Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
FLB_20210624_O8A2116
Dennis Lohuis Beeld door: beeld: Florian Braakman

Een zorgzame buurt waar mensen zeggenschap hebben over hun eigen zorg en welzijn, en mensen zorg- en welzijnstaken voor elkaar organiseren. Dat zagen initiatiefnemers Dennis Lohuis en Alexander Hogendoorn voor zich toen ze Zorgvrijstaat in het leven riepen.

Zorgvrijstaat is hun antwoord op de vraag hoe de buurt lichte zorg- en welzijnstaken vanuit haar informele wijknetwerk kan organiseren. Door sleutelfiguren en organisaties in de wijk in kaart te brengen en onderdeel te maken van het wijknetwerk, weten zij de lichte zorg grotendeels binnen de eigen buurt te organiseren. Inmiddels opereert dit bewonersinitiatief al ruim vijf jaar vanuit Rotterdam West.

Zelfredzaamheid

De politieke wind die sinds 2002 waait is sterk gericht op zelfredzaamheid en actieve betrokkenheid op de maatschappelijke domeinen. Sinds 1 januari 2015 is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) van kracht, wat betekent dat de gemeente verantwoordelijk is geworden voor de ondersteuning aan mensen die niet zelfredzaam zijn. Hiervoor lag deze verantwoordelijkheid bij de Rijksoverheid. 

De zelfredzaamheid die van iedereen verwacht wordt, sluit in de praktijk lang niet altijd aan op de leefwereld van alle burgers. Denk bijvoorbeeld aan mensen die de taal niet machtig zijn óf al op leeftijd zijn. Of beiden. In de dynamiek van een grote stad als Rotterdam hebben steeds meer mensen moeite om hun eigen broek op te houden en de route naar geschikte ondersteuning te vinden, zagen onderzoekers van onder de meer de Hogeschool Rotterdam. Een neveneffect van deze decentralisatie is daardoor dat mensen steeds meer op elkaar zijn aangewezen.

FLB_20210624_O8A2164
Beeld door: beeld: Florian Braakman

En dat is iets dat COVID-19 het afgelopen jaar nog meer aan het oppervlak heeft gebracht. Gevoelens van solidariteit gierden door de aderen van zowat alle buurten in Rotterdam. De sociale cohesiemeter sloeg op hol. De vanuit de overheid geïdealiseerde zelfredzaamheid kreeg een twist: samenredzaamheid. De al bestaande infrastructuur van sterke informele buurtnetwerken biedt de ideale voedingsbodem om deze samenredzaamheid te laten gedijen. Het is hetzelfde informele buurtnetwerk dat de basis vormde voor de oprichting van Zorgvrijstaat in Rotterdam West.

Dennis Lohuis en Alexander Hogendoorn lopen elkaar begin 2013 tegen het lijf tijdens een ontbijtje in de Leeszaal. Ondanks hun verschillende achtergronden – Alexander heeft een achtergrond als projectmanager en netwerkregisseur voor kwetsbare doelgroepen, Dennis is sociaal ontwerper – raken ze in gesprek en merken dat zij een gemeenschappelijke visie delen over (het organiseren van) gezondheidszorg en welzijn. “We maakten ons zorgen, maar zagen ook genoeg mooie dingen om ons heen gebeuren. Van bewonersinitiatieven tot informele netwerken. Dit bracht ons op de vraag: hoe kunnen we een wijknetwerk organiseren gericht op de zorg voor elkaar?”

Anarchistische grondslag

De naam Zorgvrijstaat bestaat uit een samenvoeging van de woorden ‘zorgvrij’ en ‘vrijstaat’. Beide termen zijn direct te linken aan de bijna anarchistische en autonome grondslag van waaruit zij opereren. Een werkwijze die in al haar facetten berust op een hoge mate van zelfbeschikking.

Zorgvrijstaat heeft sinds haar ontstaan al een lange reeks initiatieven opgezet en ondersteund. Dennis Lohuis is het meest trots op het project Het Zal Werken, een laagdrempelige klussendienst voor kleine woningaanpassingen. Het gaat bijvoorbeeld om keuringen voor rollators, maar ook voorzieningen waar mensen inmiddels zelf verantwoordelijk voor worden gehouden, zoals een beugel in de douche of een verhoogde toiletpot. 

Sinds de invoering van de WMO zijn namelijk veel van deze zogeheten voorliggende voorzieningen uit het takenpakket van de overheid verdwenen, vertelt Lohuis. “De oude werkwijze maakte het mogelijk achterover te leunen, omdat de gemeente deze taken op zich nam.” Zorgvrijstaat springt met haar laagdrempelige klussendienst dus in een gapend gat.

Maar om de klussendienst gaande te houden, waren er naast het organiseren van zorgtaken ook veel voorbereidende en uitvoerende werkzaamheden nodig. Hier ging aardig wat tijd in zitten. “De coördinatie van de werkzaamheden was zo intensief dat wij dit niet langer als vrijwilligerswerk konden bestempelen. Je moet precies weten wat kan én mag in een woning, en dit afstemmen met de gemeente of de eigenaar van het pand voordat je aan de slag kan.”

