Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Laura Hopmans – Memoires Peter van Heemst – 2021
Beeld door: beeld: Laura Hopmans

Tranen

Aan het ene hoofd van de lange tafel zit ik, fractievoorzitter van dit bonte gezelschap van achttien PvdA gemeenteraadsleden. Aan het andere hoofd zit Fatima Talbi, de liefste mens en trouwste collega die ik in mijn politieke leven ooit ben tegengekomen. Ze heeft Marokkaans-Rotterdamse roots.

Als ik de fractie al een paar minuten na aanvang van de vergadering vertel dat de vertrouwenscommissie vanmiddag Ahmed Aboutaleb zal voordragen als nieuwe burgemeester van Rotterdam, zie ik zo’n intens geluk over haar gezicht flitsen dat het me te veel wordt. Alsof ik me nu pas, na maanden van in het diepste geheim werken, realiseer dat er in Rotterdam iets spectaculairs gaat gebeuren.

Ik vlucht de gang van het stadhuis op. Want huilen waar de fractie bij zit wil ik niet. Maar in plaats van de lege ruimte waar ik op hoop, beland ik tussen de ene beveiliger na de andere. Het stadhuis is omgebouwd tot een zwaarbewaakte veste. Alles is in stelling gebracht om strikte geheimhouding te verzekeren tot de gemeenteraad later deze dag een besluit over de nieuwe burgemeester heeft genomen.

Abrupt draai ik me om. Struikel terug naar binnen en trek de deur razendsnel achter me dicht. Half lachend laat ik mijn politieke vrienden weten: “Dan toch maar liever hier snotteren”.

Het is donderdag 16 oktober 2008. Tot ver buiten Nederland is het voorpaginanieuws: Rotterdam krijgt als eerste Nederlandse stad een burgemeester van Marokkaanse afkomst.

2008

Wat lijkt het ver weg, 2008. Het jaar dat Rotterdam begint met burgemeester Opstelten en afsluit met zijn opvolger, Aboutaleb. Twee jaar eerder, in maart 2006 mag ik als lijsttrekker van de PvdA meedoen aan de Rotterdamse gemeenteraadsverkiezingen. In de landelijke politiek ben ik gepokt en gemazeld. In de lokale een groentje.

Nagelbijtend spannend is de verkiezingscampagne. De PvdA zit sinds 2002 in de oppositie. In dat jaar verraste nieuwkomer Leefbaar Rotterdam, aangevoerd door Pim Fortuyn, vriend en vijand door in één klap de grootste te worden. De PvdA eindigde als tweede en moest voor het eerst in haar geschiedenis in de oppositiebankjes plaats nemen.

Mijn missie als lijsttrekker is even simpel als lastig: het vertrouwen van de Rotterdamse kiezers terugwinnen, als het even kan de grootste worden en terugkeren in het stadsbestuur. Dat lukt. De PvdA klimt van elf naar achttien zetels. Leefbaar valt terug van zeventien naar veertien. Acht fracties zijn in de nieuwe gemeenteraad vertegenwoordigd.

Weken van onderhandelingen leveren een nieuw stadsbestuur op van GroenLinks, VVD, CDA en PvdA. Vier partijen in de coalitie. Vier in de oppositie.

Zo zijn voor de periode 2006 tot 2010 de kaarten geschud. Het worden vier roerige jaren. Vol verdeeldheid en geruzie. Maar onverwachts ook met ongekende eensgezindheid als de gemeenteraad op zoek moet naar een nieuwe burgemeester. Naast die grote zoektocht van de vertrouwenscommissie waarin alle partijen zijn vertegenwoordigd, heb ik nog een kleine. Eentje die ik zelf uitvoer en waarmee ik hoop zo veel mogelijk interessante, spannende en ijzersterke mannen en vrouwen over te halen een gooi naar het burgemeesterschap te gaan doen. Als het PvdA’ers zijn dan is dat mooi meegenomen. Maar wat mij betreft is ook die zoektocht er één naar de beste kandidaat, ongeacht afkomst, geloofsovertuiging of politieke kleur.    

Excuus

“Nee, daar ga ik zelf nog een keer wat over schrijven.” Met dat excuus heb ik ettelijke keren journalisten afgewimpeld die een verhaal over de komst van Aboutaleb naar Rotterdam wilden maken. Ze waren tuk op sappige quotes of onthullende achtergrondgesprekjes.

