Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer

Op de 2e Carnissestraat wisselen bouwsteigers en verlaten voorgevels het straatbeeld af. Het geraas van de bouwmachines overstemt de grappen van de bouwvakkers en het geroezemoes van de mensen op straat. De naamplaatjes bij de deurbellen zijn leeg. Kozijnen brokkelen af. Achter de gehaakte vitrage zijn alleen een bankstel en oud tv-scherm te zien. 

Carnisse is notoir één van de wijken in Rotterdam waar het verloop van bewoners hoog is. Maar eigenlijk is het in heel de stad een komen en gaan van inwoners. De afgelopen 10 jaar vertrokken er zo’n 425.000 mensen uit de stad. Er vestigden zich ongeveer 453.000 mensen van buiten de stad. Per saldo werd Rotterdam de afgelopen 10 jaar dus zo’n 28.000 mensen rijker door verhuizingen van buiten de gemeente de stad in. Volgens het CBS is de relatieve bevolkingsontwikkeling van Rotterdam net iets lager dan in Amsterdam en ongeveer gelijk aan die van Haarlem.

De demografische ontwikkeling heeft veel invloed op zo’n beetje alle facetten van de stad: van arbeidsmarkt tot woningmarkt en van cultuur tot gezondheidszorg. Verhuizingen zijn altijd politiek. Met programma’s als het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) en de Woonvisie probeert de gemeente de verhuisbewegingen van en naar de stad te beïnvloeden. 

De verhuiscijfers laten zien dat migratie van en naar de stad een complex verschijnsel is. Toch vallen er trends te ontwarren in de cijfers van het het gemeentelijk onderzoeksbureau voor statistiek (OBI) en het CBS. Over de leeftijd, burgerlijke staat, en afkomst van verhuizers zijn data beschikbaar, evenals over de verhuisbewegingen van en naar wijken.  Wat kunnen we op basis hiervan zeggen over tien jaar Rotterdamse migratie?

Bron: beeld: youtu.be

Geliefd onder jongvolwassenen

Dat per saldo meer mensen naar de stad kwamen dan er vertrokken is te danken aan jongvolwassen die naar de stad verhuizen. Voor jongeren tussen de 15 en 24 jaar is Kralingen de populairste wijk om naartoe te verhuizen. Bij de leeftijdscategorie daarboven (25 tot 29 jaar) loopt de buurt weer leeg. Het gaat hier dus waarschijnlijk voornamelijk om studenten die naar de stad komen om te studeren. Behalve Kralingen zijn Delfshaven, Charlois, het centrum en Feijenoord populair onder jongeren. Uitzonderlijk geliefd in de groep 20-24 jaar is Rotterdam Noord. In tegenstelling tot Kralingen blijven deze wijken geliefd onder jongvolwassenen tot 30 jaar. 

Dezelfde wijken die onder jongeren een grotere toestroom kennen – dus Delfshaven, Kralingen en Noord – zien een grote uitstroom op de leeftijden 0-4 en 30-34 jaar. Dat duidt erop dat veel jonge gezinnen de stad verlaten. In het centrum, Charlois en Feijenoord lijken jongvolwassenen meer te blijven plakken. In die wijken is ook sprake van een uitstroom, maar in mindere mate.

Het gehele positieve saldo van verhuizers naar de stad is te danken aan jongvolwassenen tot 30 jaar. Voor elke andere leeftijdscategorie verlaten meer Rotterdammers de stad dan dat er bijkomen. Volgens Gijs Custers, postdoc onderzoeker stadssociologie aan de Erasmus, is dat in andere steden niet anders: “Er is altijd een patroon van mensen die op jonge leeftijd naar de stad komen en weer vertrekken als ze een familie vormen.”

In coronajaar 2020 zijn aanzienlijk meer dertigers vertrokken uit de stad. Daarnaast was er vorig jaar een lichte daling in het aantal 18 tot 30-jarigen dat zich vestigde in de stad. Toch bleven er ook nu nog net meer mensen van buiten de stad naar de stad verhuizen dan dat er weggingen: zo’n 600.

