Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
Heeft Rotterdam verloren van de misdaad? Bron: beeld: www.youtube.com

Waarom heeft Rotterdam de slag tegen de georganiseerde misdaad al jaren geleden verloren? Even voor de goede orde: dat is niet mijn constatering. Het was de Rotterdamse recherche zelf die eind jaren tachtig tot een dergelijke conclusie kwam. Of, zoals we kunnen lezen in de kop van dit artikel uit Het Vrije Volk van 6 oktober 1988: “Rotterdamse recherche kan zware misdaad niet langer aan”. In de komende 10 minuten licht ik toe waarom de Rotterdamse recherche eind jaren tachtig tot deze toch wel sombere conclusie kwam.

Dit is een interview met prof. Cyrille Fijnaut in het Vrije Volk van 11 augustus 1988 waarin hij benadrukt dat het relevant is om eerst een goed beeld te krijgen van het fenomeen georganiseerde misdaad alvorens over de aanpak en de organisatie van de aanpak kan worden gesproken. In het artikel pleit Fijnaut in het bijzonder voor meer wetenschappelijk onderzoek naar georganiseerde misdaad in Nederland, maar in het bijzonder in Rotterdam.

En daar gaf Fijnaut als hoogleraar criminologie en strafrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam ook gevolg aan. Eind jaren tachtig interviewde hij veertig door de wol geverfde Rotterdamse rechercheurs over hun ervaringen met misdaad en misdaadbestrijding in de stad. Daarnaast legde hij een indrukwekkend archief aan, bestaande uit kopieën van de jaarverslagen van de gemeentepolitie Rotterdam tussen 1967 en 1985 en gekopieerde nieuwsberichten uit het Vrije Volk en het Rotterdamse Nieuwsblad die over georganiseerde misdaad in Rotterdam in diezelfde periode verschenen.

Kortom: een indrukwekkende hoeveelheid empirisch materiaal over een fenomeen waar men toentertijd in Nederland nog weinig over wist. Helaas zou Fijnaut om verschillende redenen ongeveer dertig jaar weinig doen met het door hem verzamelde materiaal.

Eind 2019 kreeg ik een vriendelijk verzoek van Fijnaut of ik interesse had om samen met hem een boek te schrijven over de geschiedenis van de georganiseerde criminaliteit in Rotterdam. Het resultaat van deze prachtige reis door de tijd verscheen begin dit jaar in het boek De Recherche en de Zware Misdaad in Rotterdam 1966-1996.

 In het vervolg zal ik gebruik maken van de inzichten uit ons boek om antwoord te geven op de vraag waarom Rotterdam de slag tegen de georganiseerde misdaad al jaren geleden verloren heeft. Ik beperk me daarbij tot enkele hoofdlijnen en eindig mijn verhaal eind jaren tachtig. Ik begin in 1966.

Gangsterdom

Toen verscheen in het Algemeen Politieblad een bijdrage van de hand van de Rotterdamse hoofdinspecteur van de politie P. Euijen met de opmerkelijke titel “Gangsterdom ook in Nederland?”. Onder verwijzing naar berichten “Over georganiseerde roofovervallen en gevallen van moord” schreef hij dat men dit soort dingen tot dan toe “Slechts voor mogelijk had gehouden in een thriller, liefst zich ver weg afspelend in Chicago of Hongkong”, maar dat deze dingen zich nu zeer nabij afspeelden.

Wat die “dingen” precies waren, werd niet nader gespecificeerd, maar Euijen wees er wel op dat de bestrijding van wat hij het gangsterdom noemde, in Nederland moeilijk zou zijn, vanwege het ontbreken van een centraal lichaam met voldoende mankracht voor de bestrijding van ernstige misdaad in Nederland.