In 2008 zit ik namens de PvdA in de vertrouwenscommissie die hem van alle sollicitanten het meest geschikt vindt om Opstelten op te volgen. Dus heb ik, samen met de vertegenwoordigers van de andere zeven fracties in de gemeenteraad, het voorrecht op de eerste rij te zitten bij de unieke en fascinerende zoektocht naar een nieuwe burgemeester van de stad waar ik geboren en getogen ben. Zeven van de acht leden zijn net als ik fractievoorzitter. Alleen Leefbaar Rotterdam stuurt een plaatsvervanger.

Over deze zoektocht wil ik nu wat meer vertellen. Er is de nodige flauwekul en onzin over geschreven. Daar zet ik graag mijn eigen herinneringen tegenover. Het is geen dagboek, laat staan een systematisch verslag. Ik heb de gekste, opvallendste en mooiste herinneringen op een rij gezet.  De dingen die me zijn bijgebleven. De anekdotes, die ik af en toe aan vrienden en bekenden vertel als het zo uitkomt. En waarvan ik denk dat het jammer is als ze voor eens en altijd in de vergetelheid wegzakken.

Bij het opschrijven van deze losse anekdotes had ik dit troostrijke citaat van Cees Nootebooms “Rituelen” in mijn achterhoofd: “Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil”.

Oliemannetje

Pierre Heijnen is één van de eerste mensen bij wie ik te rade ga nadat Opstelten zijn vertrek als burgemeester heeft aangekondigd. In de PvdA-Tweede Kamerfractie houdt Heijnen zich bezig met burgemeestersbenoemingen. Grofweg betekent dat het bijhouden van twee lijstjes. Eén waarop staat in welke gemeenten vacatures bestaan of binnenkort zijn te verwachten. En één met de profielen van mensen die geïnteresseerd zijn in een burgemeesterschap. 

Zo kan hij PvdA-raadsfracties handige tips geven over mogelijk kansrijke sollicitanten en adviseert hij aspirant-burgemeesters over een gemeente die wellicht goed bij hen past. Het klinkt eenvoudig, twee lijstjes bijhouden. Maar om deze bestuurlijke e-matching succesvol te laten verlopen is een enorme terreinkennis vereist, inzicht in procedures en weten wie waar aan de touwtjes trekt. Een oliemannetje van het Binnenlands Bestuur, dat typeert Heijen het beste.

Twee tips geeft hij me in ons gesprek in februari 2008 mee. “Wat anderen je ook proberen wijs te maken, het laatste woord bij de benoeming is aan de gemeenteraad en niet aan de Tweede Kamerfracties of het kabinet. De man of vrouw die jullie in Rotterdam op de eerste plek gaan zetten, die gaat ook echt burgemeester worden.” Het is in bijna vergelijkbare bewoordingen terug te lezen in het regeerakkoord van het kabinet Balkenende-Bos, waarin CDA, PvdA en ChristenUnie sinds 2007 moeizaam samenwerken. Vooral premier Balkenende en vice-premier Bos lijken elkaar voor geen millimeter te vertrouwen.

Ook zijn tweede advies komt me later goed van pas. “Ga snel met de Commissaris van de Koningin praten. Hij heeft niet meer dan een procedurele rol maar wel een heel belangrijke.” De Zuid-Hollandse Commissaris, Jan Franssen, heeft de reputatie van een onversneden ijdeltuit. Hij zal ongetwijfeld zeer vereerd zijn als ik hem vraag mij verder wegwijs te maken in de gang van zaken rond de burgemeestersbenoemingen. 

Ik voeg blijmoedig de daad bij het woord. En een week of acht later laat ik me uitgebreid bijpraten op het provinciehuis van Zuid-Holland. Niet in zomaar een werkkamer. Nee, in een heuse balzaal. Het resultaat van een kostbare verbouwing die de Commissaris heeft laten uitvoeren om de werkkamer in overeenstemming te brengen met de voornaamheid van zijn positie. Later dit jaar zal de vertrouwenscommissie in deze werkkamer te horen krijgen welke mensen naar de functie van burgemeester van Rotterdam hebben gesolliciteerd.

Referendum

Vanaf de eerste dag van de zoektocht naar een nieuwe burgemeester is Leefbaar voorstander van een burgemeestersreferendum. Ik ook. De wet maakt zo’n volksraadpleging mogelijk. Dus zou het merkwaardig zijn om Rotterdammers niet de gelegenheid te geven te stemmen op de man of vrouw die in hun ogen het nieuwe gezicht van de stad moet worden.

