Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
Katja Poelwijk
Beeld door: beeld: Katja Poelwijk

“Rotterdam telt meer dan 170 nationaliteiten. Toch is de cultuursector van onze superdiverse stad nog te weinig afspiegeling van onze bevolking”, zo luidt de intro van het manifest Cultuur/Inclusief.

Het manifest is een initiatief van Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam, Music Matters, LantarenVenster, MAMA, WORM en Theater Rotterdam, die hiermee institutioneel racisme en systematische uitsluiting in hun eigen organisaties en sector actief willen bestrijden. Het gebrek aan diversiteit is “voor een sector die zichzelf een verbindende maatschappelijke rol toedicht onaanvaardbaar”, schrijven de ondertekenaars in het manifest. Ook constateren zij dat structurele veranderingen op dit terrein nauwelijks worden geboekt. Zij steken hierbij de hand in eigen boezem; “Kijk maar naar onze eigen personeelsbestanden.”

Méér culturele diversiteit binnen de eigen organisaties, het bieden van training en begeleiding, gelijkwaardigheid in programma´s en het zorgen voor een veilige werkomgeving. Dit zijn de doelstellingen die de initiatiefnemers hebben opgesteld. Daarnaast staan er netwerkbijeenkomsten op de planning met experts die moeten gaan helpen om “mechanismen die racisme en uitsluiting in stand houden te onderkennen en te benoemen.” Ook komt er een actieplan om “deze mechanismen onklaar te maken.” Ervaringen, acties en resultaten zullen met de sector worden gedeeld. De ondertekenaars roepen hun collega-directeuren en leidinggevenden uit de sector op om aan te sluiten.

Discussie duurt voort

De discussie over het gebrek aan diversiteit in de Rotterdamse cultuursector woedt al jaren. Veel aandacht was er voor de positie van nieuwe makers, grassroots-organisaties en het herijken van de criteria voor cultuursubsidies. Inclusiviteit is een van de belangrijkste pijlers in het huidige cultuurbeleid en woog het zwaarst mee in de aanvraag voor structurele subsidie voor cultuurperiode 2021-2024.

Desondanks loopt de omslag naar een echte inclusieve cultuursector moeizaam. Zo constateerde de Rotterdamse Raad van Kunst & Cultuur in hun Cultuurplanadvies dat de meeste instellingen op het gebied van inclusiviteit in hun aanvragen maar weinig van een visie of aanpak lieten zien.

Is dit manifest, ontstaan vanuit de sector zelf, de oplossing naar een duurzame verandering in de sector? Of is het de zoveelste goede bedoeling die uiteindelijk weinig op zal leveren? Janpier Brands (directeur Worm) en Pepijn Kuyper (directeur LantarenVenster) hebben goede hoop en leggen uit waarom.

De diversiteitsdiscussie in de cultuursector speelt al lang. Waarom besloten jullie nu om dit manifest op te stellen?
Brands: “Tijdens het Black Lives Matter protest vorig jaar, had een aantal van ons zich verzameld op de Erasmusbrug. Toen zeiden we tegen elkaar: ‘Nu moeten we écht iets gaan doen, maar laten we dat niet in de wandelgangen bespreken maar formeel hierover bij elkaar komen.’ Door de Black Lives Matter-beweging is er momentum om dingen voor elkaar te krijgen. Op een later moment sloten LantarenVenster en Theater Rotterdam aan. Uiteindelijk zijn we tot deze groep ondertekenaars gekomen. Meer organisaties toonden belangstelling maar we wilden eerst het manifest goed op papier hebben.”

Kuyper:” Dit initiatief is ontstaan vanuit intrinsieke motivatie; we hadden zelf de behoefte om stappen te maken. Ik sloot mij aan omdat ik voelde dat dit een goede energie was. Niet alleen uitspreken dat er iets moet veranderen, maar het ook daadwerkelijk doen. Vanuit een gelijkwaardige en kwetsbare houding wisselen we ervaringen uit en bespreken we uitdagingen zoals aannamebeleid. Rotterdam is een mooie en veelzijdige stad, maar als we luisteren naar de stemmen binnen onze organisaties, dan is dat nog te eenzijdig. Dat zijn we zat.”

De Code Diversiteit & Inclusie is hartstikke goed maar op een aantal vlakken niet scherp genoeg; institutioneel racisme wordt niet expliciet benoemd. Dat vind ik kwalijk en dat herkende ik ook bij de instellingen die het manifest hebben ondertekend.”

