Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
UITGELICHT-lowres VERS BETON _ SPORTVERENIGING ATOMIUM 61 ROTTERDAM MEI 2021 _ LISA DIEDERIK (C)-10-2
Beeld door: beeld: Lisa Diederik

Rotterdam sport steeds meer. Hoewel de Rotterdamse sportparticipatie nog iets onder het landelijke gemiddelde ligt, brengen nieuwe sportinitiatieven de Rotterdammer in toenemende mate in beweging. Het Vroesenpark barst van de bootcampklasjes, fitnessketens breiden uit en door de hele stad zijn sportvelden van kleine en grote sportverenigingen te vinden. Dat de sportbehoefte in Rotterdam toeneemt, plaatst de stad voor de vraag hoe al die sport te faciliteren. In de recent gepubliceerde Sportnota 2021+ probeert de gemeente deze vraag te beantwoorden. En dat is niet zonder uitdagingen.

UITGELICHT-lowres VERS BETON _ SPORTVERENIGING ATOMIUM 61 ROTTERDAM MEI 2021 _ LISA DIEDERIK (C)-10-2

Lees meer

Sporten in een gezondheidscrisis: hoe Rotterdamse verenigingen het hoofd boven water hielden tijdens de lockdown

Hoe gingen Rotterdamse sportverenigingen om met de lockdown?

Want sport in de stad is meer dan simpelweg bewegingsaanbod. In een eerder artikel over de situatie van Rotterdamse sportverenigingen tijdens de coronacrisis, gaven verschillende spelers in het Rotterdamse sportnetwerk al aan dat sporten een belangrijke sociale rol vervult voor de inwoners van de stad. Beweging aanmoedigen en tegelijkertijd het sociale potentieel van sport waarborgen? Dat vergt keuzes: in de aanleg van sportfaciliteiten, het toekennen van subsidies en vergunningen en in de samenwerking met sportaanbieders.

Voor jong en oud

Een groot deel van het Rotterdamse sportaanbod wordt georganiseerd door de 346 sportverenigingen die de stad rijk is. Volgens Resie Hoeijmakers, sportonderzoeker bij het Mulier Instituut, zijn deze clubs van oudsher een belangrijke graadmeter van sport in de stad. Ze zijn niet alleen van waarde vanuit een gezondheidsperspectief, maar bevorderen ook de sociale ontwikkeling van hun leden: sporten in verenigingsverband is een laagdrempelige manier om veel verschillende mensen te ontmoeten. Bovendien is de vereniging gestoeld op de democratische principes van gemeenschappelijke besluitvorming en nodigt lidmaatschap ervan vaak uit tot vrijwilligerswerk.

Dat verenigingen belangrijk zijn onderschrijft ook Sven de Langen, de Rotterdamse wethouder van volksgezondheid, zorg, ouderen en sport. Als eindverantwoordelijke voor het sportaanbod in Rotterdam ziet ook hij dat de clubs een bijzondere rol vervullen. “Ik noem het altijd maar een kleine samenleving met een hek eromheen,” zegt hij lachend. Als zodanig is de vereniging onder andere een belangrijk leermilieu voor de jeugd, legt De Langen uit. “Ik gun elk kind een prettige tijd op een vereniging, omdat het je gewoon vormt.” 

Ook voor ouderen kan de vereniging van grote toegevoegde waarde zijn, vindt De Langen. Op de sportvereniging blijven zij in beweging, komen ze wekelijks samen met anderen en kunnen ze zich bezighouden met vrijwilligersactiviteiten.

Weggeconcurreerd

Maar ondertussen ziet Wethouder De Langen ook dat de sportbehoefte in Rotterdam verandert. Mensen kiezen steeds vaker voor individuele sporten als hardlopen, of ze gaan voor commercieel sportaanbod zoals sportscholen en groepslessen. Dat heeft gevolgen voor de traditionele sportvereniging. 

Hoewel veel verenigingen nog wel groeien in ledenaantal dankzij de algemene stijging van het aantal mensen dat een sport gaat doen, lijken zij gestaag te worden ingehaald door andersoortige sportaanbieders. De Langen wil inspelen op de veranderende sportbehoefte, en richt zich daarom op het creëren van bijpassend beleid: dat naast verenigingen ook andere sportaanbieders en -faciliteiten de ruimte geeft. 

Dat andere vormen van sport in trek raken, betekent overigens niet gelijk dat sportverenigingen binnenkort weggeconcurreerd zullen worden door flitsende sportschoolketens. 