Utrecht en Eindhoven zijn het afgelopen jaar al op die manier aan een nieuwe burgemeester gekomen. Maar de ervaringen daar zijn – dat geef ik grif toe – niet bijster positief. In beide steden is de opkomst bijzonder teleurstellend. Kiezers hadden het gevoel dat er niet echt iets te kiezen viel want steeds waren de twee gepresenteerde kandidaten van dezelfde politieke kleur. Bovendien is het burgemeestersreferendum geen bindend, maar een adviserend referendum. Hoewel de gemeenteraad het niet in haar hoofd zal halen de uitslag aan de kant te schuiven, klinkt het net iets te vrijblijvend om mensen enthousiast te maken.

In politiek Den Haag is de conclusie snel getrokken. Het burgemeestersreferendum is een mislukking en het heeft dus zijn langste tijd gehad. Maar gelukkig draait de wetgevingsmolen traag en zou Rotterdam nog net van het burgemeestersreferendum gebruik kunnen maken. Er is een grote hobbel: een meerderheid van de gemeenteraad moet voor dit idee te porren zijn.

Ik voel in mijn achterhoofd wel onrust knagen. Durven sterke kandidaten hun nek uit te steken en mee te doen aan een referendum? Of zijn ze zo beducht voor een mogelijke nederlaag dat ze hun reputatie niet op het spel gaan zetten? Die vragen laten me niet los.

De lokale PvdA is in elk geval weinig enthousiast. Maar gelukkig voor mij is in het verkiezingsprogramma niets over deze kwestie geregeld en blijf ik eigenwijs voor een burgemeestersreferendum. In de fractie is het onbegonnen werk tot een gezamenlijk standpunt te komen. De voor- en tegenstanders hebben zich (net als ik) stevig in hun eigen gelijk vastgebeten. Dus gaan we in de gemeenteraad verdeeld stemmen. Uiteindelijk blijken tien fractieleden tegen en acht voor te stemmen.

Die ontknoping is ijzingwekkend spannend. De raad is op volle sterkte aanwezig. De uitslag blijft tot op de laatste seconde ongewis. Uiteindelijk geeft uitgerekend de stem van referendumpartij D66 de doorslag. De eenpersoonsfractie stemt tegen en daarmee zijn er 22 stemmen voor en 23 tegen het houden van een burgemeestersreferendum. Aan de ene kant ben ik verbijsterd, want wat had ik de Rotterdammers graag een referendum gegund. Aan de andere kant ben ik licht opgelucht, want ongetwijfeld zullen nu meer mensen een sollicitatiebrief durven te schrijven.

Toch krijgt de stad later dat jaar een referendum. Surrogaat weliswaar, dat werd gehouden door het AD Rotterdams Dagblad. Maar wel een grappige graadmeter van de voorkeur van de Rotterdamse kiezers. 

De IJssalon

De IJssalon aan de Meent is één van mijn vaste hangouts. Niet alleen omdat het ijs er zalig smaakt. Ook omdat ik er ooit stage liep. Als Tweede Kamerlid liep ik elke zomervakantie stage bij een bijzonder bedrijf dat ik beter wilde leren kennen. De ene keer een groot bedrijf, zoals Endemol Producties, de andere keer een klein bedrijf zoals De IJssalon. In de zomer van 2000 sjouw ik er rond als hulp-ijsmaker en het grote plan was een perfect PvdA-ijsje uit te vinden. Na veel geëxperimenteer rolde een combinatie van peer, vijg, druif en aardbei uit de bus.

Nu, op een zonnige zomerse dag in augustus 2008, zit ik buiten op het bankje voor de zaak. Ingeklemd tussen ijs-etende Rotterdammers aan de ene kant en een journalist van het AD Rotterdams Dagblad aan de andere kant. De afgelopen dagen heeft de krant me hoorndol gebeld om erachter te komen welke PvdA’ers gaan solliciteren naar het burgemeestersambt. Ik laat niets los. Maar ik begrijp deksels goed waarom ze me al een stuk of zeven keer met deze vraag hebben lastig gevallen. De krant gaat een eigen burgemeestersreferendum houden. 

