Advertentie

VB – vacaturebank – banners – Hardwerkende – klik hier! – 1456×180
Voor de harddenkende Rotterdammer
Vers Beton – Robin Duister – Columnist Elfie Tromp – 2020
Beeld door: beeld: Robin Duister

Marie Winker

‘Het is Joshua.’

Dat is wat Molly van schuin tegenover naar me roept. Ik kom net terug van de markt.

Zweet rolt onder de knellende bh-band vandaan over mijn buik. Geen ‘Ha buuf, hoe gaat-ie, zijn de ramen al gelapt, wat staat je lavendel weer hoog, heb je die aanbieding bij de drogist al gezien voor klovencrème, wat mij nou is overkomen, die verrotte rug speelt weer op, mijn hak brak af, dus ik bukte en toen zat die engerd van de hobbyzaak ineens zo vol met z’n klauw onder m’n rok, heb je mijn kat gezien?’

Niets van dat. Alleen die drie woorden en zo’n ernstige blik op dat koppie dat ik zo goed ken, dat ik er eng van word.

‘Het is Joshua,’ zegt ze nog een keer.

Er is iets met Joshua. Joshua heeft me nodig. Ik laat mijn tas vol prei vallen, sappig klinkt de plof op de grindtegels, en sprint naar huis, naar de plek waar ik hem vanochtend achterliet.

‘Op het nieuws,’ roept ze me nog na.

Maar ik kan niet meer reageren, kan alleen nog maar rennen. Rennen! Ik wist niet dat ik het in me had. Ik kan me werkelijk waar de laatste keer niet herinneren dat ik überhaupt mijn pas heb versneld. De enige afspraken die ik de laatste jaren heb zijn bij de dokter of de sociale dienst en daar zijn de wachttijden zo lang, dat je toch niet op tijd aanwezig hoeft te zijn.

Joshua is anders. Waar dat jong zijn energie vandaan haalt is me een raadsel. Ik ben denk ik moe geboren. Hij niet. Zodra hij de kracht in zijn pootjes had om erop te staan, zoefde hij al aan me voorbij.

Ik gooi de voordeur open, ram de tussendeur tegen de muur, de scharnieren kraken vals, het pleister brokkelt van de gangwand. Hoe vaak heb ik Joshua niet verboden met de deur te gooien?

Hoestend van de inspanning hijs ik mezelf de trap op. Waar ik precies bang voor ben, weet ik niet. Het was Molly’s blik geweest die als een stroomstok op een koe werkte. Ik roep, nee, krijs zijn naam. Misschien is het zijn te grote hart. Daar is hij mee geboren. Een sportershart, drie keer te groot voor zijn kinderborstkas. Van de dokters moest ik hem rustig houden, lag een aanval altijd op de loer.

‘Probeer een aap maar eens uit een boom te houden,’ zei ik.

Er is nooit iets gebeurd, tot nu. Misschien ligt hij ergens verkrampt ineen, heeft het hart nu eindelijk zijn dreiging ingelost. Of erger. Of het de hitte of de pep is, weet ik niet, maar het aantal tienerdoden in deze stad piekt al jaren zodra het kwik stijgt. En het zijn altijd jonge jongens die sterven. Bloedmooie, puntgave jongens zoals Joshua. Wanneer je in deze buurt een meisje baart ben je bang dat ze te vroeg haar eer verliest. Maar krijg je hier een jongen, dan vrees je zijn hele leven voor zijn leven.

‘Joshua!’

Het duizelt me, maar ook boven is hij niet. Zijn kamer is netjes, zijn truien liggen opgevouwen op de plank naast het raam, zijn boeken op het bureau gestapeld van groot naar klein, de antieke soldatenpoppetjes die hij spaart netjes in gelid op de plank erboven. Zijn bed opgemaakt, het randje laken omgeslagen over de wollen deken zoals ik hem dat heb geleerd. Dat je in je doodsangst toch een knetter van trots voelt, gek is dat.

‘Op de lokale zender!’ hoor ik Molly beneden roepen.

Ik dender de trap weer af. Molly zet mijn boodschappen neer, bukt zich naar het scherm en zet het geluid harder. Ik kom de trap af en kijk naar mijn jongen. Onvast blijft het beeld ingezoomd op zijn vuile gezicht.