Volgens sportonderzoeker Hoeijmakers voorzien verenigingen namelijk in een andere sportbehoefte dan die andersoortige sportaanbieders. “Mensen die in de openbare ruimte sporten, of bij een commerciële sportaanbieder, doen dat met name voor de gezondheid. En voor het esthetische. Fit zijn en gespierder zijn. Bij de sportvereniging zie je dat mensen daar vooral gaan sporten vanwege de gezelligheid en de sociale activiteiten.” Bovendien hebben verenigingen het monopolie op sporten in competitie. Ook dat maakt het aanbod van verenigingen voorlopig onvervangbaar. 

Desalniettemin moeten sportverenigingen volgens De Langen snel ontwikkelen om relevant te blijven. “De sportvraag verandert, en daar moeten verenigingen zich op aanpassen. En ik vind dat dat te traag gaat.” De Langen vreest dat verenigingen die zich niet snel genoeg aanpassen aan de veranderende sportbehoefte moeite zullen krijgen met het aantrekken en behouden van leden. 

En dat terwijl volgens Hoeijmakers juist het binden van leden steeds moeilijker wordt. “Mensen bewegen meer tussen organisaties. Dat zien we ook bij politieke partijen, mensen zijn minder trouw aan een partij en hoppen eerder van de ene naar de andere. Dat zie je ook bij sportverenigingen. Vroeger bleven mensen hun hele leven lid van een vereniging. Nu zijn mensen kritischer.” Wat betreft sport kiezen ook Rotterdammers tegenwoordig op meer individualistische basis hoe ze hun behoefte aan beweging vervullen. Voor sportaanbieders een reden om flexibel sporten mogelijk te maken.

Om ondanks de opmars van deze individualisering relevant te blijven en leden te blijven aantrekken, moeten verenigingen zich dus op nieuwe manieren gaan organiseren, vindt De Langen. Iedere vereniging moet volgens hem kiezen wat voor vereniging zij wil zijn, en een meer gespecialiseerd deel van het beweegaanbod voor zijn rekening nemen. De ene vereniging kan bijvoorbeeld een commercieel pad inslaan, met hogere contributies in ruil voor minder vrijwilligersverplichtingen en meer faciliteiten, terwijl andere verenigingen zich meer kunnen richten op hun maatschappelijke rol door middel van gespecialiseerd sportaanbod voor kwetsbare volwassenen en ouderen.

Divers sportaanbod

In de Sportnota 2021+ presenteert wethouder De Langen verschillende plannen voor de komende jaren, waarmee hij het Rotterdamse sportaanbod diverser en beter toegerust op de toekomst wil maken. Als ideaal ziet de wethouder een sportklimaat met een evenwichtige mix van sportverenigingen, commerciële sportaanbieders en ongeorganiseerde sport. “De win-win situatie zou zijn als het ongeorganiseerde en georganiseerde sporten elkaar vinden.” 

Om zo’n divers sportklimaat te krijgen, investeert de wethouder in een verscheidenheid aan sportfaciliteiten: van sportvelden in de openbare ruimte tot multifunctionele complexen waar zowel verenigingen als commerciële sportaanbieders gebruik van maken.

Maar tegelijkertijd wil de gemeente op de hoogte blijven van nieuwe sportinitiatieven in de stad. Initiatieven die een vraag vanuit de gemeenschap beantwoorden kunnen rekenen op ondersteuning van de gemeente door middel van financiering of accommodatie. De Langen legt uit dat het hierbij belangrijk is dat de mensen zelf het initiatief houden, en niet de gemeente: “Bootcampclubjes ontstaan op de plekken waar ze willen ontstaan. Je zal net zien: als wij bootcamp-locaties gaan aanwijzen, dan is het opeens een stuk minder hip.” 

De regierol van de gemeente is desalniettemin een opvallende ontwikkeling. Waar vroeger particuliere organisatieverbanden, zoals verenigingen, de boventoon voerden, zijn nu de gemeente en haar uitvoeringsorganisaties nauw betrokken bij de ontwikkeling van het sportaanbod. Ook in de ambities van gemeente Rotterdam zie je die toenemende invloed op het sportaanbod: de stad wil kampioen zijn in het stimuleren van sportinnovatie. Zo was in een eerder artikel van Vers Beton te lezen dat Rotterdam e-sportshoofdstad van het land wil worden en heeft de stad eenzelfde ambitie op het gebied van urban sports

Flexibiliteit

Een van de redenen waarom gemeente Rotterdam inzet op een sportklimaat met een mix van meer verschillende sportaanbieders, is de flexibiliteit die je ziet bij commercieel sportaanbod en ongeorganiseerd sporten. Een bezoek aan de sportschool of een rondje hardlopen is voor iedereen in te plannen wanneer het hen uitkomt, terwijl verenigingen vaak werken met vaste trainingstijden. Het gebrek aan vaste verplichtingen bij commerciële en ongeorganiseerde sport biedt vrijheid. Ideaal voor mensen met een volle agenda.

