk dat het best veelgevraagd is voor werkgevers om mee te betalen. Zeker omdat werkgevers al een grote rol hebben het begeleiden van de nieuwe werknemers. Dan is het niet zo realistisch om als eis te stellen dat ze ook nog financieel bijdragen.”

Door die aanpak wordt ook de doelgroep voor de Rotterdamse proef beperkt. Want een werkgever die zelf flink moet investeren kiest voor de basisbaan liever voor iemand als Tasmara – die fysiek en mentaal gezond is, vol energie zit, kwalificaties heeft en met vrijwilligerswerk heeft bewezen wat ze kan – dan bijvoorbeeld een 50-plusser die al tien jaar in de bijstand zit, weinig aantoonbare werkervaring heeft en zich vaak ziekmeldt. Terwijl de basisbaan ook juist voor die laatste groep is bedoeld, benadrukt Kremer.

Wethouder Moti onderschrijft daarnaast dat de wijkbasisbaan in de huidige vorm moeilijk op te schalen is. Daarvoor is een ‘ander financieel construct nodig’, zegt hij. “Daarvoor gaat Rotterdam de komende tijd de mogelijkheden verkennen. Hiervoor wordt onder andere een lobby gestart richting het Rijk.”

Katja Poelwijk
Beeld door: beeld: Katja Poelwijk

Projectencarrousel

Tasmara en haar begeleiders zijn intussen al druk bezig om plannen te maken voor een volgende stap die Tasmara zou kunnen zetten. Maar doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt is niet noodzakelijkerwijs het doel – want ook mensen voor wie op de arbeidsmarkt permanent geen ruimte is moeten op de basisbaan terug kunnen vallen. Linda de Winter, projectleider bij Belfleur en dagelijkse begeleider van Tasmara, legt uit: “Ik wil met Tasmara onderzoeken: wat vind je leuk om te doen? Waar ben je goed in? Wat is jouw plek op de arbeidsmarkt? En wat zouden we kunnen doen in die zes maanden om je daarvoor klaar te stomen?” De Winter snapt dat dat niet per se het doel van de basisbaan is, “maar het is wel handig om het mee te nemen”, vindt ze. 

Die focus op doorstroom is misschien ook wel logisch, gezien de korte duur van de proef. Door de beperkte horizon van zes maanden kan Tasmara bijna niet anders dan zich vanaf het begin van het traject al voorbereiden op het einde ervan. De wijkbasisbaan is daarmee niet de stabiele vloer onder de arbeidsmarkt die het zou moeten zijn. Het lijkt meer op een springplank: het kan je net het zetje geven dat je nodig hebt, maar je kunt er ook vanaf vallen. Voor Tasmara is dat zetje misschien precies genoeg, maar mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben meer nodig dan dat.

“We moeten uitkijken dat experimenten met basisbanen geen onderdeel worden van de beruchte projectencarrousel”, waarschuwt Monique Kremer. “Dan worden mensen op de wal getrokken, maar ze liggen ook binnen de kortste keren weer in het water. Soms komen ze er nog slechter uit dan dat ze erin kwamen.”

Daarom zou Kremer liever een groter opgezet experiment zien met meerdere lokale proeven, landelijke monitoring en financiële ondersteuning vanuit het rijk. Dat mag wat haar betreft een looptijd van een jaar of vier hebben. De basisbaan moet dan vooral worden afgerekend op de maatschappelijke waarde die ze toevoegt en wat de banen betekenen voor het welzijn van de deelnemers. Of de overheid daar inderdaad mee aan de slag gaat, hangt nog erg af van de formatie van het volgende kabinet. Onder andere het CDA, D66, PvdA en GroenLinks hebben het idee van de basisbaan in hun partijprogramma’s omarmd, maar de VVD nog niet.

Voor Tasmara zal wachten op een nieuw kabinet in ieder geval te lang duren. Haar contract loopt op 1 juli af. De kans bestaat dat ze bij Wmo radar kan blijven, of dat ze met behulp van haar collega’s een nieuwe baan vindt. Wat voor baan dat moet worden, weet ze nog niet precies. Het belangrijkste vindt ze dat ze onder de mensen blijft: “Ik word blij van mensen. Tussen de mensen zijn en af en toe een babbeltje maken, dat geeft me een fijn gevoel.”

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Adriaan

Adriaan de Jonge

Adriaan de Jonge (1994) is politiek filosoof en journalist. Groeide op langs de Rijn, reisde af naar het zuiden voor een studie in Maastricht en vertrok daarna met de stroom mee naar de enige echte Maasstad. Hij bijt zich graag vast in netelige maatschappelijke kwesties en is lichtelijk geobsedeerd met vraagstukken over werk, inkomen en ongelijkheid.

Profiel-pagina
Katja Poelwijk

Katja Poelwijk

Fotograaf

Katja Poelwijk (1976) is documentair portret fotograaf uit Rotterdam, afgestudeerd aan de Fotoacademie in Amsterdam in 2017. Haar werk richt zich op onderwerpen die zowel persoonlijk als van sociaal-maatschappelijke aard zijn. Door met verhalen van mensen naast het unieke ook het universele aan te spreken hoopt ze nieuwsgierigheid en bewustzijn te vergroten, met compassie als doel. Naast haar eigen langlopende projecten werkt Katja in opdracht.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.