Voor de harddenkende Rotterdammer
KubusWoningen
Beeld door: beeld: Lisa van Vliet

“Waar had je deze boot nou ook alweer vandaan?” Desiree staat met haar hand in haar zij op de steiger en kijkt haar vader aan. Hij had beloofd haar de boot te laten zien waarmee ze aan de Botenparade mee zouden doen, maar hij staat niet op een boot, hij staat op een grote ponton van vijf bij vijf meter, van een soort donker vlekkerig metaal. Het platte, lege ding steekt af tegen de rest van de sloepen in de parkeerhaven.

“Toch niet van Louche Luuk geleend, hè? Ik zweer het hoor, pap, ik vind dat een enge gast.”

Haar vader kijkt op. Hij steunt op zijn bezem om niet om te vallen op de schommelende ponton en houdt zijn hand boven zijn ogen tegen de felle zon. “Ah joh, wat doet dat er nou toe. Is het geen prachtexemplaar?” Hij grijnst naar Desiree, die nog steeds moeilijk kijkt. 

“Maar je gaat me toch wel vertellen wat je idee is? Ik ga niet meevaren op een lege boot hoor, pap, dan schaam ik me helemáál dood.”

“Jij hoeft je toch helemaal nergens zorgen om te maken, schat.” Hij legt de bezem op de steiger en veegt het zweet van zijn gezicht. “Geloof me nou maar als ik zeg dat we dit jaar de hoofdprijs winnen.” Desiree rolt met haar ogen. 

“Kom op nou, Dees! Een ode aan het Rotterdam van vroeger!” Haar vader spreidt zijn armen. “Dat is toch het perfecte thema voor je ouwe pa.” Er scheert een speedboot voorbij en hij moet moeite doen om zijn evenwicht te bewaren.

Desiree klakt met haar tong. “Maan en Lila zijn al twee maanden geleden begonnen aan hun boot en ze zijn al vet ver. Wij hebben nog helemaal niks, hè, en de Parade is volgend weekend al.”

Haar vader stapt van de ponton op de steiger, pakt zijn dochter bij haar schouders en kijkt haar stralend aan. “Wij hebben de kraker van het jaar! Ze gaan allemaal versteld staan, ook die tutten van Van Genkel.” Lenig springt hij terug op het drijvende gevaarte en pakt de schoonmaakspullen. “Dan gaan we nou lekker naar huis, ik denk dat mama zo thuiskomt.” Dan kijkt hij geschrokken op naar Desiree. “Wij zouden koken, hè?”

Desiree rolt weer met haar ogen en knikt.

“Daar was ik al bang voor.” Hij stapt weer op de steiger en veegt het zweet van zijn voorhoofd. “Maar even langs La Pizza dan?”

“Net als vorige week?”

Haar vader haalt zijn schouders op en Desiree grijnst. Samen laden ze de spullen in hun eigen sloep en stappen in.

“Eens even kijken hoe we daar het makkelijkst komen. De Maasboulevaart zal nu wel helemaal vaststaan, dus misschien kunnen we beter omvaren via Oostpleinvijver…” Op een rustig tempo navigeert haar vader de boot richting de uitgang van de haven en niet veel later varen ze het centrum binnen. Het is nog maar begin zomer en al verstikkend warm. Zweetdruppels glijden van Desirees voorhoofd en over haar rug naar beneden. Elke schaduw van een hoog gebouw op stalen poten is een verademing. Het is druk op de vaarten, en langzaam slingeren ze het centrum door.

“Kun je je voorstellen dat Rotterdam er vroeger zo anders uitzag?” vraagt haar vader als ze onder de Kubuswoningen door glijden.

Desiree schudt haar hoofd. “Ik was toen nog niet geboren, hè pap.”

“Nee, pfoe.” Hij laat het gas los en ze minderen langzaam vaart voor een stoplicht. “Wees maar blij dat je die tijd niet hebt meegemaakt. Eerst die pandemie, toen de dijkdoorbraak. Dat was geen pretje, hoor.”

Desiree knikt. De verhalen over de stad van vroeger heeft ze al honderd keer gehoord dus ze luistert maar half en kijkt naar de winkels langs de kade. Dan veert ze plotseling op en stoot haar vader aan.

“Hé pap, we moeten nog een outfit!”

“Een outfit?” Desirees vader herhaalt haar woorden alsof ze iets vies heeft gezegd. “Ja, voor de Parade! We kunnen niet in onze gewone kleren op die boot gaan staan natuurlijk.” 