Burgerlijke staat

Ook als we kijken naar de burgerlijke staat van de verhuizers zien we dat dezelfde wijken die populair zijn bij jongeren, niet ontoevallig, ook populair zijn bij ongehuwden. Het overkoepelende saldo van gehuwden is negatief. Dat wil zeggen dat er een stuk minder getrouwde stellen naar de stad toe verhuizen, en relatief veel getrouwde stellen de stad verlaten. In de afgelopen 10 jaar wonen hebben per saldo zo’n 14.000 getrouwde stellen de stad verlaten. 

Het grootste negatieve saldo van gehuwden is in Noord, en met name in Blijdorp. Vanuit daar vertrokken per saldo 2.400 getrouwden de stad uit in de afgelopen 10 jaar. Ook Delfshaven, Kralingen en Charlois zien een leegloop van stellen. Als we deze cijfers naast de leeftijd van de verhuizers leggen, zien we dat zowel 30-34 als 0-4 jarigen deze wijken verlaten. Het is dus aannemelijk dat jonge gezinnen met één of meer kinderen wegtrekken uit deze wijken.

Hoek van Holland is het enige gebied waar wel een positief saldo van gehuwden is. Hier kwamen per saldo zo’n 160 getrouwde stellen bij in de afgelopen 10 jaar.

Centrum in trek bij gescheiden mensen

Dat wil niet zeggen dat getrouwde mensen niet naar Rotterdam verhuizen. Prins Alexander, IJsselmonde, Feijenoord en Charlois zijn het populairst onder getrouwde stellen. Maar in al die wijken is het dus zo dat er nog meer getrouwde mensen de stad uit vertrekken dan dat zich er vestigen. Het centrum kent per saldo de grootste instroom van gescheiden mensen. Charlois, Delfshaven, Feijenoord en Alexander zien de hoogste uitstroom van gescheiden mensen naar buiten de stad. Gescheiden mensen die naar de stad kwamen, gingen vooral in het centrum wonen. 

Zowel de leegloop van jonge gezinnen als de vestiging van 18-30 jarigen is groter geworden over de jaren heen. Toch is de groep die als jongvolwassene naar de stad komt groter dan de groep die weer vertrekt. 

Het lijkt er dus op dat sommigen die hier in hun jongvolwassen jaren naartoe komen, blijven hangen. En die groep wordt gestaag groter. Gezien de populariteit van Kralingen onder deze demografische groep is het aannemelijk dat dit veelal gaat om studenten die in de stad blijven wonen.

migratietrends
Beeld door: beeld: Pia van den Beuken

Leegloop naar randgemeenten

Veel Rotterdamse ouderen kiezen ervoor hun gouden jaren buiten de stad door te brengen. Delfshaven, Rotterdam Noord, Feijenoord en Charlois ondervinden grote uitstroom bij 65-69 jarigen. Opmerkelijk is dat veel 65+’ers van buiten de stad zich juist in Rotterdam Alexander vestigen, maar dat op latere leeftijd weer relatief veel verhuizingen van de polder naar buiten de stad plaatsvinden. 

Alleen Hillegersberg blijft geliefd bij de senioren. Die wijk heeft een positief saldo voor alle 65+ categorieën. Boven de leeftijd van 75 wordt er weinig meer verhuisd.

De afgelopen 10 jaar vertrokken 110.000 mensen naar randgemeenten. Per saldo verloren we 25.400 mensen aan randgemeenten. De meeste mensen verhuisden naar Lansingerland, daarna aan Schiedam, Ridderkerk, Capelle aan den IJssel en Barendrecht. De verhuizingen vonden veelal plaats vanuit nabijgelegen Rotterdamse wijken. Zo vertrekken veel mensen uit Charlois en Feijenoord naar Barendrecht, en van IJsselmonde naar Ridderkerk. Mensen die in Schiedam zijn gaan wonen vertrokken vooral vanuit Noord en Delfshaven.