Ze pakt dat grootschalig aan. Op het stembiljet wil ze natuurlijk de complete rij van mogelijke gegadigden hebben. Het laatste wanhoopsoffensief brengt ons bij elkaar op deze plek. Weer krijg ik in alle toonaarden de vraag wie in zijn voor het burgemeesterschap. Weer houd ik de kiezen stevig op elkaar geklemd. 

De volhardende journalist schuift me uiteindelijk een A4’tje toe waarop staat: “Je hoeft niets te zeggen. Alleen maar ‘ja’ te knikken als deze lijst volgens jou klopt”. Ik werp een snelle blik op de oogst van ongetwijfeld weken en weken noest speurwerk. Het is een curieuze mengelmoes. Van outsiders als Robin Linschoten, een opgestapte VVD-staatssecretaris, tot de man die overal opduikt als dé grote kanshebber, de CDA-burgemeester van Maastricht, Gerd Leers.

Tot mijn grote opluchting zie ik dat de naam van Aboutaleb ontbreekt. “Sorry” zeg ik terwijl ik het briefje terugschuif. “Echt. Ik wil er niets over zeggen”. Ik sta op en zeg gedag. Loop naar binnen en bestel een bakje met een bolletje vanille en een dot slagroom. Het PvdA-ijs is al lang geleden uit de bakken verdwenen.

Discretie

Niet alleen journalisten zijn nieuwsgierig. Ook in de PvdA wil iedereen de hele tijd het naadje van de kous weten: Welke namen doen de ronde en wie zijn de sollicitanten? Ik zwijg in alle talen. Het is een geheime missie. Dus neem ik maar één persoon in vertrouwen: Richard Moti. De vice-fractievoorzitter van de PvdA met wie ik kan lezen en schrijven.

“Discretie vraagt u, bij Moti slaagt u”. Dat flauwe grapje maak ik vaak sinds hij mijn plaatsvervanger en rechterhand is. In de roerige maanden van 2008 is hij een oase van rust, het ideale klankbord als bij mij de vertwijfeling toeslaat.

In de fractie doe ik een plechtige belofte: wie een mogelijke kandidaat-burgemeester op het oog heeft, kan me de naam doorgeven en ik zal langsgaan bij diegene.

Dat levert een aardige rondreis door Nederland op. Ik trek van obscure eethuisjes via tochtige stationsrestauraties naar voorname burgemeesterskamers. Ik kom oprechte twijfels en gespeelde bescheidenheid tegen. Veel mogelijke kandidaten willen gevraagd worden én de garantie krijgen dat ze de enige sollicitant van PvdA-huize zijn.

Ik kan niet goed uit de voeten met die claim op exclusieve en onvoorwaardelijke steun. “Bij mij gaat de vlag natuurlijk uit als de beste kandidaat een PvdA-er blijkt te zijn”, reageer ik onveranderlijk, “Maar op de eerste plaats gaat het mij om de beste kandidaat. En daar kom ik tijdens de sollicitatiegesprekken alleen achter door te kijken en te vergelijken. Niet door jou of iemand anders voor te trekken”. Meer dan eens levert dit credo me enigszins meewarige blikken op.

Ik hoop een paar sterke vrouwelijke sollicitanten te kunnen strikken. Diep in mijn hart droom ik van een vrouwelijke burgemeester. Mijn collega-fractievoorzitters bestook ik met namen van vrouwen uit hun politieke kring. Ik schakel Gerda Verhaar Eeuwijk in. Een actieve D66’er met een enorm netwerk van talentvolle vrouwen. 

De oogst van deze acties is buitengewoon karig. De vrouwen waarmee ik kortere en langere gesprekken voer, staan niet te trappelen om een glanzende loopbaan om te ruilen voor een onzeker bestuurlijk bestaan. De bij tijd en wijle hatelijke en verzuurde sfeer die de Rotterdamse politiek is gaan kenmerken, blijkt meer dan eens een reden om vlot af te haken.

Des Indes

Het is druk in de lobby van Hotel des Indes in Den Haag. Op een onopvallende plek ben ik onopvallend gaan zitten: met mijn rug naar het gangpad en half weggedoken in “Trouw”. Ahmed Aboutaleb heeft deze plek gekozen voor onze eerste afspraak. Vanzelfsprekend ken ik hem van naam. Maar ik heb hem nog nooit ontmoet.