“Ik ga niet voor paal staan in zo’n apenpak als je dat soms denkt, hoor.” 

“Nee, we trekken kleding aan van toen! Over welk jaar hebben we het ook alweer, 2020 of zo? Weet jij nog wat vrouwen toen droegen?”

Haar vader kijkt haar fronsend aan. “Ik moet je eerlijk zeggen dat ik dáár nooit echt op gelet heb, schat. Maar dat kun je vast wel Googelen ofzo.”

“Bingen, pap. Dat heet nu Bingen.”  

“Oh ja.” 

“Ik zoek wel wat op. Maar misschien kun jij …” Ze neemt haar vader van top tot teen op. “Jij kunt denk ik wel gewoon zo.” 

 

Als Desiree de volgende ochtend beneden komt is het nog donker in de woonkamer. Een streep licht valt langs het gordijn op de muur en het kastje met foto’s van vroeger. Terwijl ze naar het raam loopt valt haar blik erop, en jonge versies van haar ouders kijken haar stralend aan. Ze blijft even staan en kijkt naar de twee twintigers op een kleedje in het park, gearmd voor de ingang van de dierentuin, fietsend over de Coolsingel. Ze zucht, trekt het gordijn opzij en ploft naast haar vader op de bank. Hij is druk aan het typen op zijn telefoon en kijkt niet op. 

“Pap, ga je mee shoppen voor een outfit?”

“Nee, dat gaat niet. Ik moet even iets regelen.”

“Wat dan?”

Geen antwoord. “Dan niet.” Ze appt haar beste vriendin Xae, die even later op een gehuurde groene waterscooter komt aanvaren. Desiree roept nog even gedag terwijl ze in de voordeurpost staat en haar reddingsvest dichtsnoert, maar niemand die iets terugroept – haar vader is verzonken in zijn eigen wereld.

Xae heeft een goudkleurige zonnebril op die blinkt in de felle ochtendzon, en haar witblonde haren zitten helemaal in de war door de wind. Desiree klautert het trappetje af en klimt achterop de waterscooter.

“Waar gaan we heen, Dees?”

“Ergens waar we de perfecte 2020-outfit kunnen scoren.”

“2020? Is dat jullie thema?”

“Ik heb geen idee. Ik heb gewoon geen idee wat mijn vader van plan is dit jaar.”

Xae lacht en geeft extra gas. Ze stuiteren op en neer over het water en laten steeds hoger wordende golven achter voor het overige verkeer. Desiree kijkt naar alle gebouwen op palen, de vele steigers en de bootjes die overal aanleggen of tussendoor varen. Gek idee dat dit ooit compleet anders was.

Even later leggen ze aan bij de Hofbogenmarkt – de bogen waar de markt naar is vernoemd piepen nog net boven het waterpeil uit. Ze klimmen over een laddertje omhoog en kijken dan uit over de markt. Allerlei kraampjes met kleurige doeken als dak staan her en der opgesteld langs de randen van het oude spoorviaduct. Xae en Desiree lopen alle kledingkraampjes af en proberen tegelijkertijd te bedenken wat Desirees vader uit gaat spoken op zijn boot: een boot vol mondkapjes, een boot vol injectiespuiten, een boot vol water, een lege boot die de leegte van de stad symboliseert…

“Bingo!” zegt Xae. Ze houdt een gescheurde spijkerbroek op. “En het is precies je maat!”

“Nee!” Desiree pakt de broek over en houdt hem tegen haar lichaam. De verkoopster komt wat dichterbij staan. “Wil je hem passen?”

Even later springt ze in een geïmproviseerd pashokje van gordijntjes op en neer terwijl ze de broek omhoog hijst. “Ik snap echt niet dat mensen jeans droegen, Xae, jezus.”

Ze doet het gordijntje open. “En gescheurde jeans ook nog, hè. Kijk dan.”

“Het is wel heel 2020.”

“I guess.”

“Nu nog een crop top.”

* * *

Het is zes uur ’s ochtends als de wekker gaat. Desiree zet de wekker uit en trapt het zweterige laken van zich af. Beneden hoort ze haar vader al in de keuken stommelen. Ze rolt uit bed en wast zich snel in de badkamer. Op haar tablet zet ze een filmpje aan dat Xae voor haar gemaakt heeft, om uit te leggen hoe je precies je gezicht contourt zoals ze vroeger deden. Wanneer ze allerlei zwarte en witte vlekken op haar gezicht heeft, komt haar vader binnenlopen met een kop koffie.

