Voor de harddenkende Rotterdammer
Flexibel Wonen
Beeld door: beeld: Matzwart

Het kan niemand zijn ontgaan: nadat de woningbouw tijdens de bancaire crisis nagenoeg stil is komen te staan, worden er nu weer volop woningen gebouwd. Ook bij mij om de hoek gebeurt van alles: Little C aan de Coolhaven in Rotterdam-West is bijna klaar, schuin tegenover zal woontoren Coolbase ontstaan en dan zijn er nog de – terecht omstreden – woningbouwplannen aan de Parkhaven. Het gaat om het verhelpen van een nijpend woningtekort in Rotterdam.

Bouwen, wonen, denken

Maar alleen bouwen is niet voldoende. In 1951, een andere periode van koortsachtige bouwactiviteit tijdens de wederopbouw, gaf filosoof Martin Heidegger de befaamde lezing Bouwen, wonen, denken. Hij zei dat je – voordat je bouwt – eerst erachter moet komen wat ‘wonen’ eigenlijk is. Die vraag zou ook nu weer gesteld moeten worden. Want pas als je weet wat wonen inhoudt, kun je bepalen welke woningtypen en plattegronden werkelijk nodig zijn. 

Antwoorden zijn complex. Het wonen is immers verweven met immense economische en maatschappelijke belangen. Denk bijvoorbeeld aan het doelbewust vormgeven van het wonen als ‘markt’ of aan de substantiële bijdrage van wonen (en bouwen) aan de klimaatopwarming. Huishoudens krimpen, mensen worden ouder en gezinsstructuren zijn minder duurzaam. De bevolkingssamenstelling en woonpatronen werden diverser.  Maar wat massaal gebouwd wordt, is de Nederlandse standaardwoning: een zee van een woonkamer, een ruime ouderslaapkamer, plus één of meerdere kamertjes.

De woningen zijn nog steeds toegesneden op de spreekwoordelijke familie Doorzon: een werkende vader, een huishoudende moeder en twee kinderen. Het kunnen goede woningen zijn, maar ze beantwoorden woonvragen van eergisteren. Voor het gemak schijnen we te vergeten dat velen anno 2021 anders leven: als eenoudergezin bijvoorbeeld of met drie generaties. Hoe kunnen woningen recht doen aan een superdiverse bevolking en huidige vormen van samenwonen?

Één van de mogelijkheden om deze vraag te beantwoorden, is de herkenning dat wonen met tijdelijkheid te maken heeft. Dat lijkt vreemd omdat we de woning zelf met bestendigheid associëren. De woning is vastgoed. Het wonen daarentegen is juist niet in beton gegoten. Woonvragen veranderen. Als je het zo beschouwd, kijk je naar de woning vanuit het oogpunt van flexibiliteit. Die is er in verschillende soorten.

 Flexwoningen zijn een veelbesproken thema. Wat betekent ‘flexibiliteit’ hier precies? Deze woningen spelen in op het feit dat het wonen niet langer een lifetime experience is, stelt het Expertisecentrum Flexwonen. Minder hip gedefinieerd: flexwoningen zijn tijdelijke woningen op tijdelijke locaties, voor tijdelijk gebruik. Het zijn geprefabriceerde woningen voor spoedzoekers die niet kunnen wachten tot schaarste en overpricing eens opgelost zijn. Bijvoorbeeld voor mensen die onder huiselijk geweld leiden, of die door werkloosheid of flexwerkcontacten een andere woning nodig hebben. 

In Rotterdam zijn flexwoningen tijdelijke eenpersoonswoningen met een grootte tussen de 20 en 25 m² voor studenten, jonge statushouders en gescheiden mensen. De meeste bewoners krijgen een huurcontract voor twee jaar, studenten kunnen er vijf jaar blijven wonen. In de eerste helft van 2021 zullen de eerste 150 woningen op locaties in Delfshaven (De Kroon) en in Hoogvliet (De Waaier) worden opgeleverd. In totaal zullen er duizend flexwoningen komen, vaak op locaties voor latere reguliere woningbouw.

Flexwoningen zijn een facilitator en oplossing voor precariteit ineen

Waar het verhelpen van het woningtekort in het beste geval nog jaren duurt, kunnen flexwoningen snelle en zinvolle tussenoplossingen zijn – als men ze gelijktijdig ook inzet als een motor voor wijkverbetering, zei Rijksbouwmeester Floris Alkemade afgelopen najaar op het Landelijke online Congres Flexwonen. Nieuwe typologieën, verdichting ter wijkverbetering, bouwtechnologische vernieuwing, Alkemade zag volop kansen voor flexwoningen als een opstap voor innovatieve oplossingen.