Dan volgt een wijder, stabieler shot en ik kantel mijn hoofd om te begrijpen waar ik nu naar kijk. Hij hangt in een soort mat die ergens aan vast is gehaakt. Het kost tijd om het beeld van de generaal erin te herkennen. Verrek, hij hangt aan de generaal! Ik kijk naar dat prachtige gespierde lijf van mijn zoon met dat knappe bekkie erboven. Weer dat klappertjespistool van trots dat knalt. Dat dit uit mij is gebarsten, uit mijn middelmatige lichaam, is het bewijs dat de natuur slimmer en grootser is dan we voor mogelijk houden. Ik staar naar Joshua, hoe hij aan dat godvergeten beeld van de generaal hangt.

Is dit een grap? Of nog erger, misschien meent hij het.

‘Ik wist niet dat hij van die club was,’ zegt Molly.

‘Dat is hij niet,’ zeg ik.

‘Het lijkt er anders wel op,’ zegt Molly.

‘Dat is hij níét,’ herhaal ik.

‘Je hoeft niet zo te snauwen,’ zegt Molly. ‘Tjeesh, ik vertel jou nog eens wat.’

Met die club bedoelt ze over-de-rand-rechts. Nieuwe-aanwas-neonazi-rechts. Die zie je steeds vaker in de wijk. Kinderen van de kerels waar ik vroeger mee dronk, lopen ineens overdreven rechtop. Ze hebben het over trots en eer en wat we allemaal zijn kwijtgeraakt, en nou is er niks mis met een beetje kritisch zijn, ik bedoel, we maken te veel ruzie hier, maar dat komt ook omdat het ons niet makkelijk wordt gemaakt. Je zou willen dat we dat eens in zouden zien. Een vlekkeloos leven bestaat niet. Je moet alleen niet in de vlek gaan wrijven.

Je moet je niet bemoeien met oproerkraaiers. Leef om de ophef heen, maak je niet te druk, bemoei je alleen met je buren. Dat is hoe je het hier het langst uithoudt.

‘Misschien hoort-ie wel bij de anderen,’ zegt Molly nu. ‘Die lauwe theedrinkers die dat beeld weg willen hebben. Die staan daar ook. Heeft-ie daar ooit iets over gezegd?’

Ik ga elk gesprek na dat ik de afgelopen maanden met Joshua heb gehad. Bedenk dan dat ik eigenlijk weinig met hem heb gesproken. Niet meer dan wat nodig was, snap je. Zoals je praat met familie. Over kleine dingen, omdat je de grote dingen al samen hebt meegemaakt. De rest hoef je niet te bespreken. In een gelukkig gezin doet de rest van de wereld er niet zo toe.

‘Zo’n druktemaker is hij toch nooit geweest?’

‘Joshua was gewoon een kalme,’ zegt Molly. ‘Althans, dat dacht ik.’

Ze pakt mijn hand vast alsof we de uitslagen van de postcodeloterij bekijken. Samen staren we naar de televisie. De protesteerders voor en tegen zwaaien met hun borden naar de cameradrone als drenkelingen naar een reddingsboot.

Dit gaat fout aflopen, dat voel ik. Voor Joshua, voor mij. Molly schraapt haar keel.

‘Ik zou mijn haar maar in de krullen zetten, meid. Die camera’s komen vast deze kant op.’

Ze is nog niet uitgesproken, of er wordt op de bel gedrukt.

Chiron Clemens

Noem dit: bakermat, belofte, braakland. Geografisch gezien een middelgrote havenstad, verzakt in de delta, verouderd maar nog steeds in werking, ingehaald door buurlanden met snellere, uitgebaggerde routes, vliegverkeer, maar eeuwenlang een centraal knooppunt voor intercontinentale reizen geweest, waar goederen, vee, en ja, mensen werden verhandeld en verder vervoerd. Aankomstplek en afvoerput.

Noem dit: stad van turf en bloed. Het centrum bijna een eeuw geleden uit elkaar gerukt door een binnenlandse handelsoorlog tussen de hoge en lage provincies, de brandgrens een toeristische wandelroute van zwarte kinderkopjes door het centrum, de omringende dijken geteisterd en uitgedroogd door lange, hete maanden in de zomer. Kapotgeslagen door stormen en hoog water in het najaar, de gemeente omringd door een uitgeputte turf- en koolindustrie; we hebben hier genoeg problemen.