Peter Scholten, hoogleraar migratie aan de Erasmus Universiteit, plaatst een kanttekening bij de verhuizingen naar grensgemeenten. Volgens hem moet de grote mobiliteit gezien worden als grootstedelijk vraagstuk. “Schiedam en Capelle, of de hele regio Rijnmond, is eigenlijk één stedelijk gebied. Daarbinnen zijn verhuizingen niet echt migratie-gebonden. Die verhuisbewegingen hebben meer met levensfase en sociaal-economische achtergrond te maken.”

Het is toch een beetje Rotterdam eerst: pas aan het einde van de dag wordt naar de belangen van de randgemeenten gekeken

Custers vult aan: “De randgemeenten zijn erg vervlochten met de stad: je steekt een weg over en je bent er. Maar beleidsmakers van de gemeente Rotterdam zijn verantwoordelijk voor alles wat binnen de grenzen gebeurt. Daarom zijn de cijfers van belang. Het is toch een beetje Rotterdam eerst. Pas aan het einde van de dag wordt naar de belangen van de randgemeenten gekeken. ”  

 Uit de rest van Nederland, dus vanuit buiten de randgemeenten, verhuisden mensen juist naar  Rotterdam.  Per saldo zijn er in de afgelopen jaren meer mensen naar de stad gekomen dan dat er weggingen: zo’n 17.000 in de afgelopen 10 jaar. Die Rotterdammers in spe verspreiden zich vrij diffuus door de stad, maar vooral in Delfshaven, IJsselmonde, Charlois en Feijenoord. Pernis en Hillegersberg zijn de enige buurten die per saldo meer mensen zagen vertrekken naar de rest van Nederland.

World port city

Als we kijken naar verhuizingen vanuit het buitenland naar de stad dan is Kralingen duidelijk het populairst. In totaal kwamen er in die buurt 25.100 mensen uit het buitenland bij over de afgelopen 10 jaar. Dat aantal nam per jaar ook sterk toe. In 2010 kwamen zo’n 1.360 mensen uit het buitenland naar Kralingen, in 2019 was het aantal bijna verdubbeld naar 2.500. Ook het centrum is over de jaren geliefder geworden voor buitenlandse migranten. Per saldo steeg het aantal buitenlandse migranten zo’n 400 tot ongeveer 1.000 in 2019 in het centrum. 

Zo’n netto verhuiscijfer verhult dat zowel het aantal mensen dat naar de stad komt, als het aantal dat weer vertrekt toeneemt.  En dat hoge verloop is precies wat de afgelopen 10 jaar aan migratie typeert. Volgens Scholten hoort die vlottendheid ook echt bij een grote internationale stad. “Je kan niet zeggen dat je een world port city wil zijn en vervolgens niet oké zijn met die doorstroom.”

In een aantal wijken is dat grote verloop duidelijk te zien. Het centrum, Delfshaven, Charlois, IJsselmonde en Kralingen zien het grootste verloop. De stabielste wijken zijn Hoek van Holland, Rozenburg en Pernis. 

Custers benadrukt dat gelijke cijfers niet hetzelfde geïnterpreteerd worden in verschillende wijken: “Alleen in Charlois en Delfshaven associeert de gemeente het hoge aantal verhuizingen met slechte sociale cohesie, terwijl in het centrum het aantal verhuizingen hoger is.” 

Carnisse is één van die wijken met een groot verloop. Een constante factor tussen al die verhuizingen is Snackbar van Putten. Als sinds 1939 is het eetcafé een begrip in Carnisse. Naast de klassiek Nederlandse frituurlekkernijen liggen vrolijk gekleurde gebakjes en ijstaarten in de vitrine. Ed houdt de zaak draaiende. Hij woont al 35 jaar in de wijk, en merkt ook dat het verloop de laatste jaren groot is. Ed: “Je ziet steeds nieuwe gezichten in de zaak en op straat. Veel jonge mensen komen aan en vertrekken weer, soms al na vier maanden.”