Precariteit

Maar er is een schaduwkant: naast een tussenoplossing voor persoonlijke leefsituaties zijn flexwoningen ook het volgende puzzelstuk van een problematisch maatschappelijk fenomeen dat wetenschappers ‘precariteit’ noemen: een bestaan zonder voorspelbaarheid door afnemende sociale zekerheid. Ons werk, ons inkomen, onze woning, op elk moment kan alles op losse schroeven komen te staan. Flexwoningen zijn een facilitator en oplossing voor precariteit ineen. Wij zijn gedoemd tot flexibiliteit.

 Als men over flexibiliteit in de woningbouw praat, worden vaak flexibele plattegronden bedoeld. Dan is de woningindeling fysiek aanpasbaar door schuifwanden of het afbreken of herplaatsen van binnenwanden. Een historisch Rotterdams voorbeeld is Jo van den Broeks ontwerp De Eendracht uit het jaar 1936. Met schuifdeuren en opklapmeubels konden bewoners de ‘dagwoning’ (met speel- en woon-werkruimte) veranderen in een ‘nachtwoning’ (drie aparte slaapvertrekken met vouwbedden). Door het dubbele gebruik van de kamers kon een arbeidersgezin van vier tot zes personen -op een voor die tijd- comfortabele manier wonen in een huis van nog geen 70 vierkante meter welteverstaan.

Open Building

Een recent voorbeeld van flexibele plattegronden is het project SAWA van Mei architects and planners dat in het Lloydkwartier gebouwd zal worden. Het project volgt het zogenaamde Open Building principe, waarin het ontwerp van het gebouw rekening houdt met de mogelijkheid om het gebouw tijdens zijn levensduur te veranderen. Hoofdkenmerk is de consequente scheiding van de permanente draagconstructie en de per definitie veranderbare inbouw van binnenwanden en installaties. Open Building is schatplichtig aan de ideeën van John Habraken over ‘Open Bouwen’ uit het jaar 1961. Habraken bedacht de scheiding van ‘dragers’ (de bouwconstructie) en ‘inbouw’ (de binnenwanden).

Bij SAWA zijn binnen een kolommenstructuur diverse woningindelingen mogelijk. Daardoor kunnen bewoners de kamers en zelfs de natte ruimten en de keuken -met inachtneming van enkele spelregels- vrij plaatsen. Dit wordt mogelijk door een vernieuwende vloerconstructie waarbij de leidingen niet vast en onbereikbaar in het beton liggen, maar in een grindlaag bovenop de dragende vloer, legt partner en projectmanager Robert Platje uit in een videogesprek en in zijn lezing over de principes van Open Building. Op deze manier kunnen woningindelingen en leidingen steeds weer gewijzigd worden. Door vrije indeelbaarheid en ‘losmaakbaarheid’ van wanden en installaties, zo het idee, voldoen deze woningen aan huidige woonvragen én aan die van toekomstige bewonersgeneraties. 

De aanpasbaarheid van de woning op diverse woonideeën en samenwoonvormen zoals het kerngezin, de patchwork- of grootfamilie en het Friends Wonen (vriendschappelijk samenwonen) verlegt ernaast de levensduur van het woongebouw zelf immens. Een kanttekening: dit soort woningen zijn nog kostbaar en maar voor weinigen bereikbaar. Hieraan wordt op verschillende manieren gewerkt, onder andere door standaardisatie, technologische innovatie en door als architect zelf de rol van projectontwikkelaar op zich te nemen. In SAWA zijn 50 middenhuurwoningen op dezelfde wijze flexibel in te delen als de luxe koopwoningen.

Van Berlijn tot Seoul

Een derde vorm van flexibiliteit gaat niet uit van fysieke veranderbaarheid, maar van flexibel bruikbare kamers. Flexibiliteit ontstaat dan zonder het afbreken van maar één binnenwandje. Dit principe kwam ik op het spoor door het onderzoeken van mijn eigen woonhistorie. Mijn (over)grootouders woonden in een villa met drie onderling verbonden salons. In de meer dan honderd jaar die de villa door ons gezin bewoond wordt, werden de salons als rook-, woon-, eet-, werk-, gasten- en privéslaapkamer gebruikt.

In Berlin-Kreuzberg woonde ik in een flat met meerdere even grote kamers. We leefden er in een woongroep, maar later werd de woning een gezinswoning. Ook hier bleek dat elke kamer op uiteenlopende manieren gebruikt kon worden, gezamenlijk of individueel. Het derde voorbeeld leerde ik in Seoul kennen. Zuid-Koreaanse standaardwoningen hebben naast de gezamenlijke woonruimte meerdere nagenoeg even grote slaapkamers, gekoppeld aan een eigen badkamer. De gebruiksmogelijkheden zijn legio.