Pierre Heijnen belde me een paar weken eerder met de vraag: “Aboutaleb, lijkt die je wat?” Ik ben eerst stomverbaasd. Een staatssecretaris die na een jaar of anderhalf alweer op zoek is naar de volgende bestemming? Ik ben niet zo van de bliksemcarrières. Mijn vijftien dienstjaren in de Tweede Kamer zijn daar een stille getuige van. Maar nieuwsgierigheid wint het van de opborrelende scepsis. “Geen idee”, luidt mijn antwoord. “Maar ik zou wel eens met hem willen praten.” 

Via zijn politiek assistent is de afspraak rap gemaakt. Het eerste contact verloopt wat ongemakkelijk. Hij zit behoorlijk op te scheppen over wat hij allemaal heeft bereikt en hoe succesvol zijn werk als staatssecretaris verloopt. “Wel een beetje een Amsterdamse praatjesmaker”, bromt het in mijn achterhoofd. Maar bij tijd en wijle luister ik gefascineerd naar een boeiende verteller, naar iemand die mij met zijn persoonlijke levensverhaal meer dan eens weet te raken.

Abrupt wordt ons gesprek onderbroken als een optocht van bestuurlijke bekenden de grote hal van Des Indes doorkruist op weg naar een vergaderzaal. Rakelings marcheren ze langs ons hoekje. Ik spot Agnes Jongerius, voorzitter van de FNV, tevens iemand die hoog op mijn denkbeeldige lijstje staat van PvdA’ers die ik zou kunnen vragen te gaan solliciteren. Ook Sjaak van der Tak, CDA-prominent, oud-wethouder van Rotterdam en nu burgemeester van Westland passeert ons snel en druk gebarend. Niemand lijkt ons op te merken. Toch neemt Aboutaleb direct het zekere voor het onzekere. “Als ze jou of mij vragen wat we hier deden, zeggen we gewoon dat we een bijeenkomst van de PvdA Rotterdam over integratie aan het voorbereiden waren”, zegt Aboutaleb. Het lijkt me een prima smoesje.

We praten nog wat door. Over mijn gereformeerde achtergrond. Mijn jeugd in Rotterdam. Over de gespannen verhoudingen tussen Leefbaar en de PvdA in de gemeenteraad. Over zijn kindertijd in Marokko. Over zijn werk bij het Multicultureel Instituut Forum en zijn wethouderschap in Amsterdam. Bijna achteloos laat hij vallen dat hij in 2006 als de nummer twee op de Amsterdamse PvdA-lijst voor de gemeenteraad veel meer stemmen wist te vergaren dan de nummer één, Lodewijk Asscher. Een weetje waarop hij mij – en ik vermoed vele anderen – nog vaker op zal trakteren.

In de trein terug naar Rotterdam maak ik de balans op. Ik voel niet één, twee, drie een bijster groot enthousiasme. Dat Amsterdamse kleeft behoorlijk aan hem, bedenk ik. Luisteren lijkt me niet zijn best ontwikkelde talent. En dan is hij ook nog eens iemand die net iets te gemakkelijk van de ene baan naar de andere hopt. Maar ja, houd ik mezelf voor, wel een machtig interessante man door zijn afkomst, ideeën en ervaring.

Het is Richard Moti-tijd besluit ik. Op het stadhuis trek ik hem mee naar het piepkleine kamertje dat – wat een luxe – aan mij als voorzitter van de grootste fractie is toegewezen. “Oké, Ik val maar gelijk met de deur in huis. Aboutaleb zou wel willen solliciteren. Vandaag heb ik met hem gesproken. Maar ik heb stevige twijfels”. Voor ik die één voor één de revue kan laten passeren springt de immer ingetogen Moti op. “Echt? Aboutaleb? Echt? Doen man”, zegt Moti. Ik klap dubbel van het lachen om zoveel onvermoed enthousiasme. “Dat is wel duidelijk”, grinnik ik. “Dank voor je advies”.

Super de Boer

De Jumbo van nu is in 2008 nog een doodgewone Super de Boer, een supermarkt in het hartje van Rotterdam waar ik regelmatig mijn winkelwagen vollaad.

Op weg naar de kassa gaat mijn telefoon. Ik zie een bekende naam op mijn scherm oplichten. “Hè nee, daar is hij weer”. Wouter Bos, controlfreak, politiek leider van de PvdA, vicepremier en minister van Financiën, heeft me de afgelopen weken om de haverklap gebeld om zich met de Rotterdamse burgemeestersprocedure te bemoeien. Het komt zo langzamerhand mijn neus uit. Dat hij zeker wil weten dat ik discreet om ga met de sollicitatie van een PvdA-staatssecretaris vind ik vanzelfsprekend. 

