Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Elzeline Kooy – Bukshag – 2020
Beeld door: beeld: Elzeline Kooy

Terwijl ik in de vroege ochtend starend uit het keukenraam boven mijn kop koffie hang, ben ik getuige van een aparte bedrijvigheid: wat sjofel uitziende figuren lopen of fietsen schichtig de straat in en – met de blik onafgebroken gericht op de straatstenen – zoeken ze naar nog enigszins bruikbare tabaksresten. Deze tabaksresten worden snel in broekzakken gefrommeld om bij voldoende vangst een nieuw sjekkie van te draaien. Eerst vooral in de vroegste ochtenduren maar tegenwoordig zie ik dit ook steeds vaker op klaarlichte dag op het Hudsonplein in Rotterdam-West.

Het zette me aan het denken: wie zijn deze sigarettenpikkers en wat beweegt ze tot deze extreem onhygiënische daad? Zijn deze mensen nog enigszins in het zicht van instanties die hen kunnen ondersteunen in de zoektocht naar een zinvol en zelfredzaam leven?

Op een willekeurige ochtend spreek ik één van de ‘sigarettenpikkers’ aan en vraag of ik misschien sigaretten voor hem kan halen. Hij slaat mijn aanbieding verrassend genoeg af. Hij is niet geïnteresseerd in sigaretten maar specifiek op zoek naar jointjes die zijn weggegooid. De man wijst in de richting van de Euromast en de Maastunnel. “Ik ben niet dakloos hoor, ik heb een woning op Rotterdam Zuid”. Toch zie ik deze licht kalende met een pluizige haardos aan beide zijden van zijn hoofd, geregeld in mijn straat. Wat doet hij zo vaak hier in West? “Mijn moeder woont iets verderop bij het Dakpark, een paar keer per week bezoek ik haar”, antwoordt hij.

Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, zie ik deze man tijdens ons korte gesprek de verzamelde uitgedrukte peukjes – die zwart zien van as en verbrande tabak – in een nieuw vloeitje tot een gerecyclede joint omtoveren, en oproken. Hij ziet er verward uit maar weet zich wel goed te verwoorden. Als ik hem erop wijs dat hij hulp kan zoeken voor zijn problemen en bijvoorbeeld bij het Leger des Heils aan kan kloppen, blijkt dat hij daar niet echt oren naar heeft.

“Ik ben mijn pinpas kwijt geraakt en moet dat eerst in orde maken met mijn bewindvoerder. Ik kan nu gewoon even geen wiet betalen en daarom pluk ik het van straat.” Het voelt meer alsof dit een manier is om van mij af te zijn. Als hij zijn geparkeerde fiets weer heeft gevonden biedt hij ‘m mij te koop aan en sjeest weg nadat ik hem vriendelijk heb bedankt voor zijn aanbod.

Medewerker Brandon van coffeeshop Checkpoint aan het Hudsonplein herkent en bevestigt mijn verhaal: sigarettenpikkers laten zich overdag liever niet zien maar soms maakt iemand een spontane ronde gedurende de openingstijden van de shop. “Zo nu en dan bied ik ze een sigaretje aan, als ze zich hier in de buurt ophouden op zoek naar weggegooide joints. Op momenten dat ze zich ongezien wanen, zie ik ze in het voorbijgaan toch snel wat oprapen en in hun zak steken. Dat houd je niet tegen!”

Bukshag

Met de vraag welke instellingen mogelijk ondersteuning en begeleiding voor deze kwetsbare mensen bieden, leg ik contact met Pameijer. Pameijer heeft verschillende zorg-filialen door heel Delfshaven zitten, zoals op het Coolhaveneiland. Hier wonen eenentwintig mensen die in een kwetsbare positie verkeren, verspreid over zeven appartementen. Veel van deze mensen hebben psychiatrische klachten gecombineerd met een alcohol- of drugsverslaving.

Kees Buitendijk, lid van het Consultatieteam van Pameijer Coolhaveneiland, knikt gelijk bevestigend: ”Bukshag, ja dat ken ik zeker!” Ik kijk hem niet-begrijpend aan. ”Shag waar je letterlijk voor moet bukken”, verheldert hij.