In het manifest worden een aantal doelstellingen en activiteiten genoemd. Hoe zijn jullie hiertoe gekomen?
Brands: “Wij zijn geen discussieclub waarin we met elkaar debatteren over wat wel of niet nodig is. We hebben gekeken naar de onderwerpen waar we de komende tijd mee aan de slag kunnen en hebben daaraan concreet meetbare doelstellingen gekoppeld.”

Worden deze ideeën ook binnen jullie eigen organisaties gedragen of was hier discussie over?
Brands: “Binnen Worm wordt dit gedragen omdat we het proces al een tijd terug hebben ingezet wanneer het gaat om zaken zoals het delen van fysieke ruimte, het aannamebeleid en partners in de stad waarmee we werken. Wat ons wel kenmerkt is dat wij dingen vaak doen vanuit de onderbuik, nu moeten we zaken gaan formaliseren. Daarom is zo’n manifest goed omdat er hele meetbare zaken in staan.”

Het diversiteitsdebat binnen de culturele sector gaat ook over het plaats willen maken voor anderen. Daar gaat het vaak mis…
Kuyper: “Je maakt een terecht punt. Als het in het belang is van de ontwikkeling van de stad, dan wil ik mijn positie gerust aanbieden aan een ander. Soms moet je over je eigen ego-positie heen durven stappen in het belang van een ontwikkeling.
Bij LantarenVenster zijn we een mooi verandertraject gestart en hebben we een bewustheidstraining gehad, maakte we een plan van aanpak, is er budget vrijgemaakt, er kwam een integriteitscode én een externe vertrouwenspersoon: allemaal goede formele stappen om tot verandering te komen. Ik was positief verrast toen ik zag dat onze Raad van Toezicht en medewerkers zeer openstaan voor dit onderwerp, hoewel dat niet direct betekent dat ze dan ook meteen openstaan voor de brede Rotterdamse samenleving. De één snapt beter dat er iets moet gebeuren terwijl een ander denkt ‘laat mij gewoon mijn werk doen. We hebben 270.000 bezoekers per jaar. Het gaat dus goed.’”

Waarom gaat dit manifest nu wel leiden tot meer inclusiviteit in de sector?
Kuyper: “Succes is niet gegarandeerd natuurlijk. Maar waarom ik mij bij deze fijne groep mensen aansloot is omdat het deugt en omdat het menens is. Daarom heb ik een beetje vrees gehad over het zomaar uitbreiden van de groep. Het is makkelijk om ergens je handtekening onder te zetten om dan te kunnen zeggen; ‘kijk we doen lekker mee’. Maar ik zit nu met mensen aan tafel die écht willen en op dit terrein verder zijn dan dat ik ben. Dat is een uitwisseling waaraan ik iets heb. En omgekeerd kan ik vanuit LantarenVenster weer waardevolle ervaring inbrengen.”

“Dus we moeten alert zijn op wie wil deelnemen en wat hun intentie is om ervoor te zorgen dat dit het juiste platform blijft. Dan zullen we zeker slagen. Met geïnteresseerden voeren we eerst een goed en eerlijk gesprek waarin we de vraag stellen: wat voor zin heeft het voor jou om mee te doen?”

Brands: “Ik snap goed dat het allemaal véél te lang duurt. Eind jaren ’90 werkte ik in Groningen ten tijde van staatssecretaris Van der Ploeg. Dat was eigenlijk de eerste bewindspersoon die zei: ‘Het moet anders want de culturele sector bedient maar een hele kleine groep Nederlanders’. De afgelopen twintig jaar is er best veel in gang gezet, maar je kan niet per se zeggen dat dit dankzij de culturele sector komt. Heel veel ontstond buiten de sector om, denk bijvoorbeeld aan The Black Archives en het Bijlmer Park Theater. Vanuit de culturele instellingen is dat eigenlijk iets om je voor te schamen.”

Wijt je dat aan onwil of onkunde?
Brands: “Dat is onwil, maar het kan niet meer want de sector blameert zichzelf. Behalve democratische waarden en het rechtvaardigheidsprincipe, is het economisch onverstandig om die omslag niet te maken. Welke overheid wil een sector financieren die maar een klein deel van de Nederlanders vertegenwoordigt?”

Kuyper: “Ik zie in de brede cultuursector dat sommigen relatief lang in een bepaalde sleutelpositie blijven zitten. Soms wel meer dan 20 jaar. De enorme ervaring heeft een waarde, tegelijkertijd moeten we ons afvragen of het na een lange tijd nog mogelijk is de aansluiting te houden met de omgeving, open te staan voor vernieuwing en (nieuw) publiek. Ik heb op diverse plaatsen iets te vaak gehoord: ‘Dit hebben we al eens geprobeerd’. En dat werkt niet. Ik pleit voor een goed doordacht doorstroombeleid, zodat meer beweging ontstaat en anderen sneller een kans krijgen. Bij de landelijke cultuurfondsen gebeurt dat al, waarom niet ook bij instellingen?”