Het is een publiek geheim dat de verhoudingen tussen Bos en premier Balkenende, behoorlijk zuur zijn. Ongetwijfeld zullen die nog verder verzuren als Balkenende erachter komt dat de PvdA-leider de sollicitatie van Aboutaleb voor hem verborgen heeft gehouden. Dat verklaart het hoge aantal zenuwachtige telefoontjes die Bos op me afvuurt. Maar mij lijkt inmiddels voldoende bewezen dat ik honderd procent te vertrouwen ben en dat het de hoogste tijd is deze bemoeizucht te beëindigen.

Ik kan in de drukke supermarkt niet te veel terug zeggen en houd het gesprek zeer kort. Als ik buiten sta sms ik Aboutaleb: “Als Bos blijft bellen, houden we ermee op”. In min of meer die bewoordingen maak ik duidelijk dat ik er de buik vol van heb. Het werkt. Bos laat me verder met rust. Al ben ik ervan overtuigd dat hij via andere kanalen naarstig probeert de Rotterdamse burgemeestersperikelen op de voet te volgen.

Woudestein

Een absurdistisch intermezzo vindt plaats op een voor mij vertrouwde stekkie: de Erasmus Universiteit, locatie Woudestein. In 1975 studeerde ik daar af aan de Juridische Faculteit. Sterker nog, de studentenpolitiek was achteraf een excellente vingeroefening voor mijn latere politieke leven.

Een hoogleraar die ik vaag ken, belt me op. Of ik een keer langs wil komen om over een idee te brainstormen.  “Het heeft te maken met de burgemeesterskeus en het kan de stad veel voordeel opleveren”, probeert hij mijn nieuwsgierigheid te prikkelen. Het klinkt een tikkeltje vreemd. Toch zeg ik: “Ja”. Vooral uit beleefdheid.

Het is een zonnige dag in juli. In de wat kale kamer met royaal uitzicht op de skyline van de stad komt de professor snel ter zake. Hij heeft een plannetje uitgebroed. Iets dat hij helemaal zelf verzonnen heeft en dat hij met hulp van de PvdA en Leefbaar tot een happy end zal brengen.

“Kijk, Gerd Leers van het CDA gaat hier burgemeester worden. Dat staat als een paal boven water. Want de PvdA heeft al de burgemeester van Utrecht en die van Amsterdam. De VVD heeft Den Haag, dus het CDA heeft recht op Rotterdam. Als de twee grootste fracties in de gemeenteraad het onvermijdelijke gaan steunen en achter Leers gaan staan, kunnen ze in ruil daarvoor van het kabinet eisen dat het met veel geld over de brug komt om de grote sociale en economische problemen van de stad aan te pakken.” Aan zijn pretoogjes zie ik hoe hij bij voorbaat geniet van de hoofdrol die voor hem in deze film is weggelegd.

De naam van Leers doet al maanden en maanden in de media de ronde. Hij is nu burgemeester van Maastricht. Heeft zich ontpopt als een heuse crimefighter en lijkt wat dat betreft probleemloos in de voetsporen van Opstelten te kunnen treden. Maar ja. De hooggeleerde heer heeft kennelijk de kleine lettertjes van het regeerakkoord over het hoofd gezien: niet het kabinet bepaalt wie de eerste burger van Rotterdam gaat worden, maar de gemeenteraad. Dus alleen al om die reden schiet ik in een smakelijke lach.

Onverstoorbaar gaat de professor verder. Hij heeft de uitruil tot in de puntjes uitgedacht. Als ik er iets voor voel gaat hij vervolgens Leefbaar benaderen en als die ook akkoord is met dit meesterlijke plan dan weet hij de weg wel te vinden in de Haagse kringen. Hij trekt zijn bril naar het puntje van de neus en kijkt me indringend aan.

Ik sta op. “Sorry, maar dit is echt pure professorale spielerei. En je bemoeit je ook nog eens met zaken waar je echt niets mee te maken hebt.”