Ed verhuurt zelf ook twee appartementen boven de zaak. “Daar hebben in de afgelopen 30 jaar meer dan 10 mensen gewoond.” Toch is het verloop niet de enige kant van het verhaal. Ed vervolgt: “Ik zie ook mensen die hier zijn opgegroeid, in Barendrecht zijn gaan wonen en weer terugkomen. Ze vinden het hier toch leuker, en kopen bijvoorbeeld een huis op de Carnisselaan waar wel grotere gezinswoningen staan.”

Migratietrends Header 03 copy 2
Beeld door: beeld: Pia van den Beuken

Internationale studenten

De Erasmus universiteit is een grote factor in het aantrekken van internationale studenten. Het afgelopen decennium werd de universiteit populairder onder studenten uit de mediterrane landen. Een deel van hen gaat terug, maar sommigen blijven. Scholten: “Deze studenten zijn Europese burgers met recht op vrij verkeer. Zeker nu Engeland uit de EU is, bieden Nederlandse universiteiten, en ook Erasmus de betere Engelstalige opleidingen in de EU. Hierdoor zien we fors meer internationale inschrijvingen.”

Ook in Delfshaven en Charlois is er een toename van het aantal mensen dat zich vanuit het buitenland vestigt. Vooral in de eerste jaren ‘10 was het verhuissaldo groot: zo’n 1.000 mensen per jaar. 

Lupita Rios was één van die studenten. Ze kwam in 2010 uit Tampico, een havenstad in Mexico, naar Rotterdam om bedrijfseconomie te studeren aan de Erasmus Universiteit. De keuze voor Rotterdam was voor Lupita snel gemaakt. “Mijn school in Tampico had een uitwisseling met Rotterdam vanwege de connectie van de havens. Ik wist dus dat Erasmus goed stond aangeschreven. Ook studeerde mijn zus al geneeskunde in Leiden. Ze had haar Nederlandse man eerder in Canada ontmoet.” 

Lupita vond het eerst spannend om naar Rotterdam te komen zonder dat ze er iemand kende. Maar dat was snel opgelost. “Al tijdens de introductieweek heb ik vrienden gemaakt. Door alle activiteiten was het makkelijk om je ergens onderdeel van te laten voelen. Mensen die ik ken die na hun studie emigreerden, vonden het veel lastiger om te integreren.”  

Een huis vinden was voor Lupita geen probleem. Via Facebook vond ze een kamer in de Klein-Coolstraat achter het station bij een huiseigenaar die kamers aanbood aan vrouwelijke internationale studenten. Later verhuisde ze met een vriendin naar Kralingen. Pas na het afstuderen werd het lastig. “Het was moeilijk om in Nederland een baan te vinden. Er waren toch altijd mensen die beter Nederlands spraken dan ik. Dat bleek toch een doorslaggevende factor, ook bij internationale functies.” 

Inmiddels werkt ze bij Eurostat in Luxemburg. Maar eigenlijk wil ze terug naar Nederland. Het liefst naar Den Haag of Rotterdam, waar haar vrienden wonen. Terugverhuizen naar Mexico heeft ze niet overwogen. “Ik houd van mijn internationale vrienden in Nederland. Het voelt als thuis.”

Buitenlandse migratie

De categorieën die het CBS hanteert zijn weinigzeggend over waar internationale verhuizers precies vandaan komen. De traditionele migratielanden van waaruit gastarbeiders in de jaren ‘70 en ‘80 hierheen zijn verhuisd, worden uitgelicht. Maar die landen zijn totaal niet meer tekenend voor de migratie van het afgelopen decennium. 

Zo was er met Marokko, Turkije en Kaapverdië een negatief verhuissaldo: er vertrekken meer Rotterdammers die kant op dan dat er vanuit die landen in Rotterdam komen wonen. Vooral naar Turkije vertrokken per saldo tot en met 2015 jaarlijks zo’n 400 mensen, daarna ongeveer 200 per jaar. Idem dito over Suriname. Met name in 2012 was er een grote uitloop: per saldo pakten 700 mensen toen hun koffers. De afgelopen jaren leek de leegloop gestopt, behalve in 2020. Toen zijn er ook weer meer mensen richting Suriname vertrokken dan zich hier hebben gevestigd. 