Hier bestaat dus gewoon een term voor! Ik leer dat de term ‘bukshag’ al uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog dateert, toen tabak een schaars goed was en opgepikte sigaretten werden hergebruikt om een nieuwe sigaret van te draaien. Naast onhygiënisch ook nog erg ongezond omdat half verbrande teer, tabak en andere schadelijke stoffen opnieuw verhit en opgerookt worden.

“Maar dit wordt niet door onze bewoners gedaan hoor”, vervolgt Buitendijk. “Zij staan hier ingeschreven en hebben daarmee ook een vast woonadres. Deze locatie van Pameijer dient als woonplek na de nachtopvang. Dan zijn de voormalig dakloze mensen al redelijk ingebed in een traject, ontvangen zij begeleiding en vanwege hun WMO-indicatie ook financiële steun van de gemeente. Wij helpen ze bij het budgetteren van hun inkomen, reserveren voedingsgeld en daar controleren wij ook op. Daarnaast ontvangen zij per week geld, daar halen ze hun standaard dingetjes van, ook alcohol en softdrugs. Soms gaat het sneller op. Dan worden er wel eens een half opgerookte peuken uit de asbak gevist, maar dat is incidenteel, als mensen een slechte week hebben.”

De bewoners van deze Pameijer-locatie hoeven over het algemeen dus niet in de vroege ochtend sigaretten of joints van straat te pikken. Zij kunnen in hun levensonderhoud voorzien, worden daarin begeleid en kunnen zelf ook sigaretten, alcohol of softdrugs betalen. Wie zijn dan wel de mensen die ik bukshag zie roken?

“Dit fenomeen zie je voornamelijk bij mensen die in de nachtopvang slapen en buitenslapers”, stelt Buitendijk. “Die hebben geen vast woonadres en dus ook geen structureel inkomen. Door de stad heen zitten verschillende locaties die nachtopvang bieden, maar dat is geen ideale situatie. Het gaat er daar vaak chaotisch aan toe en mensen hebben geen privacy, het zijn in principe gewoon grote slaapzalen.”

Ik begrijp hieruit dat lang niet alle daklozen zich tot de maatschappelijke opvang richten voor een slaapplek. En er liever voor kiezen om hun boeltje op te pakken en buiten te overnachten. Bijvoorbeeld mensen met huisdieren die niet toegelaten worden binnen de muren van de nachtopvang. Delfshaven leent zich volgens Buitendijk dan ook ontzettend goed om buiten te slapen. De mensen die dat doen zijn niet voortdurend in beeld bij instanties als Pameijer. “Deze mensen komen eigenlijk alleen in beeld als de gevoelstemperatuur onder de nul daalt en de winterkouderegeling geldt. Dan gaan er speciale teams actief op zoek om iedereen in de nachtopvang te laten slapen”.

Pameijer is door het jaar heen niet actief bezig met het signaleren van daklozen en hun activiteiten op straat. Is het Leger des Heils – dat zich bezighoudt met de mensen zonder vast woonadres en dag- en nachtopvang biedt – dan de organisatie die in contact staat met sigarettenpikkers?

Woonkamer van de straat

Bij de dagopvang De Sluis van het Leger des Heils aan de Westzeedijk kijk ik mijn ogen uit. Ik begeef me in een nauwe doorgang die leidt naar een grote zaal met tafels en stoelen. Beerd van Vliet, medewerker van de dagopvang, neemt me mee naar ‘de woonkamer’. En daar sta ik dan een beetje onwennig tussen een toch wel behoorlijk kwetsbare groep dakloze mensen. Van elk hoekje, tafeltje of stoeltje in de ruimte wordt gretig gebruik gemaakt.

In een hoekje trekt iemand een deken over zich heen om een dutje te doen, een groepje mensen is luid aan het kletsen, er wordt op een piano gespeeld en weer anderen komen met hun hele hebben en houden binnengelopen. Deze ‘woonkamer van de straat’ dient als opvang gedurende de dag.