In het artikel van Euijen worden eigenlijk twee parallelle ontwikkelingen op het gebied van de misdaad en de misdaadbestrijding in Rotterdam benoemd die ik in het vervolg van dit college kort wil toelichten, omdat ze gezamenlijk een antwoord geven op de vraag waarom de slag tegen de georganiseerde misdaad in Rotterdam al jaren geleden verloren werd. Ik zal eerst kort ingaan op de ontwikkeling van de criminaliteit in Rotterdam, met aandacht voor de georganiseerde misdaad, en dan iets zeggen over de organisatie van de politie.

Eerst is het goed om een beeld te krijgen van de ontwikkeling van de misdaad in Rotterdam vanaf eind jaren zestig. Dit kunnen we terugzien in deze figuur. Een enorme stijging vanaf eind jaren zestig en dat betekende in Rotterdam voor de politie dat zij geconfronteerd werden met iets meer dan 10.000 aangiften eind jaren zestig naar meer dan 63.000 halverwege de jaren tachtig. Met andere woorden: een explosieve toename van de misdaad in de stad. Maar het ging in deze periode niet alleen om een cijfermatige toename: ook de misdaad veranderde in deze periode van karakter. De mobiliteit en actieradius van de daders nam toe. De professionaliteit en de organisatiegraad van de criminele activiteiten nam toe en ten slotte, ook het gebruik van geweld nam toe.

 

Deze metamorfose van de misdaad deed zich niet alleen in de stad voor, maar ook in de haven die vanaf eind jaren zestig tot groei en bloei kwam en, mede door de introductie van de container in de jaren zeventig, een steeds prominentere rol zou gaan spelen in de misdaad in Rotterdam.

Even terug naar het krantenbericht waar ik dit college mee begon. Tegen het einde van de jaren tachtig kwam de leiding van de Rotterdamse politie tot de conclusie dat Rotterdam – maar eigenlijk heel Nederland – de slag tegen de georganiseerde misdaad had verloren. Deze pessimistische conclusie was gebaseerd op twee dingen.

Aan de ene kant hadden criminelen en criminele groepen vanaf de jaren zeventig in Rotterdam de ruimte gekregen om op steeds grotere schaal legale en illegale goederen, diensten en mensen te leveren op diverse zwarte en semi-zwarte markten. Voor Rotterdam in die periode waren dat, in de woorden van één van de rechercheurs: “De driedeling die je kunt maken tussen de seks, de gok en de verdovende middelen”, oftewel de prostitutie, het illegaal gokken en de drugshandel. Op deze markten ontbrak het in Rotterdam in die periode aan slagvaardig beleid of was er sprake van een halfslachtig beleid op stedelijk en nationaal niveau.

De ontwikkelingen van het illegaal gokken in Rotterdam laat duidelijk zien hoe enkele ondernemende figuren er in een paar jaar tijd in slaagden om onder de ogen van de overheid in de stad machtsposities op te bouwen in belangrijke sectoren van de kansspelmarkt.

Groei drugshandel parallel aan bloei Rotterdamse haven

Maar met name ook ontwikkeling van de illegale drugshandel verdient aandacht. In de jaren zestig betrof de drugshandel in Rotterdam hoofdzakelijk de handel in opium en deze handel speelde zich af in besloten Chinese kringen. Vanaf de jaren zeventig, parallel aan de groei en de bloei van de Rotterdamse haven ontwikkelde de drugshandel zich tot een omvangrijke wereldwijde handel: naast opium kwam er ook heroïne binnen, maar ook werd er steeds meer hennep en hasj geïmporteerd en later ook cocaïne. Een steeds ruimer spectrum van binnenlandse en buitenlandse criminele groeperingen verdiende daar in toenemende mate goed en soms zelf groot geld aan.