Verder zijn er de weinig informatieve categorieën ‘overig niet-Westers’, en ‘overig EU’.  Een andere dataset van het CBS laat zien wat de afkomst is van de huidige Rotterdammers. Verschillen over de jaren geven een indruk van de landen waar mensen van en naar emigreerden. Omdat de kinderen van migranten worden meegeteld in die cijfers is het beeld wat vertekend. Het CBS kondigde dan ook onlangs aan de categorie te schrappen.

De race om wie de grootste groep is, verhult dat het palet aan groepen enorm breed en divers is geworden

Scholten: “Die categorieën worden in de wetenschap als onethisch gezien. In beleid wordt het nog wel gebruikt.” Door kinderen van migranten mee te tellen in de cijfers worden categorieën opgeblazen. Scholten: “Hierdoor is een enorme preoccupatie met Marokkanen, Turken en Surinamers. De race om wie de grootste groep is, verhult dat het palet aan groepen enorm breed en divers is geworden.” 

Dat valt inderdaad op als je naar die cijfers van het CBS kijkt. Er zijn vooral erg veel landen waar mensen vandaan komen. Recent is er bijvoorbeeld een toename van mensen uit Brazilië, Colombia, China, India, Vietnam, Irak, Iran, Pakistan, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk. 

Het patroon is niet eenduidig meer, zoals in de jaren ‘60 en ‘70. Toen was er vraag naar laaggeschoolde werkers. Rotterdam is nu economisch veel gedifferentieerder dan vroeger. Dat zie je in de migratiestromen. Scholten: “Nog steeds krijgt Rotterdam de migratiestromen waar het om vraagt. Dat zijn nu laaggeschoolde arbeiders voor het Westland, kennismigranten uit Azië die werken in de veranderende haven, zorgpersoneel, studenten, expats, noem maar op.” 

Die variëteit is tekenend voor het Rotterdam van nu. Scholten: “Het politieke debat blijft hangen in de retoriek van gastarbeiders en asielzoekers. Maar in werkelijkheid is er een regenboog aan migranten en motieven om te migreren.”

Migratietrends Artikel02
Beeld door: beeld: Pia van den Beuken

Europese arbeidsmigranten

De cijfers laten ook dat palet aan migranten zien. De enige groep die er in de cijfers uitspringt is die van Poolse en Hongaarse migranten aan het begin van de jaren ‘10. Er kwamen per saldo gemiddeld zo’n 700 migranten per jaar aan. Inmiddels neemt die aanwas weer af. 

De Poolse migranten vestigen zich vooral in Charlois, zoals op te merken aan de vele Poolse supermarkten die als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. Ook is Charlois de wijk waar de huizenprijzen de afgelopen drie jaar het hardst stegen.

In de sklep – winkel in het Pools – op de Wolphaertsbocht is het bedrijvig druk, zelfs midden in de lockdown. Gevlochten broodjes met sesam vliegen over de toonbank. Meterslange koelkasten met hammen, gedroogde worst en talloze verschillende soorten yoghurt vullen een groot deel van de winkel. Het blijkt niet makkelijk om iemand te spreken. De caissieres en vakkenvullers mompelen dat ze geen Nederlands of Engels spreken. Marta bij de slagerijafdeling vertelt verlegen dat ze twee jaar geleden naar Rotterdam is verhuisd. 

“Mijn man was al hier, hij werkte in de bouw. Daardoor wonen we in een redelijk huis in Charlois. Maar veel mensen die ik ken verblijven tijdelijk in slechte, kleine huizen.” 

Veel huizen zijn de afgelopen jaren inderdaad opgekocht, opgedeeld en verhuurd onder tijdelijke contracten. Er is inmiddels een maatschappelijke discussie over de huisvesting van arbeidsmigranten uit midden- en oost Europa. Custers: “Werkgevers nemen nu weinig verantwoordelijkheid voor de huisvesting van de arbeidsmigranten. Daardoor concentreren dergelijke  gemeenschappen zich in bepaalde wijken zoals Charlois, omdat daar de huizen het goedkoopst zijn.”