Brands: “In het kader van cultureel ondernemerschap moet je als culturele instelling risico’s nemen als je wil vernieuwen. Daardoor ben je snel geneigd om enkel de dingen te doen waarvan je weet dat ze werken en die weinig financiële risico’s met zich meebrengen.”

Kuyper: “We kennen beiden ook zwaar gesubsidieerde instellingen, waarbij cultureel ondernemerschap dus minder speelt, die desondanks ook niet tot die transitie komen.”

Onlangs presenteerden jullie het manifest in het Directeurenoverleg. Wat was de reactie en zijn er sindsdien nieuwe aanmeldingen?
Kuyper: “Het directeurenoverleg is een hele brede tafel met verschillende persoonlijkheden. Bij de een slaat het meteen aan, een ander haakt meteen af of is terughoudend vanwege andere belangen. Sinds de presentatie hebben kleine en grote clubs zich aangemeld zoals het Fotomuseum en Theater Zuidplein. Vandaag kreeg ik een mailtje van Museum Boijmans met ‘Wat te gek dat jullie dit hebben gepresenteerd. Kunnen we een keer praten?’ Nou, dat is interessant.”

Jullie doen een oproep aan collega’s om het manifest te ondertekenen, wat tegelijkertijd betekent dat ze bereid moeten zijn om een cultuuromslag te maken en geld en tijd te investeren?
Kuyper: “Als je dit onderwerp serieus neemt en je wilt veranderen, betekent dat ook dat je daar budget voor vrij moet maken. Het is eigenlijk schandalig dat we dit soort processen koppelen aan subsidiecycli of een welwillende wethouder. Wethouder Kasmi (Cultuur) heeft meermalen zijn interesse getoond en wil ons graag ondersteunen. Dat is prettig om te merken, hij vindt het onderwerp zeer belangrijk. Onze reactie was wel: ‘omarm dit initiatief en laat het tegelijkertijd gewoon gebeuren. De gemeente kan hierin partner zijn maar ga alsjeblieft niet van bovenaf pushen. Op het moment dat we een stap willen maken die geld kost, zullen we eerst kijken of we het zelf kunnen dragen. Dat is de beste en meest logische weg als we echt iets willen bereiken.”

In het kader van gelijkwaardigheid in programma’s spreken jullie in het manifest de wens uit om meer programmamakers met diverse achtergronden aan te nemen. Als het gaat om werving, hoe zorg je ervoor dat deze mensen zich ook willen melden?
Kuyper: “Dat is een terechte vraag, want het kan op dit terrein goed misgaan. Het heeft te maken met iemand een veilige omgeving bieden waarin iemand zich ook thuis voelt. Dat begint met een goed gesprek over wat we hier precies onder verstaan.
Ik wil graag mijn programmateam uitbreiden met twee mensen die op een heel andere manier kijken en denken. Dat is voor de andere programmeurs ook interessant. Dat betekent dat we met elkaar moeten zoeken naar ruimte in de exploitatie. Dat wordt op de korte termijn een uitdaging want door de coronasituatie draait onze exploitatie nog deels op noodsteun. Als we dit willen, moeten we dus keuzes maken. Mijn Raad van Toezicht staat welwillend tegenover dit onderwerp en dat helpt.

Brands: “Worm zit in een andere positie omdat we zijn toegetreden tot de nationale basisinfrastructuur. Hierdoor hebben we de afgelopen tijd een aantal zaken goed kunnen oppakken. Daarnaast ervaar ik dit niet als iets wat extra geld kost. Wij gaan onze organisatie op een andere manier inrichten wat betekent dat je met budget schuift. Het gaat uiteindelijk om de manier waarop je naar de eigen organisatie kijkt en in hoeverre je representatief bent voor de stad. Als er iets ontbreekt, dan maak je daar werk van. Juist publiek gefinancierde organisaties hebben deze verantwoordelijkheid.”

Hoe verder?

Brands en Kuyper leggen uit dat het manifest moet worden gezien als een gestold moment in een uitgebreid proces dat bestaat uit gesprekken, sessies en kennisuitwisseling. “Het manifest is een commitment dat we met elkaar zijn aangegaan. We hebben de wereld laten zien waar we mee bezig zijn en dat we hierin geloven. Het zijn vooral de gesprekken die we met elkaar voeren die echt interessant, en soms confronterend kunnen zijn,” licht Janpier toe. 