 Opmerkelijk: alle voorbeelden zijn niet op flexibiliteit ontworpen, ze zijn gewoon flexibel. De flexibiliteit ontstaat door gelijkwaardige kamers, waarin het gebruik niet al van te voren door afmeting en positie in de plattegrond vast staat, analyseerde ook onderzoeker Bernhard Leupen in zijn boek1.

Dit soort woningen omarmen divers gebruik en verschillende vormen van samenwonen: als kern- of patchworkgezin, met huisgenoten of vrienden. Gelukkig worden ook in Nederland woningen met gelijkwaardige kamers gebouwd. Het Friends Wonen is geboren uit schaarste: de onmogelijkheid om als jongvolwassene woonruimte te vinden. Zo’n co-living appartement lijkt op de Koreaanse flat: er zijn meerdere gelijkwaardige privékamers en men deelt een woonkeuken.

Jong en hip geen voorwaarde

In het Rotterdamse project Clubhouse Boompjes van Team V Architectuur zullen iets meer dan 40% van de in totaal 342 middensegment huurwoningen co-living appartementen zijn. Elk van de twee of drie privékamers heeft een eigen badkamer. Dit is een hoopvolle ontwikkeling. Er is dus een type woning voorstelbaar waarin je anders dan in de hiërarchisch georganiseerde Nederlandse standaardwoning (woonkamer – grote slaapkamer – klein vertrek) óók als huisgenoten samen kunt wonen. Hiervoor hoef je niet jong en hip te zijn. In de praktijk wonen in circa 50% van de Amsterdamse friendswoningen senioren, vertelde onderzoeker Vincent Kompier tijdens een debat in het Amsterdamse architectuurcentrum Arcam. In potentie zijn dit soort woningen ruimte- en daarmee kostenbesparend, omdat er naast het woongedeelte méér gedeeld kan worden: werkplekken, zoals in Clubhouse Boompjes, of gastenkamers en fietsen.

 Het is de hoogste tijd dat onze kijk op ‘wonen’ diverser wordt. ‘De mens’ bestaat niet. Flexibele plattegronden of gebruiksflexibele kamers kunnen door hun veranderbaarheid recht doen aan onze heterogene maatschappij, veranderende leefstylen en de daarmee samenhangende woonvragen. Dringend aandachtspunt blijft de betaalbaarheid. Praktijkexperimenten kunnen hierbij helpen. Of zoals architect Sanne van Manen zich bij het Stadsmakerscongres afvroeg: ‘Hoe zou het zijn als de gemeente Rotterdam in elk nieuwbouwproject de introductie van één nieuwe woningtype eiste?’ Een typologie zou ik willen toevoegen, die niet alleen innovatief is, maar ook divers en betaalbaar wonen mogelijk maakt.

Over dit artikel

Dit artikel belicht één aspect – flexibiliteit en woningbouw, toegespitst op Rotterdamse voorbeelden – binnen Andrea Prins’ boek Wonen. De fascinerende gelaagdheid van een alledaagse bezigheid, dat op 22 mei 2021 bij WalburgPers verschijnt.

Haar onderzoek en de boekpublicatie werden mogelijk door financiële bijdragen van het Mondriaan Fonds, de Gemeente Rotterdam, de J.E. Jurriaanse Stichting en De Gijselaar-Hintzenfonds. Dit artikel is tot stand gekomen dankzij een bijdrage van de Gemeente Rotterdam. Deze organisatie heeft geen invloed gehad op de inhoud van het artikel.

Lees meer over Productiehuis Vers Beton

09_Little_C_©Ossip

Lees meer

Little C: In gelul kan je prima wonen

Architectuurkritiek van Tim Peeters over het verrassende nieuwe Little Coolhaven

Deze banner kun je wegklikken, maar....

..je kunt ook supporter worden! Vers Beton kan alleen bestaan dankzij een bijdrage van lezers. Vanaf 6 euro per maand maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. Kader en generieke ruimte: Een onderzoek naar de veranderbare woning op basis van het permanente. ↩︎
0

Andrea Prins

Andrea Prins is een architect met passie voor ideeëngeschiedenis en maatschappelijke ontwikkelingen. Ze woont sinds 1994 in Rotterdam. Sinds 2010 is ze minder bezig met bouwen en meer met woorden.

Profiel-pagina
MATZWART_LOGO

Matzwart

Illustrator

Matzwart studeerde in 2012 af aan de Willem de Kooning Academie en werkt nu als allround ontwerper met een voorliefde voor illustratie. Hij werkt overal waar hij aan WiFi kan komen.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.