Ondanks het feit dat Van Vliet bekend is met het fenomeen bukshag geeft hij toe dat zijn team zich vooral bezighoudt met de dagelijkse zorg voor de groep mensen die hier dagelijks komt aanwaaien. Maar ook binnen deze muren is het verzamelen van bukshag zeker geen onbekend verschijnsel. In de gemeenschappelijke opvangzaal die dagelijks wordt opengesteld voor deze precaire groep neemt Van Vliet dit gedrag ook waar. Hij wijst in de richting van de rookruimte en vertelt hoe hij daar regelmatig bezoekers peuken uit de asbak ziet vissen om wat van te draaien. “Veel van deze mensen hebben het zo slecht dat ze bij niemand écht in beeld zijn en zo tussen wal en schip raken. Zij komen pas in beeld als ze echt nergens meer terecht kunnen en zichzelf ergens aanmelden, zoals hier.”

Enkele dagen later weet de teammanager Siemen van der Net vanuit zijn jarenlange ervaring te vertellen dat er best wat overlap zit tussen de mensen die ik voor mijn deur peukjes op zie rapen en degenen die gebruik maken van de opvang van het Leger des Heils.

Dagopvang De Sluis en het nabij gelegen William Booth-huis dienen beiden als verzamelplaats voor mensen die in deze omgeving op straat zwerven. Van der Net vertelt dat zij zich sinds de overlast die tot drie jaar geleden veroorzaakt werd door het hoge aantal daklozen op straat, nog intensiever in zijn gaan zetten om mensen binnen te krijgen.

Het Leger de Heils voert dus ook wel veldwerk uit. Vanuit de Sluis is er een team bezig dat zich beperkt tot het Coolhaveneiland en het Lloydkwartier, de directe omgeving van De Sluis. “De eerste stap zetten we hierin door ze een bakje koffie aan te bieden zodat we contact kunnen maken. De tweede stap draait meer om het bekijken wat ze nodig hebben, wat voor behandeling vindt deze persoon fijn? Als derde stap kan je een poging wagen om ze in een duurzamer traject op te nemen”, aldus Van der Net. Ik zal de veldwerkers met het Leger des Heils-logo op hun jas dus niet bij mij in de straat tegenkomen: net iets te ver uit de directe omgeving van de maatschappelijke opvang aan de Westzeedijk.

Verward of kwetsbaar

Net zoals Kees Buitendijk (Pameijer) zit Van der Net al meer dan tien jaar in het vak en herkent hij het beeld van sigarettenpikkers. De heren kennen elkaar en spreken elkaar ook geregeld. Toch heeft Van der Net een iets andere mening over het fenomeen: “Het zijn niet per se mensen die op straat wonen of slapen. Vaak zijn het ook mensen die wel in een beschermde woonvorm zitten en in de vroege uren op pad zijn om te zien of er iets op straat ligt wat ze kunnen gebruiken.”

De meeste sigarettenpikkers zijn verwarde mensen die in een hele nare periode van hun leven verkeren, stelt Van der Net. “Zij hebben behandeling of medicatie nodig. Als zij al inkomen hebben dan gaat dat heel snel op aan drugsgebruik, foute vrienden of omdat er misbruik van ze wordt gemaakt. Een deel van deze mensen overnacht op straat maar er zitten ook mensen tussen die wel (deels) gebruik maken van de maatschappelijke opvang. Het gros van deze mensen is daardoor wel enigszins in beeld en heeft meestal een plekje om op terug te vallen. Maar dat maakt ze niet minder verward, kwetsbaar of arm en zo vatbaar voor het verzamelen van bukshag”.

Ook hij stipt de winterkouderegeling aan als het moment waarop de buitenslapers actief opgezocht worden. Alleen moeten zij de hulp wel willen accepteren. Ook daklozen hebben recht op een hoge mate van zelfbeschikking, ook al daalt de (gevoels)temperatuur tot ver onder het nulpunt. “Als ze niet mee willen kunnen wij ze niet dwingen. We nemen dan een extra slaapzak mee en een extra kan koffie. In zulke situaties gaan wij wel herhaaldelijk bij kwetsbare personen langs in de hoop dat zij na een aantal keer toegeven en toch een periode in de opvang willen verblijven.”