Custers vervolgt: “Als mensen ergens maar kort wonen kan dat wel voor overlast zorgen. Maar het verloop van bewoners is niet de enige oorzaak. Er moet een goede samenlevingsopbouw zijn in de buurt, met een buurtorganisatie die mensen kunnen aanspreken.”

Marta weet nog niet hoe lang ze in Rotterdam blijft. “Voor nu is het goed hier. Misschien wil ik terug naar Polen als ik kinderen krijg. Maar dat ligt aan hoe het daar gaat.”

Regenboog van migratie

Naast de gastarbeiders zijn er de afgelopen jaren ook politieke migranten bij gekomen. Uit de cijfers van het CBS blijkt dat er de afgelopen 10 jaar ongeveer 1.000 meer mensen uit Afghanistan in de stad wonen. Ter vergelijking: we zagen eenzelfde toename van mensen afkomstig uit Frankrijk, de Dominicaanse Republiek, Brazilië, Portugal. 

Het openen van het asielzoekerscentrum in IJsselmonde is nauwelijks terug te zien in de cijfers. Tussen 2016 en 2019 kwamen er zo’n 200 mensen per jaar aan in Beverwaard, terwijl in de jaren daarvoor er ongeveer 100 mensen per jaar vanuit het buitenland naar de wijk verhuisden.

Scholten: “Ik ben verbaasd over de kwestie rond Beverwaard. Er was een enorme focus op de asielzoekers die daar terecht zouden komen. Die groep is op het grote migratie-palet helemaal niet zo significant.” Volgens Scholten zijn andere groepen migranten veel groter. “De ‘secundaire’ migratie van vluchtelingen die na toelating uiteindelijk ‘doormigreren’ naar Rotterdam is in aantal bijvoorbeeld groter.” 

De veelzijdigheid van migratie begint langzaamaan door te dringen. Zo zien we steeds meer internationale scholen voor expats en internationale schakelklassen voor ouders die hun kinderen naar een Nederlandstalige school willen sturen. Scholten: “Met een loket voor mensen die zich vestigen in Rotterdam, wordt informatie gestroomlijnd. Daarnaast zou een internationale schakelklas standaard moeten zijn voor nieuwkomers die de taal nog niet helemaal machtig zijn.” Inburgering is dus niet one size fits all, het kan in verschillende variaties. Dat zou volgens Scholten meer op maat gefaciliteerd moeten worden: “Zo wil een Poolse migrant misschien niet volledig inburgeren, maar wel Nederlandse taalles. ”

Volgens Scholten moeten we onszelf en de instituties erop instellen dat migratie permanent is. “Wanneer er ongelijkheid is, zul je altijd mobiliteit en migratie zien. Het maakt niet uit hoe hoog je de muur bouwt, hoe lelijk de dingen zijn die je roept, ongelijkheid leidt tot migratie. Je kan er tegen zijn – dan krijg je illegale migratie – of meebuigen,  dan heet het arbeidsmigratie. Dat is een politieke keuze.”

Bekijk ook de animatievideo

Bron: beeld: youtu.be

Dit onderzoek is een samenwerking van Vers Beton en OPEN Rotterdam, en is tot stand gekomen met steun van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek en de supporters van Vers Beton.

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Manon

Manon Dillen

Manon (1992) is econoom en filosoof. Ze heeft haar hart verloren aan de stad die er geen schijnt te hebben.

Profiel-pagina
Pia3

Pia van den Beuken

Beeldjournalist

Pia van den Beuken (1995) is filmmaker, illustrator en woont op een zeilbootje in Delfshaven. Ze is gepassioneerd over documentaire films, natuur, cultuur en de wrijvingen hiertussen. Ze is op zoek naar verhalen die niet zozeer gaan over wat, wanneer en wie maar inzicht geven in het waarom en hoe.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.