De conclusie van de leiding van de Recherche dat de slag tegen de georganiseerde misdaad in Rotterdam verloren was verwees niet enkel naar de vlucht die de misdaad in de stad genomen had, het verwees ook nadrukkelijk naar de organisatie en aanpak van de georganiseerde misdaad in de stad. Vanaf het einde van de jaren zestig vond er een aantal maal een herinrichting van de Rotterdamse recherche plaats, steeds met als belangrijk doel om de ontwikkeling van de georganiseerde misdaad bij te blijven. Eerst met een nadruk op centralisatie en specialisatie in 1968 en in 1978 en daarna in 1985 met een focus op decentralisatie en despecialisatie. Eind jaren tachtig meende de leiding van de Rotterdamse recherche dat de dienst op centraal en decentraal niveau lang niet de mensen, middelen en bevoegdheden had om de verschillende zware misdaadproblemen langs strafrechtelijke weg doeltreffend aan te pakken.

 Onder verwijzing naar het gezegde van de recent overleden oud-hoofdcommissaris Jan Blaauw dat de zwakte van de Nederlandse politie de kracht van de georganiseerde misdaad was, kan meer algemeen worden gesteld dat de overheid sinds de jaren zestig op verschillende manieren mogelijkheden had geschapen voor het bedrijven van georganiseerde misdaad, en dat criminelen en criminele groeperingen deze kansen volop hadden benut om zich illegaal en legaal breed te maken in de Rotterdamse samenleving.

Ondanks dit alles kan echter niet worden gezegd dat er aan het eind van de jaren tachtig Amerikaanse of Italiaanse toestanden heersten in Rotterdam. Criminele groepen hadden niet hele legale economische sectoren onder controle en hadden ook het gemeentebestuur niet in hun greep. Maar in termen van zware misdaad was Rotterdam toen wel op een hellend vlak terechtgekomen.

Zware misdaad sterk onderbelicht

Ik kom tot een afronding en antwoord op de vraag: Waarom heeft Rotterdam de slag tegen de georganiseerde misdaad al jaren geleden verloren? Het antwoord werd in 1988 gegeven door de leiding van de Rotterdamse recherche zelf die publiekelijk verklaarde dat de Recherche bij gebrek aan mensen, middelen, bevoegdheden en organisatie de slag tegen de georganiseerde misdaad aan het verliezen was of zelfs had verloren. De eenzijdige aandacht voor de zogeheten kleine criminaliteit – op zowel het stadhuis en bij de korpsleiding – had ertoe geleid dat bij de reorganisatie van 1985 de zware misdaad sterk onderbelicht was gebleven en dat de Recherche niet meer in staat was die misdaad doeltreffend te bestrijden. De misdaad had op dat punt in de stad inmiddels vormen aangenomen die we met de kennis van nu zonder meer zouden typeren als georganiseerde misdaad of ondermijnende criminaliteit, inclusief het gebruik van dodelijk geweld om conflicten te beslechten en de corruptie van overheidsdienaren. 

De leiding van de recherche verklaarde dat dankzij het onvermogen van de recherche misdaadbendes in Rotterdam vrij spel hadden en dit vormde een voornaamste reden waarom zij tot de conclusie kwamen dat Rotterdam eind jaren tachtig de slag tegen georganiseerde misdaad aan het verliezen waren of misschien zelfs al verloren had.

 

 

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Studio Erasmus van de Erasmus Universiteit. Deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel. Lees hier meer over samenwerkingen.

coke globes 900

Lees meer

Hoe Rotterdam de internationale spil van cocaïnesmokkel werd

De landelijke pers smult van de zaak rondom corrupte douanier Gerrit G die vele duizenden…

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Foto_Robby

Robby Roks

Robby Roks is sinds 2008 verbonden aan de sectie Criminologie van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn wetenschappelijke interesse en expertise ligt op het terrein van jeugdcriminaliteit, de digitalisering van de straatcultuur, criminele groepen en georganiseerde criminaliteit. In 2020 verrichtte hij in opdracht van de gemeente Rotterdam samen met Jeroen van den Broek een verkennend onderzoek verricht naar straatcultuur, social media, (drill)muziek en geweld. 

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.