Modelburger

Als ik Van der Net vraag hoe de zorg meer aan kan sluiten bij de leefwereld van bank- en buitenslapers geeft ook hij aan dat een significant deel van de doelgroep niet de hele week in de nachtopvang slaapt vanwege de chaos, al is de nachtopvang bezig om meer privacy voor de aanwezigen te maken. Zijn droom is een groot inloophuis met daaraan slaapkamers of kleine woonunits gekoppeld.

Hij stapt graag af van het strak ingerichte bureaucratische systeem, naar een meer flexibele houding. “De voorwaarden die nu onlosmakelijk verbonden zijn aan een langer verblijf in de opvang zorgen er vaak voor dat mensen uitvallen.” Een verblijf voor een week, maand of zelfs een jaar aanbieden, zonder hier direct strikte voorwaarden aan te verbinden zou hij “fantastisch vinden”. “Het moet natuurlijk gefinancierd worden, maar als je het mij vraagt is dat wat die gasten nodig hebben. Hoe langer we ze in huis hebben hoe beter wij ze kunnen ondersteunen en begeleiden. Misschien gebruiken ze zich de eerste maand helemaal kapot, willen ze in de tweede maand niks van je weten, maar de derde maand kunnen ze tot inkeer komen en bedenken dat we ze echt willen helpen.”

Het doorbreken van de vicieuze cirkel is het belangrijkste, stelt Van der Net. “Je kan niet iedereen een modelburger maken: iemand die niet gebruikt, niet in de war is en alles begrijpt en handelt zoals de overheid het graag zou willen zien. Maar je biedt ze wel de mogelijkheid om een mooier leven te leiden dan het leven wat ze nu leiden.”

Op mijn dagelijkse wandelrondje over het Hudsonplein richting het Dakpark tref ik een paar dagen later toevallig weer de sigarettenpikker die ik eerder sprak. Met de energie van een gladde verkoper probeert hij iemand een fiets van de hand te doen. Dat lukt niet. Wel krijgt hij een paar sigaretten toegestoken van de jongens en neemt ze deze keer gretig aan.

De jongens weten te vertellen dat hij enorm acrobatisch is en op zijn gemak een hele straat door flikflakt. Van tijd tot tijd geeft hij een showtje weg. Stiekem hoop ik daar ook eens van mee te mogen genieten, als tegenhanger voor al die momenten waarop ik hem vanachter het keukenraam heb gadegeslagen. Het zou dan misschien even voelen alsof zijn situatie niet zo ongelukkig is als het lijkt.

Misschien kan hij ooit in het gedroomde opvanghuis van Van der Net gaan wonen en de bukshag letterlijk en figuurlijk achter zich laten. Of moet ik als grootstedeling maar gewoon accepteren dat het Rotterdamse sociale vangnet altijd zijn grenzen zal kennen? En dat er – hoe uitgebreid en zorgvuldig wij een vangnet ook weven – misschien altijd mensen zullen zijn die er buiten leven.

Vers Beton – Lucia Lenders – Dakloze Jongeren – 2020

Lees meer

Dakloos in Rotterdam: hoe kom je als jongere weer aan een huis?

Jongeren Rianne, Dwight en Kevin tonen de moeilijke zoektocht naar stabiliteit en een plek

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

IMG_2051-1.JPG

Giovanni Burke

Giovanni Burke (1985) studeerde Sociologie op de Erasmus Universiteit en deed daarna een master Grootstedelijke Vraagstukken en Beleid. Als geboren en getogen Rotterdammer combineert hij zijn voorliefde voor de stad graag met zijn sociologische achtergrond door te reflecteren op verschillende lokale ontwikkelingen. Licht werpen op ‘onzichtbare’ verhalen van mede-Rotterdammers is hierbij vaak het uitgangspunt.

Profiel-pagina
logodriehonderdduizendtweetien

Elzeline Kooy

Illustrator

Elzeline Kooy (Rotterdam) studeerde in 2013 af als illustrator aan de Willem de Kooning Academie. In 2014 behaalde ze haar master aan Sint-Lukas (kunsthumaniora) in Brussel. Momenteel werkt ze als freelance illustrator voor onder andere magazines en online platforms, met specialisatie in beeldverhaal.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.