Dat kon slimmer, dacht Lohuis, en stapte op de gemeente en enkele woningcorporaties af. “Ons voorstel was om de verzoeken tot kleine woningaanpassingen direct bij ons neer te leggen om te bekijken of wij dit konden oplossen.” In het eerste jaar heeft Zorgvrijstaat  ongeveer 180 vragen opgelost. Inmiddels zijn ze vijf jaren verder en hebben ze zelfs al meer dan duizend van deze douchebeugels geplaatst. “Een goed voorbeeld van goedkoper en efficiënter organiseren, samen met elkaar.”

Het is begrijpelijk dat Lohuis zich vanuit zijn passie voor de wijk zo inzet, maar ook hij zal toch de rekeningen moeten blijven betalen, vraag ik me hardop af. “Ik moet ook zeker mijn brood verdienen, maar geld is altijd opvolgend geweest aan wat we doen.” Het is zoeken naar een balans: tussen overal een prijs aan hangen én continu als vrijwilliger werken. “Dat moet je ook niet willen. Sommige instanties, maar ook de gemeente hebben sterk de neiging om alles onder vrijwilligerswerk te scharen.”

Lohuis is van mening dat mensen van nature altruïstisch ingesteld zijn maar dat een klusje doen in eerste instantie eerder een vriendendienst is dan vrijwilligerswerk. Op het moment dat deze vriendendiensten duurzamer van aard worden, moet er geschakeld worden. Dit houdt in dat Zorgvrijstaat zich dan beroept op geldstromen die voor zulke werkzaamheden bestemd zijn, zoals de subsidiepot Welzijn. De financiering vanuit de gemeente Rotterdam geeft de nodige bewegingsruimte. Duurzaam sociaal investeren kost tijd. Deze tijd zoekt Zorgvrijstaat in de vorm van financiële ondersteuning door fondsen.

Power

Tijdens de coronacrisis bleek hoe sterk het wijknetwerk is: zo organiseerde een netwerk van betrokken wijkpartners zich om de buurt en haar bewoners extra steun te bieden. Er werden onder andere maaltijden bezorgd en laptops gedoneerd aan huishoudens die daar behoefte aan hadden. “Dat zegt wat over de cultuur en power die er in Delfshaven (verborgen) ligt. Hoe gemakkelijk formele en informele organisaties elkaar weten te vinden en binnen no time een samenwerking tot stand weten te brengen,” zegt Lohuis.

De vlotte totstandkoming van dit netwerk Delfshaven Helpt, is ook bij De Veldacademie, een onderzoeksplatform voor sociaal-ruimtelijke stedelijke ontwikkeling, niet onopgemerkt gebleven. De Veldacademie onderzocht hoe de krachten verenigd zijn in de buurt Bospolder-Tussendijken, ofwel BoTu.

Hun conclusie: ondanks het feit dat er ook enorm veel nieuwe initiatieven in het leven zijn geroepen om buurtbewoners te ondersteunen kwam Delfshaven Helpt vooral voort vanuit het bestaande netwerk van initiatiefnemers. Er heeft nauwelijks tot geen uitbreiding plaatsgevonden. Logisch gezien lagen de hulpvragen in de eerste fase vooral in de materiële sfeer, waarna ook andere zaken aan het oppervlak kwamen zoals eenzaamheid en overlast van jongeren.

Mede door de reeds bestaande sterke, informele wijknetwerken konden bewoners hier eenvoudig op terugvallen. Dit heeft enorm geholpen om de zorg voor elkaar te organiseren in een door Covid-19 geteisterde periode, waar de steun vanuit gemeente en formele organisaties even zo goed als stil kwam te liggen.

Naar aanbesteden

Het is een diepgewortelde wens van Zorgvrijstaat om deze keten van gezondheidszorg en welzijn ook in de rest van de stad vorm te geven en te verduurzamen. Dit lijkt geleidelijk ook te gebeuren. Samen met de gemeente zit Zorgvrijstaat om de tafel om ook zwaardere zorgbehoeften in de nabije toekomst in het wijknetwerk op te nemen. Allerlei organisaties, zowel formeel als informeel, hebben namelijk te maken met ingewikkelde problematiek waar je eigenlijk echt de strong ties van het wijknetwerk voor nodig hebt.

“Toen we net begonnen is er vanuit de gemeente iemand op ons afgestapt met het advies om op de welzijnsaanbesteding in te schrijven”, vertelt Lohuis. De gemeente Rotterdam doet periodiek een uitvraag en lijft vervolgens organisaties in om een gedeelte van het takenpakket uit te voeren in een bepaald gebied. Doordat zij aantoonbaar zorgtaken organiseren op buurtniveau, zo beseffen Zorgvrijstaat en betrokken partijen, kunnen zij wel eens meedingen naar een stukje van de gemeentelijke Welzijn-taart.

Maar de angst om speelruimte in te moeten leveren baart hen zorgen. “Wij willen vooral wendbaar zijn en hebben het gevoel dat ons dan de nodige bewegingsruimte wordt afgenomen. Als je in de aanbesteding stapt wordt je echt afgerekend op prestaties die iemand anders voor je afdwingt. Dat is een pervers effect, en er komt ook zoveel administratieve rompslomp en regelgeving bij kijken.” Lohuis schetst hoe een beter bij Zorgvrijstaat passend model eruit zou zien.