Ook bij verenigingen kan het flexibeler en diverser, vindt De Langen. Met flexibele lidmaatschappen, meer digitale communicatie en verschillende sporten op een locatie kan een vereniging ook sporters bedienen die individueel en informeel aan de slag willen.

Een goed voorbeeld is Voetbalvereniging Rozenburg, een club die al een aantal jaar bezig is met het innoveren van hun beweegaanbod. Bestuurder Bert van der Vecht vertelt enthousiast over de multisport-benadering waar de gemeente de laatste jaren op inzet en die hij graag op het terrein van zijn voetbalvereniging zou willen realiseren. 

“Voor een pluriform en gevarieerd sportaanbod is het belangrijk dat ook kleinere verenigingen hun sport kunnen blijven aanbieden”, stelt Van der Vecht. Voor hen biedt het multisportcomplex uitkomst. “Als één vereniging niet in z’n eentje kan blijven bestaan, waarom dan niet naar ‘Sport’vereniging Rozenburg waar vanalles wordt aangeboden?” 

Bovendien meent Van der Vecht dat een groter complex meer mensen en dus meer potentiële vrijwilligers naar de club trekt. Dat vergroot de overlevingskansen van de vereniging. “Er zit een hele duidelijke sociale component in, die je moet meenemen in je plannen voor de toekomst. Je moet meer doen dan een voetbalwedstrijdje organiseren. Anders overleef je het niet.”

Gezondheid dominant

In de Sportnota 2021+ formuleert de gemeente de ambitie om zoveel mogelijk mensen aan het sporten te krijgen. Bewegen is gezond, dus hoe meer mensen sporten hoe beter het is, zo is de gedachte. Door verenigingen aan te moedigen hun sportaanbod te flexibiliseren en meer ruimte te geven aan bijvoorbeeld commerciële en ongeorganiseerde sport wordt het sportaanbod voor meer mensen toegankelijk gemaakt, meent De Langen.

Het gezondheidsaspect van sport is belangrijk, geeft Resie Hoeijmakers toe. Maar het moet niet de spil van het sportbeleid zijn. “Veel sportbeleid is vooral gericht op het in beweging brengen van mensen,” zegt zij, “maar ik denk dat de andere waarden een beetje worden ondergesneeuwd en niet zo zichtbaar zijn in het sportbeleid.”

Principes als loyaliteit en samenwerking zijn bijvoorbeeld van oudsher kenmerken van verenigingssport en moeten bij het maken van beleid niet vergeten worden. Daarbij zijn verenigingen vaak groot in ledenaantal, waardoor je er veel verschillende mensen tegenkomt. Dat heeft niet alleen positieve gevolgen voor het individu – een groter sociaal netwerk – maar ook voor de samenleving in bredere zin: het zorgt voor meer begrip en contact tussen verschillende bevolkingsgroepen.

“Ik denk dat het een betere manier is om mensen in beweging te houden omdat er die sociale kant aan zit”, zegt Hoeijmakers. “Dat motiveert om weer te gaan sporten. En dat is minder bij de commerciële sportaanbieders of sporten in de openbare ruimte.” Naast de sportaccommodatie, of hardware zoals Hoeijmakers het noemt, creëren sportverenigingen die voorwaarden voor een duurzaam sportklimaat met name door de inzet van hun vrijwilligers (orgware) en het continue aanbod van activiteiten en samenkomsten (software). Het aanbieden van sportfaciliteiten alleen is dus niet genoeg, aldus Hoeijmakers. Naast de locaties moet er ook gewerkt worden aan een gemeenschap die de beschikbare plekken gaat gebruiken.

Ruimte voor innovatie én traditie

Het kàn wel: een duurzame sportbeleving creëren buiten verenigingen, zegt Hoeijmakers. Maar de sociale voorwaarden die inherent zijn aan het verenigingswezen, moeten dan toch in enige vorm aanwezig zijn. Die gezellige kantine, betrokken vrijwilligers en een jaarlijks kamp met het basketbalteam zijn voorbeelden van een sterk verenigingsnetwerk, maar er zijn meer manieren om sociale infrastructuur rondom sport te laten ontstaan.