“Wat is dat nou?”

“Contouren.”

“Dan heb ik nog steeds geen idee wat dat is!”

“Bepaalde dingen benadrukken in je gezicht. Ik ga voor een smallere neus en jukbeenderen.”

“Nou, succes met schminken.”

“Het heet contouren, pap!”

Haar vader sluit zachtjes de deur en loopt mompelend weg. Desiree doet zo goed mogelijk haar vriendin na, en is niet ontevreden met het resultaat. Ze staat toch op een boot, dus niemand die dichterbij komt dan tien meter. Dat is pas afstand houden.

Om zeven uur zitten ze in de sloep op weg naar de steiger. Er is nog bijna niemand op de vaarten en de singels. Het water kabbelt rustig en glinstert in het ochtendzonnetje, en Desiree geniet van het windje op de voorkant van de sloep.

Wanneer ze de haven invaren, is het eerste wat Desiree ziet een grote trailer met een verhoogd dak op de kade, en Louche Luuk die ernaast staat te zwaaien.

“Pap…”

“Ja?”

“Wat de fuck is dat.”

“Dat is waarmee we de Parade gaan winnen!”

Ze leggen aan vlakbij de trailer en haar vader begroet Luuk. Hun ponton ligt vlak naast de kade en is bezaaid met hooi. Hij heeft een soort hek rondom gekregen, alsof het een gevangenis is. Desiree kijkt bezorgd van de boot naar de trailer. Dan klautert ze de kade op en gaat naast haar vader en Luuk staan, die elkaar met een grote grijns aankijken. Er klinkt gestamp uit de trailer. 

“Zullen we dan maar beginnen?” zegt haar vader. Luuk knikt en wrijft in zijn handen. Dan pakken de mannen de hooibalen op die naast de container staan en bouwen er een muurtje van. In een mum van tijd glinsteren de zweetdruppels op hun voorhoofden en zijn ze stil van de inspanning. Desiree koppelt hun sloep aan het drijvende platform en wacht af, terwijl de zon steeds hoger komt te staan.

“Ben je er klaar voor, Dees? De verrassing?” vraagt haar vader enthousiast, terwijl ze de laatste hooibaal op hun plaats leggen.

“Ik weet het niet hoor, pap,” mompelt ze, bijtend op haar nagels. 

Haar vader en Luuk staan bij de deuren van de trailer. Ze kijken elkaar nog eens aan, geven elkaar de elleboog, en ontgrendelen dan elk een deur. Desiree zit nog in de sloep en kijkt naar de deuropening. Binnen is het donker, zwart. Er beweegt iets en ze hoort het langzaam naar voren komen. Het is een hoofd, geel met bruine stippen, twee oren en uitstulpsels. Aarzelend blijft het hangen in de lucht en kijkt om zich heen, en dan komt langzaam de rest van het wezen tevoorschijn. Eenmaal buiten strekt het zijn lange nek tot volle hoogte uit. Desiree doet van schrik een stap naar achteren en zoekt steun bij het hek. Ze kan het haast niet geloven, maar voor haar staat een fucking giraf.

“Pap…” 

Haar vader reageert niet en kijkt in plaats daarvan naar Luuk. 

“En nu?” 

“Ze moet zelf hierheen komen,” antwoordt hij.

De giraf kijkt het groepje nieuwsgierig aan en verroert zich niet. 

“Of misschien moeten we d’r even een handje helpen.” Luuk loopt terug naar de container en geeft een pets tegen zijkant. Het geluid galmt door de container en de giraf schrikt. Ze rent de drijvende kooi in en de sloep en het platte drijvende vlak deinzen heftig op en neer. Desiree houdt zich krampachtig vast aan de randen van de boot. “Pa-ap!”

Haar vader vloekt en probeert dan over het hooibalenmuurtje heen te klimmen, maar de balen verschuiven en het muurtje stort in. Terwijl haar vader plat op de gevallen ballen hooi ligt, komt Luuk aanrennen. “Het hek, Ronnie, het hek!”

“Denk je dat ik hier voor m’n lol lig?”

Haar vader krabbelt op en Luuk schuift het hek dicht.

“Zo, klaar voor de Parade,” zegt Luuk. “Heb ik toch maar mooi voor je geregeld, Ronnie.”

Haar vader lacht en slaat zijn vriend op zijn schouder.