“Het liefst willen we dat de gemeentelijke aanbesteding in deze vorm afgeschaft wordt, want van bovenaf zie je niet altijd wat er op straatniveau nodig is”

“Het liefst zouden we willen dat de gemeentelijke aanbesteding in deze vorm afgeschaft wordt. We zoeken naar manieren met meer zeggenschap en eigenaarschap van mensen in de wijk, zodat je kan sparren. Van bovenaf zie je niet altijd wat er op straatniveau speelt. Wij zitten in de haarvaten van de wijk en halen soms een totaal ander verhaal op dan de gemeente”, zegt Lohuis. “Gelukkig bestaan er ook los van het aanbestedingsmodel mogelijkheden om passende initiatieven op te blijven zetten en het wijknetwerk te verstevigen. Met wijkprogramma’s zoals Mooi Mooier Middelland en Veerkrachtig BoTu 2028 heeft de gemeente Rotterdam een weg ingeslagen waaruit blijkt dat de tijd rijp is om het anders aan te pakken.”

De rebel in Lohuis komt naar voren als het over regels gaat. “Ik snap dat we dingen in regels moeten onderbrengen, om het makkelijker te maken, maar regels zijn geen wetten. Ze wórden wel vaak als wetten gebruikt. ‘We hebben het met elkaar zo afgesproken, dus het mag niet’, krijg je dan te horen. Maar een gemeente moet ook altijd zorgen voor speelruimte en vrij te besteden middelen waarmee je echt op maat kunt werken!” 

 

FLB_20210624_O8A2150
Jamila Amakran Beeld door: beeld: Florian Braakman

De kracht van Zorgvrijstaat is dat zij goed in staat zijn in maatwerk te leveren en weten te schakelen tussen het wijknetwerk, het wijkteam en andere formele instanties zoals de gemeente, legt Lohuis uit. “Al is dat soms een veelkoppig monster! Je kan een goed gesprek hebben met één afdeling maar vervolgens loopt het op een andere plek weer spaak. ”

Zorgvrijstaat werkt dus weliswaar waar nodig samen met de gemeente, maar houdt er wel een  duidelijke eigengereide visie op na: niet teveel systematiseren en bureaucratiseren. “Gebruik het vermogen dat er in de wijk aanwezig is en maak dit onderdeel van je systeem zonder het te systematiseren. Een belangrijke opgave waarin meer zeggenschap en eigenaarschap voor de mensen uit de wijk centraal moet komen te staan.”

Blik op de toekomst

Dat Zorgvrijstaat de afgelopen jaren aan de weg heeft getimmerd mag duidelijk zijn. Van een bewonersinitiatief zijn zij uitgegroeid tot een organisatie die zich steeds duurzamer in weet te zetten voor de buurt, in het organiseren en ondersteunen van lichte zorg- en welzijnstaken. En één van de partijen die zo dicht als maar mogelijk is, aansluit op de leefwereld van de bewoners in Rotterdam West.

Lohuis maakt duidelijk dat er al lang, veel partijen waardevolle dingen doen in de buurt, door de vertaalslag te maken tussen de leef- en systeemwereld. Hierdoor weten zij tot in de haarvaten van de wijk door te dringen. Maar dat er nog een hele hoop werk te verrichten is, is een understatement.

“Uiteindelijk is het zó bepalend hoe de geldstromen lopen. Wil je aan de knoppen kunnen zitten, dan moet je ook aan het geld kunnen zitten”, besluit Lohuis. “Uiteindelijk is dat wel de essentie om echte invloed uit te kunnen oefenen in een speelveld waar nu vooral de gemeente en de grotere vaak logge, formele instanties de spelregels bepalen.”

Het gros van de wijkpartners heeft aangetoond dat ze het organiseren van lichte zorg- en welzijnstaken eigenlijk allang in de vingers hebben en dit ook los van het aanbestedingsmodel uit kunnen voeren. Als hiermee blijkt is dat dit netwerk beter dan de overheid in staat is het antwoord te vinden op bestaande problemen, dan moeten we daar wellicht ons zorgmodel op aanpassen.

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

IMG_2051-1.JPG

Giovanni Burke

Giovanni Burke (1985) studeerde Sociologie op de Erasmus Universiteit en deed daarna een master Grootstedelijke Vraagstukken en Beleid. Als geboren en getogen Rotterdammer combineert hij zijn voorliefde voor de stad graag met zijn sociologische achtergrond door te reflecteren op verschillende lokale ontwikkelingen. Licht werpen op ‘onzichtbare’ verhalen van mede-Rotterdammers is hierbij vaak het uitgangspunt.

Profiel-pagina
braakman

Florian Braakman

Fotograaf

Florian Braakman (1988) is een autonoom-documentair fotograaf. Fotografie is een manier om vragen te stellen en grip te krijgen op onze snelle alledaagse realiteit. De poëtische, associatieve en verhalende kracht van het beeld staan centraal in zijn werk.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.