In het Rotterdamse sportbeleid wordt bijvoorbeeld veel ingezet op beweegvormen in de buitenruimte. Door aansluiting te zoeken tussen sport en straatcultuur, zet de gemeente zo in op een nieuwe vorm van gemeenschapsvorming. Tijdens de jaarlijkse Rotterdam Street Culture Week worden zo skaten, straatvoetbal, dans en verschillende andere urban sports samengebracht. Ook wijkprogrammering en buurtsportcoaches rondom openbare voetbalveldjes en skateparken moeten ervoor zorgen dat deze faciliteiten goed worden gebruikt.

Hoeijmakers ziet potentie in initiatieven als het multisportcomplex en sportprogrammering in de openbare ruimte. Grote verenigingen die kleinere collega-verenigingen faciliteren zijn een mooie ontwikkeling. Zulke oplossingen bouwen voort op de faciliteiten en sociale infrastructuur die bestaande verenigingen door de jaren heen hebben opgebouwd en zijn daarom haalbaarder dan het uit het niets opbouwen van nieuw sportaanbod. 

Toch pleit ze tegelijkertijd voor het behoud van de kleine, traditionele vereniging. “Ik denk dat verenigingen die alleen op vrijwilligers draaien, alleen dingen doen voor hun eigen leden – heel klassiek – toekomstbestendig zijn en dat moet niet vergeten worden,” zegt ze. Zulke verenigingen hebben een sterke clubcultuur die loyale leden en toegewijde fans met zich meebrengt, wat de overlevingskans van een vereniging sterkt. 

Deze traditionele verenigingen moeten daarom wel de ruimte krijgen zich ook te focussen op zichzelf en de eigen leden, zegt Hoeijmakers. En dus moeten gemeenten, sportbonden en wellicht ook verenigingen zelf niet alleen bezig zijn met flexibilisering, commercialisering of vergroting van de maatschappelijke rol van de vereniging, maar ook kijken naar ledenbinding en het creëren van een sterk verenigingsnetwerk. 

Hoeijmakers: “Er wordt vaak nagedacht over hoe we meer mensen bij de vereniging kunnen betrekken, en dan wordt er vaak aan consumentistische aspecten gedacht. Terwijl het vanuit de vereniging gedacht een andere vraag misschien beter zou zijn: hoe creëren we leden die zich inzetten voor de vereniging en hoe behouden we ze?”

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

  1. De Tegemoetkoming Amateursportverenigingen COVID-19 biedt sportverenigingen financiële steun om gederfde inkomsten te compenseren. ↩︎
  2. De Tegemoetkoming Verhuurders Sportaccommodaties COVID-19 is bedoeld om de huur van een sportaccommodatie kwijt te schelden als deze accommodatie vanwege de coronamaatregelen niet door amateursportorganisaties gebruikt kon worden. ↩︎
  3. Voor dit artikel hebben wij Yusuf Celik van Rotterdam Sportsupport gesproken op 24 maart 2021. ↩︎
stijnvoogt

Stijn Voogt

Stijn Voogt (1998) studeert Rechten en Wijsbegeerte aan de Erasmus Universiteit en vraagt zich voortdurend van alles af. Voor Vers Beton stelt hij zijn vragen over mens en maatschappij aan de inwoners van de stad waar hij vandaan komt en niet snel zal vertrekken.

Profiel-pagina
Tijs

Tijs ter Haar

Tijs ter Haar (1998) is freelance journalist, tekstschrijver en atleet. Met een achtergrond in Europese Studies en interesse in politiek van het Europese tot het lokale niveau buigt hij zich over sociaal-maatschappelijke vraagstukken als ongelijkheid, identiteit en welzijn; onderwerpen die stuk voor stuk terugkomen in de Rotterdamse stadsdynamiek.

Profiel-pagina
LISA-DIEDERIK-PORTRET-2019

Lisa Diederik

Fotograaf

Het werk van Lisa Diederik (1990) draait om het tonen van authenticiteit en andere werelden. Daarin ziet zij het als uitdaging het uitzonderlijke in het gangbare weer te geven, het liefst met een vleugje humor. Ze studeerde aan de Willem de Kooning en is sindsdien naast fotograaf ook werkzaam in de Rotterdamse kunstwereld.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.