Even later stuurt hij de sloep richting de brede vaart. De giraf wankelt nog wat op zijn benen, maar staat verder rustig om zich heen te kijken. Ze varen zo zacht mogelijk richting het verzamelpunt bij de Erasmusferry. Tientallen boten en pontons hebben zich al verzameld.

Desiree ziet de boot van Maan en Lila even verderop liggen, een sloepbusje met daarbovenop een grote, reflecterende kwal. De tentakels zijn kunstig aan alle kanten gedrapeerd. Wanneer ze wat dichterbij zijn, ziet ze Maan en Lila staan in parelmoeren pakjes met kwallen op hun hoofd. De twee zusjes staren en wijzen met open mond naar de giraf. “Wat is dat nou?” hoort ze Maan roepen. “Is dat een echte?!”

Op de boten rondom hen heen draaien mensen zich om, laten de laatste aanpassingen aan hun creaties voor wat ze zijn en staren naar de giraf. Haar vader draait zich om en grijnst. “Ik zei het toch?”

Om hen heen is het stil. Het enige wat ze hoort, zijn de golven op het water die tegen de sloep aanklotsen en de giraf achter hen. Het dier trekt zich weinig aan van de menigte en kauwt gretig op de bladeren die Ronnie hem heeft gegeven. De geelbruine vacht steekt af tegen het blauw en grijs van de stad. Het hoort hier niet, maar toch ook weer wel. Het steekt – opeens wil ze dat ze giraffen hier in de stad, in Blijdorp, had kunnen zien, net zoals haar vader toen hij klein was. Met hem naar de dierentuin. Ergens zou ze terug de tijd in willen reizen, naar de stad van toen, niet enkel oude foto’s moeten bestuderen, of afhankelijk zijn van de herinneringen van haar vader. Door de straten kunnen lopen of fietsen, in plaats van varen. Met de metro door het donkere ondergrondse reizen. Op een grasveld in het Park liggen, een grasveld groot genoeg voor honderden mensen, in plaats van hutjemutje op een picknickboot langs de kade.

De muziek op het Leuvehoofd is begonnen, vrolijke zomerse muziek, en ze ziet de eerste boten vooraan de botenkaravaan in beweging komen. In de verte hoort ze mensen juichen, joelen, schreeuwen, zingen, lachen. Langzaamaan komen Desiree en haar vader dichterbij. Een loom gitaardeuntje speelt door de boxen. Op de kades en de loopbruggen verstillen de mensen. Ze kijken naar hun boot, naar de giraf, die statig zijn bladeren staat te herkauwen op de ponton achter hen. Kleine kinderen staan verbaasd op de kant; de wat oudere mensen van haar vaders leeftijd kijken met verbazing, bewondering naar hun boot. Tussen de menigte staat Xae, die enthousiast naar Desiree zwaait en haar duimen opsteekt. Voor op de sloep zit haar vader gelukkig te zijn, met een strohalm in zijn donkergrijze haren. Desiree draait zich om en kijkt naar het dier dat rustig staat te eten, en zich waarschijnlijk niets beseft van hoe bijzonder en absurd dit allemaal is.

The Writer’s Guide

Dit verhaal is gemaakt door cursisten van The Writer’s Guide (to the Galaxy), een literair cursuscentrum in Rotterdam onder leiding van Silvana Sodde. Lees meer.

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Corianne_Oosterbaan

Corianne Oosterbaan

Corianne Oosterbaan schrijft het liefst speculatieve fictie. Recent werk is te lezen op Tijdschrift Ei en in de anthologie Envisioning Other Futures van het Other Futures festival. Ze werkt bij The Writer’s Guide (to the Galaxy) aan nieuw werk.

Profiel-pagina
Marieke_Reijm

Marieke Reijm

Marieke Reijm heeft al van kleins af aan een passie voor schrijven. Haar eerste verhaal ging over een eekhoorntje in een bos, en de voorliefde voor natuur in haar werk is altijd gebleven. Bij The Writer’s Guide (to the Galaxy) houdt ze zich, naast het drinken van wijn en eten van snacks, bezig met het schrijven van korte verhalen over curieuze zaken en grote dieren op plekken waar ze niet horen.

Profiel-pagina
Tumbnail-Lisa-Vers-Beton-300×300

Lisa van Vliet

Illustrator

Lisa van Vliet is een illustrator die met haar beelden op zoek is naar humor en klein geluk. 
Haar inspiratie uit het stadsleven, haar plantencollectie of bijvoorbeeld een mooie kleur, kunnen via allerlei technieken het plaatje vormen waar ze naar op zoek is.
Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.