Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Esther Lankhaar – Rotterdamse Haas – 2020
Beeld door: beeld: Esther Lankhaar

Allereerst wil ik even orde op zaken te stellen: een haas is heel iets anders dan een konijn. Uiteraard, ze hebben beide lange oren, knaagtanden en verlengde achterpoten, maar een haas is zoveel meer dan een konijn. De haas is groter, de haas is sneller, de haas is sterker en de haas is ook zeker listiger dan zijn pluizige familielid. Dat moet ook wel. 

Konijnen leven alsof er geen morgen is (wat in hun geval ook heel goed zou kunnen): ze ruïneren de grasmat, woelen de begraafplaats om, ondermijnen dijken en ze fokken er zo lustig op los dat het spreekwoordelijk is. Ze leven comfortabel in een ondergronds netwerk van zelf gegraven tunnels. Vanuit die uitvalsbasis grazen ze het grasveld in een straal van een meter of dertig rondom hun burcht, kort tot op de millimeter. 

Voor hazen is het leven heel anders. Ze slapen altijd buiten, ongeacht het weer. Het zijn taaie rakkers die niet schuilen wanneer het regent en die bij strenge vorst gewoon de knaagtanden op elkaar zetten.

Hazen hebben de reputatie echte boerenpummels te zijn. Dat is niet geheel ten onrechte, want in zowel akkers als graslanden handhaven ze zich prima. Al is de haas van meer markten thuis. Hazen zijn in bijna heel Europa en diverse andere werelddelen te vinden, waar ze zo’n beetje alle denkbare landschapstypen bewonen. Er leven sneeuwhazen op ijzige toendra’s, er rennen hazen door de woestijn en ze huppelen over bergweides alsof ze in de Sound of Music spelen. 

Met zo’n brede smaak kan een haas zich dus ook best in de stad redden, zou je denken. Toch staat in de boeken dat hazen niet veel in het stedelijk gebied te vinden zijn. Is dat terecht? Ik denk het niet. Volgens mij leeft er een geheim genootschap van stadshazen in Rotterdam. En nu wil ik dat voor eens en voor altijd blootleggen.

Volgens mij leeft er een geheim genootschap van stadshazen in Rotterdam

Ondanks mijn vermoedens zie ik vrijwel nooit een haas in Rotterdam. Hoe goed ik ook kijk. Hazen zijn meesters in het zich verschuilen en kiezen daarbij vaak voor plekken waar je ze niet zoekt. De Engelsen hebben daar een mooie term voor: hiding in plain sight. Dat is precies wat ze doen. Vaak dutten ze overdag wat half verscholen onder een struikje, in een heg of tegen een omgewaaide boom. Hun bruine vacht beschermt ze tegen de elementen en voorziet ze van perfecte camouflage. Bij naderende problemen drukken ze zich nog wat platter in het natte gras en als ontdekking onvermijdelijk is, sprinten ze er met 65 km/u vandoor. Zie dat maar eens bij te houden.

Zo kamperen hazen her en der waar het ze uitkomt. Sommige types zwerven rond en slapen iedere dag ergens anders. Andere onderkennen een goeie stek wanneer ze die tegenkomen en blijven graag wat langer plakken. Het zijn vrije geesten die zelf wel bepalen waar ze gaan of staan.

Diep in de nacht vinden de mysterieuze bijeenkomsten der hazen plaats. Wanneer de laatste hond is uitgelaten en de baasjes naar bed zijn, huppelen de hazen over straat. Ze komen samen op gazons in parken, op sportvelden en in wegbermen. Sommige snoepen alleen wat van het sappige gras dat door de groenbeheerders van de gemeente op de perfecte graaslengte is gemaaid. Veel malser dan dat stijve spul in de polder. Maar de hazen zijn hier niet alleen voor het gras.

Want andere hazen mengen zich juist in de illegale bokspartijen, die op duistere tijden en afgelegen veldjes plaatsvinden. Rechtopstaand, balancerend op hun lange achterpoten, zijn twee kerels dan verwikkeld in een pas de deux terwijl ze elkaar onophoudelijk meppen met hun voorpoten. De lange nagels die bij het sprinten fungeren als spikes, werken nu als haken die plukken vacht van de tegenstander scheiden. 

Verliezers van zulke knokpartijen zetten het op een lopen om een nader pak rammel te ontvluchten. Ze verliezen niet alleen het duel, maar ook hun gezicht tegenover de dames die het tafereel van een afstandje gade slaan. De gehavende winnaars kijken zelfverzekerd om zich heen. 

Wat er zich precies voltrekt bij deze dubieuze vechtclubjes is vrijwel onbekend. Niemand praat erover. En goede observaties zijn er ook niet. Want ruim voordat het eerste ochtendgloren zich aandient en de eerste mensen zich op straat begeven, zijn de hazen weer in het niets verdwenen.

Over deze serie

Dit artikel is een samenwerking met Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel. Lees hier meer over samenwerkingen.

Vers Beton – Esther Lankhaar – Andere Rotterdammers – Rat 2

Lees meer

De liefde van de Bruine rat

Column van André de Baerdemaeker over het imagoprobleem van de Rotterdamse ratten.

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Andre

André de Baerdemaeker

André de Baerdemaeker (1979) kwam als schoffie van Zuid in aanraking met de zieke en gewonde vogels van Vogelklas Karel Schot. Misschien werd hij daarom wel biologieleraar. Later ruilde hij zijn krijtje in voor een verrekijker: hij werd ecoloog bij Bureau Stadsnatuur en onderzoekt Rotterdamse levensvormen. Bij voorkeur wanneer de zon schijnt.

Profiel-pagina
Screenshot-20170723-161008

Esther Lankhaar

Illustrator

Esther Lankhaar heeft een achtergrond in de jeugdhulpverlening en het maatschappelijk werk en werkt nu als illustrator.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.