Droog oefenen

De vertrouwenscommissie begint degelijk voorbereid aan de sollicitatiegesprekken. Het meeste plezier heb ik van de training hoe we de bestuurlijke krachtpatsers kunnen ontregelen die straks bij ons aan tafel zitten. De mensen die denken dat ze de Maasstad aan kunnen zijn stuk voor stuk geroutineerde sprekers en ijzersterk in het geven van lange antwoorden op een korte vraag.

Ik heb die wijze raad al eerder van een oude rot in het vak gehoord: “Bij dit soort functies krijg je door de wol geverfde sollicitanten die de ene na de andere anekdote uit hun mouw schudden. Je zit ademloos te luisteren. De tijd tikt weg zonder dat je er erg in hebt en als ze de zaal hebben verlaten vraag je ineens vertwijfeld af: wat ben ik nu precies te weten gekomen over deze persoon?” 

Hoe dat tij te keren? Daar oefenen we uitgebreid op. Twee techniekjes springen eruit. Durf ze te onderbreken. Met andere woorden, wees niet al te beleefd. Sterker nog, dat onderbreken mag desnoods botweg direct. En twee: blijf weg van allerlei ditjes en datjes. Vraag door en vraag naar concrete voorbeelden. Zoek naar wat mensen raakt, beweegt en wat ze bij tegenspoed op de been houdt.

De training kent ook een rollenspel met een heuse sollicitatiebrief van een heuse sollicitant. Als ik zie wie de sollicitatiebrief geschreven heeft, kan ik alweer een naam van mijn lijstje met mogelijke PvdA-sollicitanten schrappen. “Met deze ijzersterke brief zou hij het wel ver hebben geschopt”, vertrouw ik Richard Moti later toe.

In mijn aantekeningen zet ik aan het eind van de trainingsmiddag een vette streep onder de aanbeveling om bij de Commissaris van de Koningin de namen van alle sollicitanten op te vragen en ons niet te laten afschepen met een selectie die hij alvast gemaakt heeft. Vooral vertrouwenscommissies van kleinere gemeenten laten zich nog wel eens op deze manier afpoeieren.

Het hoge woord

Na zes lange dagen vol sollicitatiegesprekken in twee rondes moet de commissie de knoop doorhakken. Wie bevelen we aan de gemeenteraad aan als opvolger van Opstelten?

Aboutaleb scoort bij mij het beste. Hij formuleert helder. Pikt snel punten op. Heeft ideeën voor de stad. Voelt zich thuis in het openbaar bestuur. Heeft een uitgebreid netwerk. Durft zijn nek uit te steken en past bij een multi-etnische stad. En lijkt redelijk stevige ideeën te hebben over openbare orde en veiligheid. Voor mij de belangrijkste taken van een burgemeester.

Mijn intuïtie spreekt ook een woordje mee. Wie zie ik, als ik mijn ogen dicht doe, met gezag een raadsvergadering leiden? Wie maakt indruk bij de jaarlijkse dodenherdenking in de Laurenskerk en op het Stadhuisplein? Wie loopt met vanzelfsprekend gemak aan het hoofd van een handelsdelegatie in Shanghai of Jakarta? Het is steeds de foto van Aboutaleb die opduikt.

De zeven andere commissieleden lijken tot dezelfde conclusie te zijn gekomen. Dat laten de scores zien die per kandidaat op de flap-over staan genoteerd. Toch blijkt het nog een fikse hobbel om de onvermijdelijke conclusie te trekken. Iedereen wacht af. Draalt. Aarzelt. “Het lijkt een uitgemaakte zaak toch? Aboutaleb?” Ik krijg het niet over mijn lippen. Te schijterig  om als PvdA’er een partijgenoot zo in de spotlight te zetten. Eén van onze adviseurs is gelukkig uit ander hout gesneden. Hij registreert feilloos de aarzelingen waarin de commissie verstrikt lijkt te zijn en besluit er korte metten mee te maken. “Aboutaleb. Dat moet wel jullie conclusie zijn. Toch?” De kogel is door de kerk. We kunnen van ons geheime logeeradres op de Veluwe terugkeren naar het vertrouwde Rotterdamse stadhuis. Terug naar onze eigen fracties om die van onze keus op de hoogte te brengen. De speurtocht zit erop.

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

peter-van-heemst

Peter van Heemst

Peter van Heemst was Staten-, Tweede Kamer-, gemeenteraadslid en in 2006 lijsttrekker van de PvdA in Rotterdam. Tegenwoordig is hij onder meer politiek analist van Vers Beton.

Profiel-pagina
Lees één reactie

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.