Noem dit: kantelpunt, geboorteplek, doorsluisgebied. Hier regeren arbeidsethos en pragmatisme. Stadsvernieuwing haalde de gebouwen die de gevechten overleefd hadden neer in plaats van ze te renoveren. Ze hebben geprobeerd een giftige geschiedenis uit te wissen en fris opnieuw te beginnen. Alsof we geen geheugen hebben. Alsof we beesten zijn. Karaktervolle gevels bezweken onder toekomstdwang en alleen in de rijke wijken werden de lommerrijke lanen nog bewaterd, de treurwilgen geknot en de houten trappen en serres in de lak gezet. De rest mag het met bouwpakketten van de lopende band doen. Fantasieloos rendementswonen in moderne materialen. Trespa, spaanplaat en beton. Het goede leven van weleer wordt in stand gehouden als fopspeen voor de rijksten die blijven, maar hier wordt geen geld meer verdiend, alleen nog opgepot.

Dit is mijn stad. Dertig jaar geleden was ik de sterschrijver van een landelijke krant. Idealisme ging toen hand in hand met verslaggeving. We gingen de wereld veranderen, stad per stad, woord voor woord. Think global, act local. Dat ik terugkwam naar mijn geboortegrond, me hier zou opwerken tot hoofdredacteur van De Ochtendstem was niets minder dan mijn cadeau aan de wereld, dacht ik. Een hommage aan mijn wortels.

Flats en prefabhuizen waren eigenlijk bedoeld als tijdelijke noodoplossingen na de oorlog. Het zijn nieuwe wijken op zich geworden, met hun eigen wetten en mores. We schrijven hier een stad met potentie voor ondernemers, met een opkomende toerismesector voor avontuurlijke backpackers die opengescheurde vuilniszakken authentiek noemen en drugsgeweld sfeervol vinden. De opkomst van lokale middenstand in de plinten van leegstaande, verloederde kantoren. Conceptstores met rekken vol milieuvriendelijk tricot. Dit is het speelveld van durfinvesteerders met visie, aldus de verkoopbrochures van de moerassige hectares die tussen de wijken liggen te verzinken in de geschiedenis. Hier kan de expansiedrift naar hartenlust land opslokken.

We schrijven hier een stad die voortploegt, doormoddert, uitglijdt, die dapper en tanig weer opstaat gelijk een gewond dier, maar altijd de magere flank aan de zijkant van de kudde is. Onze botten zijn goed te zien en we vallen ten prooi aan roofachtige gevoelens van buitenaf. Hier wordt makkelijk geronseld en geradicaliseerd.

Ben ik milder geworden?

Ja.

Ben ik pragmatischer geworden?

Ja.

Ben ik al mijn idealen kwijt en schijnt de hele wereld me overbodig toe, met het nieuws voorop?

Op sommige dagen zal ik hier volmondig en vurig tegen ingaan, op andere dagen zwijg ik.

Pietà is een wervelende mozaïekvertelling over een stad onder druk. Vanaf 28 september verkrijgbaar in de winkel en op 1 oktober 20.00 is de boekpresentatie in Annabel. Voor elke pre-order bij uitgeverij De Geus geeft Elfie Tromp een persoonlijke poëzieboodschap per telefoon.

_MG_6186_Willem de Kam

Elfie Tromp

Elfie Tromp (1985) is schrijver, dichter en columnist. Underdog, haar tweede roman, is genomineerd voor de BNG Literatuurprijs en Diorapthe. Ze is druktemaker voor De Nieuws BV en regelmatig presentator voor radioprogramma VPRO Nooit Meer Slapen.

Profiel-pagina
Selfie-0417_574

Robin Duister

Illustrator

Robin Duister studeerde illustratie aan de Willem de Kooning in Rotterdam. Haar beelden zijn realistisch met een rauw randje. Op het eerste gezicht roepen ze vertederende gevoelens op, maar wie verder kijkt ziet dat haar werk niet zo onschuldig is als het lijkt. Robin Duister combineert hedendaagse beelden met elementen uit de popcultuur.

Profiel-pagina
Nog geen reacties

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.