Hoe verlopen die sessies? Komen jullie periodiek bijeen en zijn er evaluatiemomenten?
Brands: “We komen bij elkaar als dat nodig is. Binnenkort is er bijvoorbeeld een themabijeenkomst met alle Raden van Toezicht. We helpen elkaar bij de werving en selectie van medewerkers. Ook zijn we bezig met het ontwikkelen van een traineeship om nieuwe mensen op managementniveau ervaring op te laten doen.” 

Op welke manier zijn die gesprekken confronterend?
Kuyper:Onlangs hadden we intern bij LantarenVenster een mooi gesprek over de achtergronden van onze eigen mensen, wat zij meemaken in het dagelijkse leven en wat dat met hen doet als mens. Door die gesprekken kom je op een veel diepere laag die van fundamenteel belang is om als organisatie verder te komen.”

Brands: “Je wordt geconfronteerd met zaken die je soms te gemakkelijk over het hoofd ziet, processen die je niet in de gaten hebt, een vooroordeel of ongepast woordgebruik. Als een deelgenoot je daar dan op wijst dan denk je weleens ‘potverdikke, ik zou willen dat ik verder was’. Wij zijn allemaal onderdeel van hetzelfde systeem dat institutioneel racisme in stand houdt. Je hebt elkaar nodig om dat aan te pakken en te doorbreken.”

vb-mailchimp

Lees meer

Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van Vers Beton per mail? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief

Hoe zorg je er vervolgens voor dat het niet bij praatsessies blijft, maar dat die gesprekken worden omgezet in daden?
Kuyper:John Olivieira, lid van de Raad voor Cultuur die we uit hadden genodigd voor een sessie, raadde aan om zaken zoveel mogelijk meetbaar te maken, hoe lastig ook. Wellicht kunnen we KPI’s formuleren , zodat je als sector kan zien of er daadwerkelijk verandering optreedt. Verder pleit ik heel erg voor een doorstroombeleid. Als manifest-ondertekenaars moeten we bereid zijn om op een gegeven moment te zeggen ‘nu is het tijd voor iemand anders in deze rol.’ Te veel organisaties in onze sector zijn gegijzeld door mensen die veel te lang zitten. Dan draait het teveel om de eigen egopositie en te weinig om de opdracht en het publiek”

Met welke ontwikkelingen op korte termijn zijn jullie tevreden?
Kuyper: “Iedere relevante positie die de komende tijd vrij komt, ga ik anders proberen te benaderen. Daarvoor heb ik die afstemming nodig met mijn collega’s in de stad zodat we niet weer met een standaard vacaturetekst alleen blanke hoogopgeleide vrouwen, die cultuurwetenschappen hebben gestudeerd binnenhalen. Dat kan gewoon niet meer. Maar we moeten ook realistisch zijn, bepaalde bewegingen kosten nu eenmaal tijd.”   

Brands: “Ik wil meer programmeurs van kleur en dat zij eigenaarschap hebben over de programma’s en over de organisaties. Als we daar in de nabije toekomst het verschil gaan zien, vind ik dat al een succes. Ook in de Raden van Toezicht moeten meer mensen van kleur. Dit gaat sowieso een boeiend en belangrijk proces worden. Want deze discussie speelt niet alleen in de cultuursector, maar in bijna alle publieke sectoren. Als het ons gaat lukken, dan kunnen anderen het ook.” 

20200817_Alida Dors_Vers Beton4_Anne-Claire Lans

Lees meer

Alida Dors: “Ik geloof echt dat we met twee jaar een ander Theater Rotterdam gaan zien”

Interview met de nieuwe artistiek leider van Theater Rotterdam.

Verder lezen?

Word supporter van Vers Beton! Vanaf 6 euro per maand maak jij financieel onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk.

Nee, ik lees eerst het stuk verder

18209064_10154713209543195_6162322301411381250_o

Caterine Baeten

Programmamaker Vers Beton LIVE

Caterine Baeten combineert mediavraagstukken met politiek. Voorheen op de Coolsingel nu in de Tweede Kamer. Houdt zich ook bezig met het gebrek aan diversiteit in, onder andere, de cultuursector.

Profiel-pagina
Katja Poelwijk

Katja Poelwijk

Fotograaf

Katja Poelwijk (1976) is documentair portret fotograaf uit Rotterdam, afgestudeerd aan de Fotoacademie in Amsterdam in 2017. Haar werk richt zich op onderwerpen die zowel persoonlijk als van sociaal-maatschappelijke aard zijn. Door met verhalen van mensen naast het unieke ook het universele aan te spreken hoopt ze nieuwsgierigheid en bewustzijn te vergroten, met compassie als doel. Naast haar eigen langlopende projecten werkt Katja in opdracht.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.